Home

Nieuws 2 reacties

Onderzoek: beleid OVP desastreus voor broedvogels

Het hoge aantal grote grazers in de Oostvaardersplassen (OVP) heeft tot grote ecologische schade geleid.

Tussen 1997 en 2016 zijn in het droge deel van het gebied minimaal 22 zeldzame broedvogelsoorten verdwenen. Dat melden onderzoekers van Universiteit Utrecht (UU) en Wageningen University & Research (WUR) in een nieuw onderzoek in opdracht van de provincie Flevoland. Zij spreken van een ‘dramatische verarming’ die een ‘unicum in de geschiedenis van de Nederlandse natuurbescherming’ vormt. Dat terwijl de OVP juist ingericht was als Vogel- en Habitatrichtlijngebied om zeldzame broedvogelsoorten te waarborgen.

Grote kale vlakte

De grote aantallen grazers hebben het afwisselende en vogelrijke landschap in de randzone (tussen nat en droog) omgevormd tot grote kale vlaktes, waarin het overgrote deel van de zeldzame vogels verdwenen is. Zelfs de typische graslandsoorten als veldleeuwerik, graspieper, gele kwikstaart, watersnip en grutto zijn hier (bijna) verdwenen, schrijven onderzoekers Frank Berendse (WUR) en Martin Wassen (UU) in Nature Today. Naast de 22 verdwenen soorten, zijn er in die periode ook geen nieuwe soorten bijgekomen.

Overwinteraars

In de randzonede van de OVP overwinteren elf Rode Lijst-soorten. Uit analyse blijkt dat één soort een verbetering laat zien (zeearend), zeven soorten vertonen geen verandering en de andere tonen een negatieve verandering. Soorten als de kievit en de kemphaan hadden in het begin baat bij meer begrazing. Maar doordat de begrazing zo intensief werd, namen de populaties sterk af. Alleen de brandgans – en in kleine mate de grauwe gans – profiteerden van de grote oppervlaktes zeer kort grasland. Het idee was dat die ganzen in de rui in het moeras riet zouden vreten om het moeraslandschap in stand te houden. Analyse van de aantallen ganzen laat echter zien dat het graslandoppervlak geen effect had op het aantal ganzen dat tijdens de rui in het moeras verbleven. Waterpeil en veranderingen in ruigebieden daarentegen wel.

500-600 hectare riet weggevreten

De onderzoekers veronderstellen dat kleine aantallen ruiende ganzen in het moerasgebied op de lange termijn inderdaad gewenst en noodzakelijk zijn om het moeraslandschap in stand te houden (rietland, wilgenstruweel en kleine plassen met helder water). Maar de afgelopen twintig jaar hebben tienduizenden (grauwe) ganzen in het moeras 500 tot 600 hectare rietland weggevreten. Daarbij zijn grote vlaktes en troebel water ontstaan. Doelsoorten zoals de roerdomp en dodaars hebben juist helder water nodig om op visjes te jagen.

Minder grazers voor herstel

De onderzoekers concluderen dat er geen enkele reden is om zo’n groot aantal grote grazers en gras in de OVP te houden ten behoeve van het moeras. Een sterke vermindering van het aantal hoefdieren in de droge zone zal leiden tot herstel van een afwisselend landschap met struweel, riet, ruigte en grasland en daarmee de vogelsoorten. Daarmee vermoeden zij ook dat het aantal grauwe ganzen afneemt, wat de vogels ook weer ten goede komt. Kleine oppervlaktes kort grasland, in tegenstelling tot de huidige compleet kaalgevreten randzone, zou genoeg moeten zijn om ruiende ganzen in het moeras te behouden.

Laatste reacties

  • veldzicht

    Natuuurmonumenten en staatsbosbeheer weten het toch altijd zo goed.Ze kunnen zelf geen vogels op hun land houden.En de rest van het land gaat in hun reservaten niet veel beter, alles wordt opgevreten of is het zo,n ruige bende dat er niks(meer)zit.

  • willemsenG.

    Met je boerenverstand kon je dit al snel voorspellen, jammer dat er geen boeren in het gebied de grond gebruiken want die konden dan als schuldigen aangewezen worden . kaalgevreten land waar bijna geen grasspriet en on aangevreten bomen meer groeien .

Of registreer je om te kunnen reageren.