1 reactie

‘Richt beleid niet alleen op koplopers in landbouw’

Overheden moeten aandacht verleggen van innovatoren in de landbouw naar de agrarische middengroep, vinden Ingrid Jansen en Gert-Jan Oplaat.

De Nederlandse agrarische sector is een wereldspeler van betekenis. De sector levert, mede door een sterke exportpositie, een belangrijke bijdrage aan onze economie en werkgelegenheid en is internationaal toonaangevend waar het gaat om innovatiekracht en het ontwikkelen van nieuwe kennis. Tegelijkertijd staat de economische positie van een grote groep agrariërs zwaar onder druk, onder meer vanwege lage marktprijzen voor hun producten.

Experimenteerruimte voor pioniers

De ernst van de situatie wordt breed onderkend. De afgelopen jaren is vanuit de overheid en de sector zelf een veelheid aan initiatieven genomen om de problemen waar de agrarische sector voor staat aan te pakken en duurzaamheid op gang te brengen. De afgelopen jaren waren het beleid en de bijbehorende financieringsarrangementen van de overheden met name gericht op de voorhoede: de innovatoren in de landbouw.

In de praktijk betekent dit dat experimenteerruimte in de regelgeving (tijdelijke vrijstellingen door Rijk en decentrale overheden) alleen beschikbaar is voor pioniers. Deze groep krijgt voorrang in stimuleringsregelingen in de vorm van subsidies, fiscale voordelen en financiering, groeiruimte in de vorm van ruimtelijke vergunningen en ondersteuning vanuit kennisinstellingen. De overheden beogen met deze aanpak dat deze ‘goede voorbeelden’ uitgerold worden naar de ‘middengroep’ van agrarische ondernemers.

De ‘middengroep’ is bezorgd dat nieuwe standaarden ontstaan waaraan zij niet kunnen voldoen

Kloof tussen koplopers en middengroep

Wij zien vanuit onze rol als katalysator van ontwikkelingen op het platteland in Oost-Nederland dat deze aanpak averechts lijkt uit te pakken. In de landbouwsector is een kloof aan het ontstaan tussen de ‘koplopers’ en ‘middengroep’ omdat deze laatste groep bezorgd is dat nieuwe standaarden ontstaan waar zij niet aan kunnen voldoen.

Deze groep ondernemers heeft te maken met uitdagingen als overtollige bebouwing, aanwezigheid van asbest, geen snel internet, oude energiehuishouding, schuldenproblematiek, zorg en sociaal isolement. Daarnaast zien ze ook de transities op zich afkomen op het gebied van verduurzaming, klimaat, energie en circulariteit. Deze ondernemers missen ofwel de motivatie ofwel de financiële draagkracht om snel tot actie over te gaan. Dat vraagt dus een andere aanpak van de overheid.

Ervencoaches geven agrariërs informatie over alle regelingen en beleid rond bedrijfsbeëindiging of bedrijfsgroei

Ervencoaches ondersteunen boeren

De provincie Overijssel heeft hier een goede stap gezet door ervencoaches aan te stellen die gemeenten in deze provincie actief ondersteunen en juist deze groep gaan bedienen. Een ervencoach helpt mensen na te denken over de toekomst. Ze geven agrariërs informatie over alle mogelijke regelingen en beleid rond bedrijfsbeëindiging of bedrijfsgroei. Een vervolgstap zou zijn om ook beleid te ijken, inclusief het bijbehorend instrumentarium. Want we willen naast de innovatoren in de landbouw juist de middengroep in beweging krijgen.

In Gelderland zien we nog terughoudendheid met een dergelijke aanpak met ervencoaches, terwijl dit een van de provincies is in Nederland waar de meeste landbouwers gevestigd zijn. Het beleid en de arrangementen van Gelderland zijn met name gericht op de koplopers in de provincie, terwijl het juist zo belangrijk is om ook aandacht te hebben voor de middengroep.

Wij roepen de overheden op om een aanpak zoals in Overijssel te omarmen. Waarbij er ruimte blijft voor de koplopers én de middengroep. Zodat we ook in de toekomst op het gebied van landbouw een wereldspeler blijven.

Medeauteur: Gert-Jan Oplaat, voorzitter van Stimuland

Eén reactie

  • Noordam2

    de middengroep is bezorgd dat nieuwe standaarden ontstaan waaraan zij niet kunnen voldoen. Of willen zij niet de moeite nemen om er aan te voldoen!
    Een voorbeeld is Planet Proof. De voorlopers kunnen er zonder veel moeite aan voldoen en ja, het is binnen twee jaar de standaard. Ingrit en GertJan vinden nu dat de voorlopers maar pas op de plaats moeten maken zodat we minder doorontwikkelen. Wat mij betreft een foute benadering. Vol inzetten op vernieuwing, lees milieu bewuster. Ik kan niet begrijpen dat voor de sector twee
    belangrijke personen op de rem willen trappen.

Of registreer je om te kunnen reageren.