Home

Nieuws 4 reacties

Plaatsingsruimte groter dan productie min export

De plaatsingsruimte voor stikstof en fosfaat uit dierlijke mest is in Nederland groter dan de hoeveelheid mest die wordt geproduceerd en aangevoerd minus de export.

Uit onderzoek van het Compendium van de Leefomgeving, gebaseerd op cijfers van CBS, blijkt dat de Nederlandse landbouw in 2018 gemiddeld 95% van de plaatsingsruimte voor stikstof uit dierlijke mest ‘benut’, voor fosfaat is het 88%.

Regionaal zijn de verschillen groot. In vier landbouwregio’s In het Zuidelijk Veehouderijgebied werd meer mest geproduceerd en aangevoerd dan er plaatsingsruimte is. De ‘benuttingsgraad’, de term die het Compendium van de Leefomgeving hier aan geeft, is hier 125%. In het Centraal Veehouderijgebied gaat het om 120%. In het Noordelijke weidegebied (101%), Oostelijk Veehouderijgebied (102%) en Hollands/Utrechts Weidegebied (104%) werd de plaatsingsruimte voor stikstof in beperkte mate overbenut.

Benuttingsgraad

Hoewel de onderzoekers spreken van benuttingsgraad, wil dit niet zeggen dat er ook daadwerkelijk meer mest wordt uitgereden dan toegestaan. Over hoeveel mest boeren daadwerkelijk per hectare aanwenden, heeft het CBS geen cijfers.

In Nederland wordt er gemiddeld per hectare landbouwgrond 205 kilo stikstof uit dierlijke mest geproduceerd. De reguliere gebruiksnorm is 170 kilo stikstof uit dierlijke mest per hectare, voor bedrijven die gebruikmaken van derogatie is deze norm 230 of 250 kilo per hectare, afhankelijk van de bodemsoort.

Verklaring forse overschrijdingen

CBS berekent het gebruik van stikstof en fosfaat op basis van de hoeveelheid in geproduceerde mest plus de hoeveelheid in aangevoerde mest, minus de hoeveelheid in afgevoerde mest. De aan- en afvoer van mest is in principe gebaseerd op geregistreerde mesttransporten. Voor vaste mest en dikke fracties van gescheiden mest geldt hierbij een uitzondering. Bij deze mestsoorten blijkt de geregistreerde afvoer van stikstof en fosfaat de werkelijke afvoer te overschatten. Daarom wordt bij deze mestsoorten een lager stikstof- en fosfaatgehalte toegepast, waardoor de berekende afvoer flink lager uitvalt dan de geregistreerde afvoer. “Dit verklaart voor een groot deel de relatief forse overschrijdingen van de plaatsingsruimte in sommige regio‘s”, aldus een woordvoerder van CBS. De stikstof in transporten van dunne mest is berekend op basis van de hoeveelheid fosfaat in de mesttransporten en de verhouding tussen stikstof en fosfaat in opgeslagen mest.

Regionale verschillen groot

De plaatsingsruimte voor fosfaat uit dierlijke mest werd landelijk voor 88% benut. Dat is lager dan in de jaren daarvoor. Tussen 2013 en 2016 was de benuttingsgraad meer dan 90%. Ook hier zijn de regionale verschillen groot. In het Centraal Veehouderijgebied werd 119% van de fosfaatplaatsingsruimte aan mest geproduceerd en aangevoerd, in het Zuidelijk Veehouderijgebied is dat volgens de berekeningen 126%.

Meer mest in akkerbouwgebieden

Uit de cijfers blijkt ook dat in akkerbouwgebieden relatief meer dierlijke mest wordt gebruikt dan in het verleden. In de eerste jaren dat de benuttingsgraad werd berekend, tussen 2006 en 2010 werd bijvoorbeeld in het Zuidwestelijk Akkerbouwgebied tussen de 53 en 60% van de gebruiksruimte benut met dierlijke mest, de laatste jaren is dat boven de 65% voor fosfaat en tussen de 60 en 66% voor stikstof.

Laatste reacties

  • Alco

    Zooooo. Zal binnenkort wel overgenomen worden door de landelijke dagbladen.
    En dan is de norm nog onder het evenwicht.!!!!!!

  • Vhouder

    beste alco hoor je nooit niks meer van en zeker niet bij ons in het brabants dagblad die reserveren altijd een pagina voor negatief nieuws over boeren voor positief nieuws gebruiken ze de kopse kant van het papier

  • tinusje

    mest wordt steeds schaarser.........

  • Zuperboer

    Feitelijk is er dus géén mestproblematiek. Kop boven het artikel is vrij technisch.

Of registreer je om te kunnen reageren.