Mechanisatie

Achtergrond

Van ‘dikke Deutzer’ naar moderne TTV

‘Dikke Deutzer’. Zo kopte TREKKER in 1988 over de trekkertest van de Deutz-Fahr DX 6.30 SE. Nu – 30 jaar later – praten we bij 115 pk motorvermogen over een compacte vierpitter. Precies. In het kader van ons 30-jarig jubileum testte TREKKER Magazine 2 gelijke trekkers met maar liefst 30 jaar leeftijdsverschil. Dit zijn de verschillen na 30 jaar trekkerontwikkeling.

De gloednieuwe 6130 TTV halen we op bij Blok Landbouwmechanisatie in Espel (Fl.) om deze te testen in Oosterwolde (Gld.). Daar staat namelijk de DX 6.30 SE. De rit van bijna anderhalf uur door de polder is geen straf met de moderne vierpitter. De demotrekker van Blok rijdt namelijk 43 kilometer per uur. Hij kan ook 50 kilometer per uur, maar deze is begrenst en toert nu lekker bij een relaxte 1.750 motortoeren. Het rijcomfort is prima: een stille, mechanisch geveerde cabine, met een traploze bak en een geveerde vooras. Radiootje aan en gaan.

Gelukkig is het niet andersom! De DX rijdt dan wel met ongeveer dezelfde rijsnelheid. Maar de trekker loopt daarbij fors hoger in motortoeren, springt meer bij hobbels en het motorgeluid is sterk aanwezig in de cabine. Ondanks dat, is toeren met de DX is zeker geen straf.

Lees verder onder de foto.

TREKKER Magazine testte 2 gelijke trekkers met maar liefst 30 jaar leeftijdsverschil. - Foto's: Michel Velderman
TREKKER Magazine testte 2 gelijke trekkers met maar liefst 30 jaar leeftijdsverschil. - Foto's: Michel Velderman

Degelijk interieur

Over smaak valt te twisten, maar dat de Deutz-Fahr-trekker een véél modernere look heeft gekregen in de loop der jaren, is een feit. De ontwerpers hebben zich flink uitgeleefd op het moderne design. Vooral in de cabine valt op hoeveel comfortabeler de nieuwe trekker is. Zonder hindernissen spring je op de TTV. Stuur naar je toe trekken, en rijden. Daar is een prima airco aanwezig, hoeft de radio weinig moeite te doen om motorgeluid te overstemmen en rij je traploos weg met een multifunctionele rijhendel.

Lees verder onder de foto.

Alleen slijtplekken

Rijden met de DX 6.30 vergt meer klimvaardigheden: vanaf een opstap tussen de wielen klim je, tussen cabinestijl en spatbord en óm de stuurkolom heen, naar achteren op de stoel. Gauw de DX op- en afspringen is er niet bij. Althans, niet zoals op de TTV. Grote wielkasten, donkere bekleding en dikke stijlen zorgen (net als het lage dak) ervoor dat het donker is in de cabine. Wel heb je alle ruimte om spullen op de spatborden te leggen. De bijrijder zit nog schuin achter de bestuurder. Spiegels hangen aan de deur. Handrem trek je uit de vloer omhoog.

‘De TTV is voorzien van een smartphonehouder; de DX 6.30 heeft nog een asbak’

Degelijk

De DX is dan wel weer gebouwd met écht degelijke materialen. Na 30 jaar gebruik is de cabine goed intact. Alleen de elektronische knop op de versnellingspook voor de hoog-laag-functie werkt niet meer. Verder zijn er – naast slijtplekken – nauwelijks gebruikssporen te zien. De TTV moet zich op dat gebied nog bewijzen. Met veel (dun) plastic lijkt het interieur kwetsbaarder. De TTV is voorzien van een smartphonehouder; de DX 6.30 heeft nog een asbak.

Oorkleppen op

Hoewel (gelukkig) met andere klemmen, kunnen de zijruiten nog steeds open. Ook kunnen beide trekkers de achter- én voorruit openen! Deutz-Fahr heeft sprongen vooruit gemaakt wat betreft geluidsniveau … De DX laat 83 dB(A) door! Dat is gemeten onder volle belasting, vol gas en stilstaand. De Arbowet schrijft voor dat je hiermee maar 4 uur mag werken zonder gehoorbescherming. De TTV 6130 laat nog maar 66 dB(A) door. Dat is netjes.

Lees verder onder de foto‘s.


  • DX: donkere bekleding, maar gemaakt van degelijke materialen. Na dertig jaar gebruik is het interieur -op slijtplekken na - nog in takt.

    DX: donkere bekleding, maar gemaakt van degelijke materialen. Na dertig jaar gebruik is het interieur -op slijtplekken na - nog in takt.

  • De cabine is licht, vooral vanwege het grote glasoppervlak, dakraam en de lichte bekleding.

    De cabine is licht, vooral vanwege het grote glasoppervlak, dakraam en de lichte bekleding.

  • Wat een eenvoud. De bediening in de DX roept weinig vragen op. Maar na wat spelen met de trekker, weet je direct weer het nut van kopakkerautomatiek.

    Wat een eenvoud. De bediening in de DX roept weinig vragen op. Maar na wat spelen met de trekker, weet je direct weer het nut van kopakkerautomatiek.

  • Wie een oude schakeltrekker gewend is, zal schrikken. De TTV herbergt erg veel functies. Een traploze transmissie in combinatie met multifunctionele rijhendel (waarmee je met één hand veel functies bediend) ... Dat levert écht comfort op bij een lange werkdag.

    Wie een oude schakeltrekker gewend is, zal schrikken. De TTV herbergt erg veel functies. Een traploze transmissie in combinatie met multifunctionele rijhendel (waarmee je met één hand veel functies bediend) ... Dat levert écht comfort op bij een lange werkdag.

  • De DX heeft een Agrotronic-boordcomputer, links van het stuur. Die geeft rijsnelheid of toeren weer, en werkt als hectareteller en urenteller. Rechts van het stuur: een analoge toerenteller met controlelampjes.

    De DX heeft een Agrotronic-boordcomputer, links van het stuur. Die geeft rijsnelheid of toeren weer, en werkt als hectareteller en urenteller. Rechts van het stuur: een analoge toerenteller met controlelampjes.

  • De TTV heeft een digitaal, verlicht dashboard. Alle informatie is snel en tegelijk af te lezen. Je kunt nu zelfs trekkerinstellingen doen via het dashboard.

    De TTV heeft een digitaal, verlicht dashboard. Alle informatie is snel en tegelijk af te lezen. Je kunt nu zelfs trekkerinstellingen doen via het dashboard.

Complexiteit onder de kap

De luchtgekoelde zescilinder van de DX zit verscholen achter ijzeren plaatwerk. De kap bestaat uit verschillende losse panelen, waarvan het grootste met 4 bouten vast zit. Muurvast; de kap is jarenlang niet open geweest. Met 2 man (het liefste 3) til je het plaatwerk er voorzichtig af. Dat is puzzelen vanwege de tankdop midden op, en de bevestiging. De TTV? Met een platte schroevendraaier klik je kunststof kap los en deze gaat vanzelf met gasveren omhoog. Top.

Eenvoudig blok

Maar als het plaatwerk eenmaal van de DX verwijderd is, valt op hoe eenvoudig het blok eruit ziet. Het voorste compartiment van de dikke neus huist een accu en koeler, verder is het leeg. Bovenop het blok ligt een deel van de dieseltank. Eronder ligt de luchtgekoelde 6,1-liter Deutz-zescilinder, zonder poespas. Wie de kunststof kap van de TTV openzwaait ziet een heel ander beeld. Het kleinere, 3,6 liter viercilinderblok is nauwelijks zichtbaar. Dat blok wordt omringd door koelers, filters, componenten en vooral heel veel draden en leidingen.

Viercilinder draait maar iets korter

De compacte TTV-viercilinder heeft grofweg 30 centimeter minder ruimte nodig om te draaien, dan de DX. De TTV draait namelijk linksom op 11,69 meter, gemeten aan buitenkant van het voorwiel. De DX 6.30 heeft 12,01 meter ruimte nodig om in 1 keer te draaien. Bandenmaat is daarbij behoorlijk gelijk. Beide trekkers staan namelijk vóór op 480/65 R28. Onder de TTV ligt achter 600/65 R38-banden, en onder de DX ligt 20.8 R38. De stuuruitslag van de DX wordt niet gehinderd door de opbouw van de maaiarm.

Lees verder onder de foto‘s.


  • Dat de huidige Deutz-Fahr-trekkers er stukken moderner uitzien, is een feit. Over smaak valt te twisten. De TTV heeft 17 lampen aan de voorkant, de DX 6.

    Dat de huidige Deutz-Fahr-trekkers er stukken moderner uitzien, is een feit. Over smaak valt te twisten. De TTV heeft 17 lampen aan de voorkant, de DX 6.

  • Snel de DX op- en afspringen is er niet bij. Het is een behoorlijk klim vanaf de opstap naar achteren, om alle hindernissen heen.

    Snel de DX op- en afspringen is er niet bij. Het is een behoorlijk klim vanaf de opstap naar achteren, om alle hindernissen heen.

Elektrisch gaspedaal

Na het starten schiet de koppeling 1 centimeter in, en dan werkt die mooi licht. Dat komt omdat de koppeling wordt bekrachtigd met oliedruk. Dat werkt super. Bij het wegrijden heeft de DX een karakteristiek hupje vooruit. De trekker schakelt soepel en het motorgeluid pleziert daarbij.

Wie in de TTV wegrijdt is vooral snel gewend aan het comfort. De reactie van het elektrische gaspedaal is even wennen, daarna wil je niet anders. Conclusie: ga je een dag lang grond dumperen? Spring dan op de nieuwe TTV. Een paar kiepers grond wegbrengen? Kies dan de DX. Een straaltje rook, fantastisch motorgeluid en het schakelen … Elleboog op de korte armleuning en genieten!

Moderne trekker is zuiniger

Gevoelsmatig klopt er niets van. Beide trekkers hebben de dynamometer van Dijkstra Technical Support getrotseerd. Het diepe, grommende motorgeluid van de DX doet vermoeden dat deze veel sterker en taaier is dan de moderne TTV. Ook die is duidelijk hard aan het werk, maar toch klinkt-ie minder zwaar. De laptop aan de dynamometer bewijst het tegendeel. De moderne viercilinder levert meer vermogen en houdt dat langer vast. Én verbruikt daarbij minder diesel.

Lees verder onder de foto.

De laatste achttien jaar heeft de DX 6.30 SE alleen 'lui' werk gedaan. De trekker levert nog exact het vermogen van dertig jaar geleden.
De laatste achttien jaar heeft de DX 6.30 SE alleen 'lui' werk gedaan. De trekker levert nog exact het vermogen van dertig jaar geleden.

Taaie viercilinder houdt vermogen vast

De moderne TTV heeft een elektronisch ingespoten common-railmotor. Vanaf maximum toerental (2.150 tpm) kneep de dynamometer de motor langzaam af totdat deze bijna afsloeg. Dat levert een typische kromme op voor zo’n elektronische brandstofpomp: wanneer de belasting toeneemt, levert de motor meer vermogen. Het motormanagement laat namelijk meer diesel inspuiten om het vermogen vast te houden. Tot 1.600 toeren per minuut weet de taaie viercilinder het vermogen vast te houden, na 1.300 motortoeren kakt de trekker in. Dat betekent dat er een groot werkgebied overblijft: grofweg tussen 2.100 tot 1.600 toeren per minuut. Bij maximum vermogen verbruikt de TTV 263,4 gram diesel per kWh. Een nette score! De viercilinder heeft een koppelstijging van 25,16% en levert maximaal 88,1 kW (135 pk). De folder belooft overigens 130 pk.

Lees verder onder de grafiek.

De krommes van beide trekkers in beeld. De DX heeft een mechanische lijnpomp, en die vertoont een lineaire kromme: minder toeren betekent minder diesel en daarmee minder vermogen. De TTV heeft een Common Rail-motor en kan zichzelf bijregelen. Tot 1.600 toeren per minuut weet de moderne TTV het vermogen redelijk vast te houden.

Diepe grom

Dan de DX! Goed, een kanttekening: de laatste 18 jaar heeft de trekker niet écht moeten werken. De trekker werd alleen gebruikt met maaiarm. Gezien de zwarte rook die uit de uitlaat spuwt moest de DX het luie zweet er eerst uitwerken. De rauwe zescilinder loopt maximaal 2.600 toeren per minuut. De motor klinkt dan luid, bijna schel. Als de dynamometer weerstand gaat bieden klinkt al snel een diepe grom. De vermogenskromme is typisch voor een mechanisch ingespoten motor: lineair. Zodra het toerental afneemt, neemt ook het vermogen lineair af. De mechanische lijnpomp heeft namelijk geen mogelijkheid om meer of minder diesel in te spuiten.

DX verbruikt meer dan de TTV

De zescilinder houdt het koppel erg vlak. De koppelstijging is maar 13,04%. Wie zwaar werk doet met deze trekker, doet er goed aan om de motor hoog in toeren te houden. De DX 6.30 SE levert 80,3 kW (109 pk) maximaal. Netjes, want dat is exact wat de originele folder beloofd als aftakasvermogen. De motor zou 115 pk leveren. De DX verbruikt meer dan de moderne TTV – ondanks dat de motor geen nabehandelingssystemen kent. Er is 274,7 gram diesel nodig voor 1 kWh. Ook opvallend is dat de TTV het maximum vermogen haalt bij 2.050 toeren per minuut, de DX 6.30 draait hiervoor 2.391 omwentelingen per minuut. Vuistregel: meer toeren is meer brandstof. De DX had overigens iets meer tijd nodig om af te koelen tussen beide metingen door; de luchtgekoelde motor kreeg het warm.

Lees verder onder de afbeelding.

‘Altijd een maaiarm-trekker paraat’

Deze trouwe DX staat elke dag paraat om aan het werk te gaan bij Gerrit Jan van de Put. De Deutz-Fahr kwam in 1990 nieuw bij loonbedrijf Van de Put uit Oosterwolde (Gld.).

In de eerste werkzame jaren is de trekker ingezet bij alle voorkomende werkzaamheden, van gras oprapen tot mest uitrijden. Er kwam 18 jaar geleden een nieuwe John Deere op het loonbedrijf, die de zware taken van de DX 6.30 SE overnam. De DX bleef, en besteed sindsdien zijn ‘oude dagen’ met een maaiarm langszij. “Het is erg handig dat er altijd een trekker paraat staat met een maaiarm als we een stukje moeten sloten”, vertelt Gerrit Jan. “Zo hoeven we niet voor een klein klusje een hele maaiarm aan te bouwen. De DX past ook mooi tussen de maisrijen. Zo’n trekker levert niet zoveel op in de verkoop, dan is-ie mij veel meer waard.”

Lees verder onder de foto.

Gerrit Jan van de Put kocht de trekker nieuw in 1990. De trekker heeft nooit grote technische problemen gehad.
Gerrit Jan van de Put kocht de trekker nieuw in 1990. De trekker heeft nooit grote technische problemen gehad.

Omdat de trekker de laatste 18 jaar niet zo veel uren maakte, staat de urenteller ergens tussen de 9.000 en 10.000 draaiuren. De trekker geeft de urenstand niet meer weer. “In die tijd hielden we de onderhoudshistorie nog niet zo precies bij als nu. Maar grote problemen hebben we niet gehad. De motor en transmissie zijn nooit los geweest.” Van de Put liet een airco opbouwen. Inmiddels werkt die niet meer, evenals de elektrische Powermatic-knop op de versnellingspook (hoog-laag). De originele groene verflaag zit er nog strak op, de luchtgekoelde zescilinder klinkt nog hartstikke fit en de bak laat zich prima schakelen. Dat de mannen van Van de Put zuinig zijn op het materiaal, bewijst een blik in de schuur.

Hoe verloopt een trekkertest? Bekijk het hieronder.

Of registreer je om te kunnen reageren.