‘Plantenveredelaars leveren biodiversiteit’

Plantenveredeling wordt niet vaak in verband gebracht met biodiversiteit in het publieke debat en als het al gebeurt vaak in het negatieve. Dat is onterecht.

De meeste mensen hebben een beeld van kronkelende beekjes met salamanders en wollegras, en met Bengaalse tijgers en panda’s. Dat zijn 2 van de 3 niveaus van biodiversiteit: landschapsdiversiteit en soortendiversiteit. Daarnaast is er genetische diversiteit en daar werken veredelaars aan.

In het verleden had iedereen zijn eigen granen, zoals Pauwgerst, St. Jansrogge en Gelderse Risweit die lokaal zijn ontstaan. Daarna stond de veredeling in dienst van de mechanisatie, de opbrengstverhoging en de eisen zoals bak- en brouwkwaliteit. Dat leidde 100 jaar geleden tot uniformere rassen en inderdaad minder diversiteit. Granenveredeling bestond lange tijd vooral uit het kruisen van de beste rassen in de hoop er 10 jaar later een betere uit te selecteren. Het inkruisen van nieuwe diversiteit kostte te veel tijd en leverde niet veel op, zowel voor de veredelaar als voor de boer. Maar dat is verleden tijd.

Slimme voorselectie

Door het gebruik van moleculaire merkers kunnen nieuwe eigenschappen in een paar rondes ingekruist worden in elitemateriaal. Dat heeft niets met genetische modificatie te maken, maar met slimme voorselectie in het laboratorium. Zo kunnen rassen sneller verbeterd worden, en de genetische diversiteit tussen de rassen kon sinds de jaren 1990 stijgen.

De consument was het zat om smakeloze ‘Wasserbomben’ op het bord te krijgen

Een andere trend had hetzelfde effect. De consument was het zat om smakeloze ‘Wasserbomben’ op het bord te krijgen. Deze zijn in 20 jaar vervangen door een breed scala aan vlees-, pruim-, cocktail- en cherrytomaten met verschillende vormen, smaken en kleuren. Die diversiteit is ontstaan door veredelaars die veel genetische diversiteit hebben kunnen gebruiken.

Nota bene door biodiversiteitsbeleid wordt het de laatste jaren echter steeds moeilijker voor veredelaars om aan nieuwe diversiteit te komen voor ziekteresistenties, droogtetolerantie, en nieuwe vormen en smaken. Het mondiale biodiversiteitsbeleid is niet in staat gebleken om effectieve regels te ontwerpen voor het verzamelen en gebruiken van genetische bronnen.

Lees verder onder foto

Chrysanten in tal van kleuren en vormen dankzij veredeling. - Foto: Hilda Weges
Chrysanten in tal van kleuren en vormen dankzij veredeling. - Foto: Hilda Weges

Voorstellen

De genenbanken, zoals die in Wageningen doen hun uiterste best en de veredelingsbedrijven ondersteunen dit werk van harte, maar internationale uitwisseling wordt steeds moeilijker. Nu zijn er zelfs voorstellen om het gebruik van kennis over diversiteit, zo genoemde ‘digital sequence information’ aan strenge regels te onderwerpen. Dat gebeurt allemaal om het beschermen van diversiteit te stimuleren, maar in de praktijk schiet het zijn doel volledig voorbij.

Dit jaar vragen we specifiek aandacht voor het belang van genetische diversiteit

Nu hebben veredelaars daar last van; binnenkort de telers en vooral zij die verder willen verduurzamen, en uiteindelijk de consument. We willen niet terug naar de verschraling van 50 jaar geleden toen boeren en tuinders konden kiezen uit enkele rassen, die allemaal op elkaar leken.

Op 18 mei is de internationale ‘Fascination of Plants Day’ waarin we even stilstaan bij de plant, hoe fascinerend deze zijn. Dit jaar vragen we specifiek aandacht voor het belang van genetische diversiteit. Meer informatie hierover kunt u vinden op www.fopd.nl.

Mede-auteur: Livia Hendriks, lobbyist bij Plantum

Of registreer je om te kunnen reageren.