Home

Nieuws 2 reactieslaatste update:13 mrt 2019

Wageningse kritiek op Gronings wormenonderzoek

Onderzoekers van de Wageningen UR, Jan Willem van Groenigen en Ron de Goede, hebben kritiek geuit op de conclusie van een onderzoek over regenwormen van de Rijksuniversiteit Groningen (RU).

Het Groningse onderzoek, uitgevoerd door Jeroen Onrust, gaat over de wormenpopulatie in combinatie met het injecteren van drijfmest.

In het onderzoek van Onrust wordt gespeculeerd dat het injecteren van drijfmest resulteert in een drogere bodem. Dit zou een negatief gevolg hebben op de hoeveelheid wormen in de bodem. Het onderzoek van Onrust heeft niet aangetoond hoe droog de toplaag van de geïnjecteerde bodem was.

Grijze en rode wormen

Volgens Onrust is de rode worm een belangrijke voedselbron voor de weidevogel. De rode worm pendelt op en neer tussen de diepere bodem en het oppervlak en haalt plantenresten op aan het oppervlak om die dieper in de bodem te verteren. Van Groenigen en De Goede betwijfelen of dit waar is. Grijze wormen zijn volgens hen veel belangrijker voor de bodemstructuur. Rode wormen zijn verdeelbaar in pendelaars die op en neer gaan in de bodem en in strooiseleters die een minder belangrijke bijdrage leveren voor de bodemstructuur. Deze strooiseleters blijven aan de oppervlakte. Daarom zijn deze wormen volgens Van Groenigen en De Goede interessant voor weidevogels.

Mestinjectie. Er is volop discussie tussen Wageningse en Groningse onderzoekers over het effect van mestinjectie op regenwormen. - Foto: Henk Riswick
Mestinjectie. Er is volop discussie tussen Wageningse en Groningse onderzoekers over het effect van mestinjectie op regenwormen. - Foto: Henk Riswick

Opzet niet geschikt

De opzet van het onderzoek van Onrust is volgens Van Groenigen en De Goede niet geschikt om een relatie tussen het aantal wormen en het injecteren van mest aan te tonen. Dat het aantal wormen daalt bij een droge bodem is niet zo verwonderlijk en wordt goed onderbouwd, vinden de WUR-onderzoekers. Maar de link die Onrust legt tussen mestinjectie en droge grond is volgens Van Groeningen en De Goede niet hard gemaakt. “Die mogelijke link wordt aan de hand van de onderzoeksresultaten gesuggereerd en niet onderbouwd met relevant onderzoek van anderen. Dat vind ik zorgelijk”, zegt van Groenigen.

Stelligheid

De onderzoekers van de WUR stellen dat de referenties van de onderzoeksresultaten minimaal terugkomen in de discussie van Onrust. “Hierin wordt een conclusie getrokken over het effect van mestinjectie”, aldus Van Groenigen. Het was volgens hem beter geweest om een experiment uit te voeren waarin mestinjectie vergeleken wordt met bovengrondse aanwending. Van Groenigen verbaasd zich over de stelligheid in de media gezien het ontbreken van dit bewijs.

Laatste reacties

  • f.p.zomer

    De specialisten beginnen mekaar in de haren te vliegen. Mooi.

  • Bennie Stevelink

    In het onderzoek zijn twee variabelen tegelijk gemeten: injecteren versus bovengronds uitrijden en standaard drijfmest versus ruige stalmest. We weten niet of het gemeten verschil wordt veroorzaakt door de toedieningsmethode of door de mestsamenstelling.

Of registreer je om te kunnen reageren.