3 reacties

‘Nieuwe duurzame techniek: Dat kan nooit uit!’ (III)

Technologisering van de landbouw leidt tot veel dilemma‘s. Peter Groot Koerkamp bespreekt ze in vijf delen. Het idee dat duurzamer produceren altijd duurder zal zijn, klopt volgens hem niet. Laten we stoppen met dit ‘trade-off’ denken en zoeken naar oplossingen.

De uitspraak van Minister Schouten in juni jl. ‘landbouw moet duurzamer, voedsel wordt duurder’ impliceert dat duurzamer produceren altijd duurder zal zijn. Het lijkt wel een natuurwet: trade-offs. We zien het om ons heen, ervaren het dagelijks en zelfs kleine kinderen wordt het geleerd: ‘you can’t have it all’. Meer van het één gaat ten koste van het ander, terwijl je van allebei meer wilt zoals in geval van opbrengst per hectare en ontvangen prijs per eenheid product, of minder, zoals in geval van bijvoorbeeld milieubelasting en kosten.

‘Duurzaam produceren is altijd duurder’

Een milieuvriendelijke trekker kost meer dan een conventionele, beter krachtvoer voor gezondere dieren of een welzijnsvriendelijke stal met meer ruimte per dier kost meer, een apparaat of robot met een hogere capaciteit levert meer arbeidsbesparing, maar vergt een hogere investering, evenals een spuitmachine voor precisiebespuiting met een regeling per spuitdop. Kortom, duurzamer (lees: milieu- en diervriendelijker) produceren is duurder, en dat zal niet veranderen.

Planetproof in het winkelschap. Er wordt vanuit gegaan dat deze melk altijd duurder is. Dat hoeft niet altijd het geval te zijn. - Foto: Koos Groenewold
Planetproof in het winkelschap. Er wordt vanuit gegaan dat deze melk altijd duurder is. Dat hoeft niet altijd het geval te zijn. - Foto: Koos Groenewold

Er is echter helemaal geen natuurwet die de wetmatigheid van trade-offs dicteert. Trade-offs ontstaan als we bestaande systemen en praktijken willen veranderen om ze duurzamer te maken. En onze productiesystemen voor voedsel zijn zo enorm geoptimaliseerd op maximale opbrengst tegen de laagst mogelijke kosten, dat logischerwijs elke verandering leidt tot een verhoging van de kostprijs. Het is natuurlijk heerlijk om in deze ‘trade-off’-modus te blijven hangen: het is een makkelijk excuus, de oorzaak ligt elders en iedereen accepteert het. Voor wie een poging wil doen hieruit te komen, volgen hieronder vijf suggesties.

Suggestie 1:

We moeten ons goed realiseren dat we bij verandering last hebben van onze inspanningen en ontwikkelingen uit het verleden die hebben geleid tot een zeer efficiënt productiesysteem. Maar is de huidige situatie wel zo optimaal en ideaal? Enige reflectie en afstand nemen, helpt dan. Is die snelgroeiende plofkip ethisch wel zo verantwoord? Willen we al die biociden blijven gebruiken? Is de vergoeding voor arbeid en investering in kapitaal en risico eigenlijk wel op orde?

Suggestie 2

Het helpt om naar het gehele productiesysteem te kijken en na te gaan of er bij investering in nieuwe techniek voor duurzamere productie ook ergens lagere kosten, extra opbrengsten of andere voordelen ontstaan. De automatische melkrobot wordt vooral gewaardeerd voor de arbeidsflexibiliteit, een gezondere koe met een langere levensduur levert een besparing op de opfokkosten en een ammoniakemissiearme stal voor kippen en varkens levert ook een beter leefklimaat op voor de dieren.

Suggestie 3

We zijn vaak ‘Penny-wise & pound-foulish’. Ofwel, de extra kosten van de nieuwe techniek worden enorm uitvergroot en op een goudweegschaaltje gelegd. Maar als we preciezer naar de kostenaspecten kijken, blijkt het aandeel van de techniek (stal, machines, etc.) maar 10-20% van de totale kosten uit te maken en accepteren we blindelings dat we op andere posten veel betalen. De kosten van een bovenmatig groot machinepark op een akkerbouwbedrijf kunnen gemakkelijk 1 tot 2 modale jaarinkomens bedragen en de voerkosten in de intensieve veehouderij bedragen circa 70% van de totale kosten en worden vaak als een gegeven beschouwd.

Suggestie 4

Door alleen te focussen op de hogere kostprijs van voedsel dat op een duurzamere wijze is geproduceerd, wordt voorbijgegaan aan de intrinsieke hogere waarde die zo’n product heeft en zou moeten hebben voor alle partijen in de voedselketen, tot en met de consument. Nu hoor ik u al denken ‘de burger wil van alles, maar gaat er toch niet voor betalen’. Maar ook dat excuus moeten we gaan verlaten. Verwaarding van de hogere intrinsieke waarde blijkt wel degelijk mogelijk, maar vereist bereidheid en goede samenwerking in de voedselketen, andere financiële afspraken en andere financieringsvormen door banken. Hoewel de marktaandelen nog klein zijn, zijn biologische en On the way to PlanetProof-producten goede voorbeelden waar dat wel lukt.

Suggestie 5

Tenslotte, we moeten met z’n allen het automatisme van lage voedselprijzen aan de kaak blijven stellen in de maatschappij. En dus een pluim voor de minister die de normaliteit van lage voedselprijzen ter discussie durft te stellen.

Lees ook de eerdere blogs in deze reeks van 5:
‘Nieuwe techniek, dat werkt niet altijd’ (II)
‘Technologisering landbouw vergt andere aanpak (I)’

Laatste reacties

  • agratax(1)

    Ik kan het wel met schrijver eens zijn, we proberen altijd een opkomend "probleem" op te lossen, zonder te kijken waar het weg komt. Iedereen maakt zich bv. druk over de extra uitstoot van Ammoniak in de stal of bij het uitrijden van de mest. Dus gaan we zoeken hoe dit Varkentje te wassen waarbij we accepteren dat er Ammoniak is. Geen mens heeft de afgelopen decennia zich druk gemaakt over "Hoe komt het dat er meer ammoniak uitstoot is dan vroeger". Niemand heeft gedacht "Hoe binden we de stikstof via natuurlijke weg , zoals onze voorouders deden via stromest en compostering. Te duur zult u zeggen, of alle uiteindelijk niet werkende investeringen geen geld hebben gekost.
    We hebben ons laten leiden door de Gedachte de Knappe Koppen en de industrie lossen het wel op. Ja zij lossen HET, hun inkomen op peil houden, zeker op eventueel over uw (boeren)rug.

  • farmerbn

    Precies; nieuwe duurzame techniek kan nooit uit. Gewoon weer terug naar de grupstal of een simpele loopstal met 2x6 melkstal waarbij de boer een mooi inkomen heeft en de periferie het nakijken heeft. Terug naar de jaren tachtig waarin boeren mest uitreden met de ketsplaat in een regenbui of inregenden met de beregening.

  • Henk.visscher

    sugestie 4 de burger wil er niet extra voor betalen , voor de meerderheid van de burgers is dat zo, ik ken een paar varkenshouders die enorme investeringen hebben gedaan , varkens kregen meer ruimte, maar het product werd onvoldoende gekocht, ze zijn nu noodgedwongen gestopt.
    Als je zoiets wilt dan kan dat maar dan moet je alle vlees wat uit het buitenland komt en niet aan de eisen die hier gelden voldoet in de ban doen, anders is dit maar op zeer kleine schaal mogelijk

Of registreer je om te kunnen reageren.