Redactieblog

‘Beleid afstemmen met regio’s kost vooral tijd’

Als de overheid maatregelen wil treffen, staan er vaak meerdere kapiteins op het schip.

De sanering van asbestdaken is in volle gang. De overheid wil asbestdaken per 2025 verbieden vanwege het gevaar van daken voor de volksgezondheid. De Eerste Kamer moet de wet nog goedkeuren, maar gezien de hoge tijdsdruk om alle 120 miljoen m2 aan asbest voor 2025 te verwijderen, wordt er al jaren aan gewerkt.

Om de asbestsanering alvast op gang te helpen, opende toenmalig staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu Dijksma in 2016 een subsidieregeling om eigenaren van daken met asbest te stimuleren hun asbestdaken te vervangen.

Asbestsanering bij een melkveebedrijf in Friesland.
Asbestsanering bij een melkveebedrijf in Friesland.

Regeling vraagt veel afstemming

De regeling was een succes: eind 2018 was het totale budget van € 75 miljoen op. Politici en belangenbehartigers van dakeigenaren vrezen dat de sanering nu weer stil komt te liggen, omdat de subsidie op is.

Verantwoordelijk staatssecretaris Stientje van Veldhoven komt daarom met een oplossing: een fonds waar dakeigenaren – die de sanering van het dak niet kunnen betalen – een lening kunnen krijgen.

Zowel rijksoverheid, decentrale overheden als banken dragen bij

Hoewel het fonds al geruime tijd geleden is aangekondigd, is nog steeds niet precies duidelijk hoe de regeling eruit gaat zien. Het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting, provincies, gemeenten en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werken samen aan het fonds. Rijksoverheid, decentrale overheden en banken dragen bij.

Als veel partijen samenwerken, vraagt dit veel afstemming. “Momenteel wordt dat in alle benodigde details verder uitgewerkt. Dit moet uiteraard zorgvuldig gebeuren, in samenspraak met de betrokken partijen, en dat kost tijd”, is het antwoord op de vraag waarom alles zo lang duurt.

Warme sanering varkenshouderij

De warme sanering van de varkenshouderij kent een vergelijkbare situatie. De rijksoverheid trekt € 120 miljoen uit voor de opkoop van varkenrechten en de vergoeding van stallen voor varkensbedrijven die willen stoppen.

De regeling is alleen bedoeld voor varkenshouders in mestregio’s zuid en oost die geuroverlast veroorzaken. Of de regeling echt aantrekkelijk is voor varkenshouders die overwegen te stoppen, staat of valt bij het flankerend beleid van provincies en gemeenten.

Overheden zijn niet happig om de portemonnee te trekken en ze zullen zeker naar elkaar kijken wat anderen doen

Maar hoe dát er precies uit gaat zien, is nog onderwerp van gesprek. Provincies wilden persé een sloopverplichting opnemen in de saneringsregeling. Varkenshoudersorganisatie POV vindt dat de provincie dan ook de sloopkosten moet betalen.

En daar ligt een pijnpunt: geld. Overheden zijn niet happig om de portemonnee te trekken en ze zullen zeker ook naar elkaar kijken wat anderen doen. Dat kost geen centen, maar wel tijd.

Het gevolg van alle afstemming en de overleggen met overheden is vooral dat het proces veel langer duurt. Iedereen moet ermee instemmen en de belangen verschillen nogal per gemeente of provincie. De een heeft immers meer varkensbedrijven of asbestdaken dan de ander.

Toenemende onzekerheid

Voor ondernemers betekent de afstemming met gemeenten en provincies vooral langer onduidelijkheid en onzekerheid en uiteindelijk – afhankelijk van de locatie – gunstiger of juist ongunstiger beleid.

De landelijke politiek hamert op duidelijkheid, maar ministeries verwijzen vervolgens door naar provincies en gemeenten. En die verwijzen in sommige gevallen weer terug naar de landelijke overheid. Of het allemaal beter wordt, is maar zeer de vraag. Maar dat het langer duurt, is zeker.

Of registreer je om te kunnen reageren.