Home

Nieuws 9 reacties

Inkomen varkenshouder fors hoger in 2016

Het gemiddeld inkomen van varkensbedrijven is door hogere opbrengstprijzen en lagere voerprijzen met €128.000 gestegen naar een historisch hoog niveau. Het inkomen uit bedrijf van melkveehouders is in 2016 30% lager dan in 2015. Het inkomen van akkerbouwers daalt ruim 14% volgens ramingen van WUR.

Varkenshouders zagen hun inkomen in 2016 fors stijgen ten opzichte van 2015. Voor zeugenhouders steeg het inkomen naar €131.000 per ondernemer, in 2015 was dat nog €60.000 negatief. Melkveehouders halen gemiddeld een inkomen van ruim €16.000 uit hun bedrijf in 2016, bijna 30% minder dan in 2015. Het inkomen op akkerbouwbedrijven daalde met 14% naar ruim €58.000. Dat zijn conclusies uit de inkomensramingen 2016 van Wageningen Economic Research Onderdeel van Wageningen UR (voorheen LEI). Volgens de cijfers van WUR stijgt het gemiddelde inkomen in de totale land- en tuinbouw met 13% naar €52.500.

De inkomens in de varkenshouderij vormen volgens de onderzoekers de positieve uitzondering in de veehouderij. Zowel de biggen- als de vleesvarkensprijs steeg in 2016. De biggenprijs is voor het hele jaar geraamd op €47,10 (plus 32%). De varkensprijs is gemiddeld €1,43 per kilo geslacht gewicht, dat is 8% meer dan in 2015. Volgens WUR stijgen de gemiddelde inkomens in de varkenshouderij tot een niveau dat nog niet eerder is gehaald, met de kanttekening dat in de zeugenhouderij in 2015 nog een historisch dieptepunt is gehaald.

Verder is een deel van het hogere inkomen het gevolg van een hogere aanwas, omdat de dieren op de eindbalans in 2016 meer waard zijn dan aan het begin van het jaar. Een belangrijke aanjager van de prijs, was de sterk gestegen vraag naar varkensvlees vanuit China.

Het gemiddelde inkomen in de zeugenhouderij stijgt fors in 2016, na een fors verlies in 2015; dat komt vooral door duurdere biggen. - Foto: Bert Jansen
Het gemiddelde inkomen in de zeugenhouderij stijgt fors in 2016, na een fors verlies in 2015; dat komt vooral door duurdere biggen. - Foto: Bert Jansen

Lagere voerprijs

Naast de hogere opbrengsten, werkte de lagere voerprijs positief uit op het inkomen van varkenshouders. Gemiddeld daalden voerprijzen met 5%, vleesvarkensvoer was in 2016 gemiddeld 6% goedkoper dan in 2015.

Daartegenover staan de gestegen kosten voor gebouwen en mestafzet. Vooral de prijzen voor de afzet van vleesvarkensmest zijn in 2016 fors gestegen tot €25 per ton. Oorzaken zijn onder meer het toenemende aanbod rundveemest en onvoldoende capaciteit om mest te verwerken. De afzettarieven voor mest zijn het hoogst sinds 2000. De totale mestkosten zijn in 2016 gestegen met 15% naar €52.000 per gemiddeld varkensbedrijf.

Melkveehouderij 30% lager

Het inkomen in de melkveehouderij is met €16.000 bijna €7.000 lager dan in 2015. Wel een positief bedrag, maar het laagst in de afgelopen 16 jaar. Alleen in 2009 was het inkomen lager, toen speelde niet alleen de nog lagere melkprijs een rol, maar drukte ook de afschrijving van melkquotum nog op het inkomen.

De melkprijs daalde met 9% en is geraamd op €31,30 per 100 kilo. Dat is vooral te danken aan het aantrekken van de melkprijs in de laatste maanden van het jaar. De totale kosten op melkveebedrijven stegen met 3%, ondanks een krachtvoerprijs die gemiddeld 4% lager is dan in 2015. In 2016 is de bedrijfsgrootte net als in 2015 relatief hard gestegen, vanwege het einde van het melkquotum. Het gemiddelde aantal koeien is inmiddels opgelopen naar 101, met een melkproductie van 860.000 kilo op 56 hectare cultuurgrond. Al deze factoren zijn in 2016 harder gestegen dan in voorgaande jaren.

Het gemiddeld aantal melkkoeien is in 2016 gestegen naar 101 per melkveebdrijf. Meer melk compenseerde slechts een deel van de lagere melkprijs. - Foto: Joris Telders
Het gemiddeld aantal melkkoeien is in 2016 gestegen naar 101 per melkveebdrijf. Meer melk compenseerde slechts een deel van de lagere melkprijs. - Foto: Joris Telders

De biologische melkprijs daalde veel minder dan de reguliere melkprijs. Biologische melkveebedrijven zagen hun resultaten wel iets dalen, net als bedrijven met melkgeiten, maar veel minder sterk dan op de reguliere melkveebedrijven. Het inkomen op vleeskalverbedrijven bedraagt in 2016 circa €45.600, 1% meer dan in 2015.

Hogere aardappelprijs niet genoeg

De inkomens in de akkerbouw komen in totaal uit op €58.100. Dat is 14% minder dan in 2015. De totale opbrengsten raamt WUR iets lager, bij een gelijkblijvend kostenniveau. De prijzen voor consumptieaardappelen stijgen in de raming voor 2016 met 20% en komen uit op €17,57 per 100 kilo, de zetmeelprijs is met een stijging van 2% vrijwel gelijk aan 2015. De prijs voor zaaiuien is ingeschat op €14,22 en daalt met 10%. Ook de opbrengst van suikerbieten daalt, met 5%. Al met al maakt de hogere aardappelprijs de daling bij andere gewassen niet volledig goed. De prijzen voor akkerbouwproducten zijn een inschatting van het nog lopende verkoopseizoen.

De inkomensdaling is voor zetmeelaardappelbedrijven met 19% iets groter, deze bedrijven komen uit op een inkomen per ondernemer van €56.500.

Ondanks een hogere aardappelprijs in 2016 vallen de inkomens op akkerbouwbedrijven lager uit. - Foto: Peter Roek
Ondanks een hogere aardappelprijs in 2016 vallen de inkomens op akkerbouwbedrijven lager uit. - Foto: Peter Roek

Grote inkomensverschillen

In alle sectoren zijn de inkomensverschillen groot. Dat komt deels door de verschillen in bedrijfsomvang. In de varkenshouderij had een zeugenbedrijf gemiddeld 739 zeugen in 2016 (2015: 690), een vleesvarkensbedrijf gemiddeld 2.035 vleesvarkens (1.866) en een gesloten varkensbedrijf 2.600 vleesvarkens en 470 zeugen. Vleesvarkensbedrijven zijn duidelijk kleiner dan gemiddeld en werken veel minder met betaald personeel.

De inkomensverschillen op melkveebedrijven zijn in 2016 groter dan in 2015, volgens de onderzoekers van WUR. 20% van de bedrijven heeft een inkomen per ondernemer lager dan €11.000 negatief, bij nog eens 20% is dat meer dan €37.000 per ondernemer. De overige 60% zit daartussen.

20% van akkerbouwbedrijven negatief inkomen

In de akkerbouw heeft 20% van de bedrijven een negatief inkomen, bij 20% is dat meer dan €100.000 en de rest zit er tussenin. In de akkerbouw hebben kleinere bedrijven doorgaans lagere opbrengsten en iets hogere kosten per hectare.

Voor de hele land- en tuinbouw geldt dat in 2016 bij 20% van de bedrijven het inkomen lager is dan €9.800 negatief. 60% van de bedrijven haalt een inkomen per ondernemer tussen €9.800 negatief en €76.000. 20% haalt een inkomen dat daarboven ligt. In 2016 liggen de inkomens van glastuinbouw-, varkens- en geitenbedrijven aan de bovenkant van de inkomensverdeling. Melkvee- en leghennenbedrijven liggen aan de onderkant.

Waterschade in vollegrondsgroente teelt

In de opengrondstuinbouw boeken de boomkwekers en fruittelers een hoger inkomen door hogere opbrengstprijzen. Fruittelers profiteren van een lagere productie van appels en peren in andere EU-landen. Het geraamde inkomensniveau voor fruittelers blijft matig, ook in vergelijking met de andere opengrondstuinbouwsectoren. Voor bloembollentelers wordt voor 2016 een licht lager inkomen geraamd door een lager productieniveau bij min of meer gelijkblijvende opbrengstprijzen. Het inkomen voor de bloembollenbedrijven blijft op een hoog niveau. De opbrengsten en het inkomen voor vollegrondsgroentetelers dalen als gevolg van waterschade door overvloedige regenval medio juni.

Meer volume met helft van de bedrijven

De inkomens per arbeidsjaar in de land- en tuinbouw zijn over een langere termijn bekeken gedaald. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek, die tegelijk met de inkomensramingen zijn gepubliceerd. Ten opzichte van 1995 is het productievolume met bijna een kwart gestegen. De hoeveelheid grond daalde met 9% en het aantal bedrijven met de helft. Ten opzichte van 1995 was het inkomen per arbeidsjaar in 2016 4% lager.

Mede geschreven door Esther de Snoo

Hoe hebben andere boeren het afgelopen jaar ervaren? Lees het hele artikel in Boerderij 12 van dinsdag 20 december.

Laatste reacties

  • Daan1

    De huid niet verkopen voor de beer geschoten is... 2016 is niet eens voorbij!! Laatste week - 11 cnt Duitsland. .....en die aanwas moet zijn geld nog waard worden!!

  • 8911077012

    860000 liter x 0.035 cent =30100 minder voor melk
    860000 liter x 0.01 cent=8600 meer kosten
    samen 38700 minder inkomen voor deze veehouder
    wim esselink even bij de les blijven graag

  • Hogman1

    Als je de eerste 5 maanden niet meetelt was het een goed vleesvarkensjaar.
    Over het hele jaar genomen is het gewoon een 3 letterwoord wat begint met een k en eindigt op een t

  • John*

    idd ondanks de cijfers toch een raar gevoel bij dit jaar.

  • kantoor3

    elke agrarisch gerelateerde site meent melding te moeten maken over de behaalde voerwinsten en daaruit volgend arbeidsinkomen.
    Het is toch verdorie niet meer dan normaal dat een ondernemer een arbeidsinkomen uit zijn onderneming haalt. Dat hoeft toch allemaal niet met zoveel bombarie verkondigd te worden.

  • mali

    ik mis de resultaten van de nertsenhouderij.......

  • gijsjoke3774

    Eerste maanden van 2016 was voor de vleesvarkenshouder niet goed. Daarna komen wij uit het daal en draaien goede voerwinsten , doch een groot deel van de winst is met het big weer de stal in gegaan en dat zal moeten blijken of het daadwerkelijk goed is. Dan zullen wij in het voorjaar beduidend betere prijzen moeten ontvangen dan 2016 anders is het niet best.

  • info36

    Cijfers zijn cijfers, ik heb vaak mijn twijfels over de betrouwbaarheid ervan. Bijvoorbeeld bij uien houden ze 14,22 cent aan terwijl de realiteit 10 tot 12 cent is. Bij aardappelen 17,57 cent terwijl 70% ze op contract teelt voor 11 cent. Enz enz.

  • rij56

    laten we maar zeggen de beste stuurlui staan aan wal zelf hebben deze heren nog nooit een veehouderijbedrijf gerundt

Laad alle reacties (5)

Of registreer je om te kunnen reageren.