Home

Nieuws

DGF-convenant dankzij reductie wilde zwijnen

Een akkoord tussen POV en LNV over de reductie van wilde zwijnen maakt een DGF-convenant mogelijk.

Afspraken tussen de varkenssector (POV) en het ministerie van landbouw over drastische vermindering van het aantal wilde zwijnen, hebben de weg vrijgemaakt voor een nieuw convenant over het Diergezondheidsfonds (DGF). Het groeiende aantal wilde zwijnen buiten de aangewezen gebieden had de onderhandelingen over het convenant vertraagd.

Forse vermindering wilde zwijnen in 4 provincies

De varkenssector gaat akkoord met het convenant, nu er met het ministerie afspraken zijn gemaakt over de aanpak van wilde zwijnen. In de 4 provincies Overijssel, Gelderland, Noord-Brabant en Limburg zal er een substantiële vermindering van het aantal wilde zwijnen komen.

“We zijn tevreden dat we alle partijen aan tafel hebben gekregen om het risico op Afrikaanse varkenspest (AVP) te verminderen”, aldus Alfred van Lenthe, portefeuillehouder diergezondheid bij de POV. Hij maakt wel de kanttekening dat een nulstand van wilde zwijnen buiten de aangewezen gebieden op voorhand geen hard uitgangspunt is. Het gaat om acties om het risico op AVP maximaal te beperken, waaronder een substantiële reductie van het aantal wilde zwijnen. “Het is een grote winst dat alle partijen nu aan tafel zitten met hetzelfde doel: het voorkomen van AVP.”

Plafondbedragen voor sectoren

Het ministerie en de veehouderijsectoren hebben afspraken gemaakt voor een nieuw convenant voor de periode 2020-2024. De sector en de overheid zijn beide overtuigd van de noodzaak van een DGF-convenant. In het convenant worden onder andere de plafondbedragen vastgelegd die sectoren zelf bijdragen voor preventie en bestrijding van dierziekten. Veehouders betalen mee aan het DGF tot het plafondbedrag is bereikt, de overheid vult de meerkosten aan.

Lees verder onder de foto

In de 4 provincies Overijssel, Gelderland, Noord-Brabant en Limburg zal er een substantiële vermindering van het aantal wilde zwijnen komen. - Foto: ANP
In de 4 provincies Overijssel, Gelderland, Noord-Brabant en Limburg zal er een substantiële vermindering van het aantal wilde zwijnen komen. - Foto: ANP

De plafondbedragen voor pluimveehouders en varkenshouders gaan omlaag, het plafondbedrag voor rundveehouders blijft gelijk. Desondanks krijgen rundveehouders vanaf 2020 voor het eerst weer een factuur voor het DGF, omdat de reserves voor deze sector vanuit het Productschap Vee en Vlees inmiddels zijn opgebruikt.

Jaarlijkse kosten en bestrijdingskosten

De plafondbedragen bestaat uit een deel voor jaarlijkse kosten, zoals monitoring en het beschikbaar houden van vaccins, en een deel voor bestrijdingskosten als er een ziekteuitbraak is. De totale plafonds voor de verschillende sectoren zijn voor runderen: ruim € 43 miljoen; voor varkens: bijna € 58 miljoen; voor kippen, kalkoenen en eenden: € 78 miljoen; voor schapen en geiten: bijna € 10 miljoen.

De jaarlijkse kosten, die in het huidige convenant volledig voor rekening van de veehouders kwamen, vallen in het nieuwe convenant ook onder een plafond, waarboven de overheid aanvult. Dit naar aanleiding van aanbevelingen van de evaluatie van het huidige convenant. Hierdoor lijkt het dat de totale plafonds hoger komen te liggen dan in het huidige convenant, maar dat is niet het geval.

Plafondbedrag bestrijdingskosten pluimvee verlaagd

Het plafond voor de jaarlijkse kosten per sector zijn voor de pluimveesector € 46 miljoen, voor de rundveesector ongeveer € 34 miljoen, voor de schapensector bijna € 5 miljoen, voor de geitensector bijna € 4 miljoen en voor de varkenssector bijna € 17 miljoen.

Voor pluimvee is het plafondbedrag voor de bestrijdingskosten van dierziekten verlaagd met afgerond € 5 miljoen, doordat laag pathogene vogelgriep (LPAI) mogelijk niet meer bestrijdingsplichtig gaat worden.

Het plafondbedrag voor het bestrijden van dierziekten in de varkenssector is met € 8 miljoen verlaagd doordat blaasjesziekte, een ziekte die bij varkens voor kan komen, niet langer bestrijdingsplichtig zal worden.

Onderling fonds voor gevolgschade

Daarnaast zal er een verkenning gedaan worden naar een onderling fonds via middelen van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) voor de gevolgschade. De overheid zal het beleid, om niet bij te dragen aan gevolgschade vanuit de nationale begroting, blijven handhaven.

Of registreer je om te kunnen reageren.