Home

Nieuws

Brabant mag verbod glyfosaat eisen van pachters

Een glyfosaatverbod opnemen in een pachtcontract mag. Het is geen buitensporige last in kortlopende overeenkomsten van de provincie Brabant.

Dat heeft de Centrale Grondkamer beslist in een beroepsprocedure die was aangespannen door Gedeputeerde Staten (GS) van Brabant. In oktober 2019 heeft de Grondkamer Zuid in eerste instantie de clausule met het verbod op glyfosaat geschrapt, daartegen heeft GS beroep aangetekend. Het betreft een zogenoemde geliberaliseerde pachtovereenkomst voor het jaar 2020.

Geen buitensporige verplichting

De Centrale Grondkamer erkent dat het verbod op glyfosaat de ondernemingsvrijheid kan beperken. Maar het is in dit soort kortlopende overeenkomsten geen buitensporige verplichting. Onder meer omdat het gaat om openbaar aangeboden percelen en vooraf is gewezen op het glyfosaatverbod. Verder gaat het om een korte pachttermijn en geldt geen verplichting voor de pachter om onkruid te verwijderen en om het perceel onkruidvrij op te leveren. Het is aan pachter vrijgelaten om onkruid te bestrijden zolang het maar niet met glyfosaat gebeurt.

Per geval bekijken

De Centrale Grondkamer merkt voor de duidelijkheid nog op dat het oordeel de genoemde (eenjarige geliberaliseerde pacht) overeenkomst betreft. In andere situaties kan er wel sprake zijn van een buitensporige verplichting, dat moet per geval worden bekeken.

Gedeputeerde Staten heeft in de procedure aangegeven dat het gaat om een proefprocedure. De beslissing kan daarmee gevolgen hebben voor andere soortgelijke overeenkomsten zoals bij Brabantse gemeenten en andere overheidsinstanties. Dat gaat om enkele honderden al ingediende of nog in te dienen pachtovereenkomsten alleen al bij de provincie.

Of registreer je om te kunnen reageren.