Home

Nieuws 2009 x bekeken

Geen andere meetmethode nitraat in grondwater Limburg

Staatssecretaris Martijn van Dam van Economische Zaken houdt vast aan de meetmethode van het RIVM voor het bepalen van het nitraat in het grondwater. Dat schrijft hij in een brief aan de Tweede Kamer.

Op verzoek van SGP, VVD en CDA heeft Van Dam de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) gevraagd om de meetmethoden van het RIVM, Waterleiding Maatschappij Limburg (WML) en de Provincie Limburg te vergelijken, omdat zij op dezelfde plaatsen heel andere nitraatgehalten meten in het grondwater. De metingen zijn van belang voor het naleven van de nitraatrichtlijn, die voorschrijft dat het nitraatgehalte in grondwater maximaal 50 mg nitraat per liter mag bevatten.

Verschillen in meetprotocollen en bodemchemische eigenschappen

De verschillen in nitraatgehalte tussen RIVM en WML komen volgens de onderzoekers door verschillen in meetprotocollen en bodemchemische eigenschappen. “De RIVM-methode geeft een betere schatting voor de hoeveelheid nitraat die uitspoelt naar het grondwater dan de WML-methode”, aldus Van Dam. “Toepassen van de RIVM-methode in het lössgebied zorgt ook voor de beste vergelijkbaarheid met de metingen elders in Nederland. CDM meent daarom dat in het landelijke meetnet geen andere methode nodig is voor de bepaling van het nitraatgehalte in de onverzadigde zone van lössgronden.”

Van Dam vindt de overschrijdingen van de nitraatnorm in het grondwater in Zuid-Limburg nu geen reden om de discussie aan te gaan met de Europese Commissie over een wijziging naar een meetmethode die systematisch lagere nitraatwaarden in het grondwater met zich meebrengt.

Of registreer je om te kunnen reageren.