Redactieblog

2 reacties

Nederland is in Brussel rigide en weinig empathisch

Nederland is in Brussel over het algemeen best effectief. Maar Brusselse waarnemers vinden dat de Nederlandse invloed op het Gemeenschappelijk landbouwbeleid juist beperkt is.

Rigide en weinig empathisch. Zo zien buitenlandse waarnemers in Brussel de Nederlandse houding bij de positiebepaling in de Europese Unie. Althans, dat komt naar voren in een onderzoek van het instituut Clingendael in opdracht van de Tweede Kamer.

Nederland wel effectief

De weinig complimenteuze beoordeling heeft – in de ogen van buitenlandse waarnemers – niet per se een negatief effect op de effectiviteit van Nederland in Brussel. De diplomatieke voorpost van Nederland in Brussel, de Permanente Vertegenwoordiger, is weliswaar sterk gebonden aan het mandaat dat hij vanuit Den Haag meekrijgt, maar hij kan desondanks wel effectief opereren. In een lijstje van effectiefste landen in Brussel zetten Brusselse waarnemers Nederland na Duitsland op de tweede plaats.

Nederland slaagt er volgens de waarnemers in om vooral op het gebied van klimaatbeleid, de interne markt en het Europees monetair beleid invloed uit te oefenen. Op het gebied van het landbouwbeleid bestaat juist de indruk dat Nederland weinig invloedrijk is. Dat is opvallend, constateren de onderzoekers, “omdat modernisering van het Europees landbouwbeleid juist hoog op de Nederlandse agenda staat”.

Nederland eigengereid

Het beeld in Brussel is allerminst dat Nederland aan de leiband loopt of ‘het beste jongetje van de klas wil zijn’, zoals in landbouwvergaderzalen nog wel eens de algemene indruk lijkt te zijn. De eigengereidheid van Nederland ten opzichte van de Europese grondwet (in 2005 in een referendum afgewezen) heeft het beeld van Nederland in Brussel danig beïnvloed. Datzelfde geldt voor de houding tegenover het Oekraïneverdrag.

Staatssecretaris in plaats van minister

Nederland levert waar nodig een inbreng in de ministersoverleggen. Soms blijven bewindslieden gewoon weg – en dat valt op bij de collega‘s. En bewindslieden worden gemist op informele bijeenkomsten. Het valt ook op als Nederland niet een minister, maar een staatssecretaris naar Brussel stuurt. Dat de opeenvolgende staatssecretarissen Henk Bleker, Co Verdaas, Sharon Dijksma en Martijn van Dam zich in Brussel landbouwminister mochten noemen, betekent niet dat hun politieke gewicht net zo zwaar werd gewogen als dat van een bewindspersoon die ook in eigen land minister is.

Nederland heeft de reputatie dat het boven zijn gewicht weet te boksen

Het Clingendael-rapport geeft daarvan een ander voorbeeld. Toen staatssecretaris Jan Kees de Jager (Financiën) in het eerste kabinet-Rutte promoveerde tot minister, zorgde dat voor een zichtbaar verschil in het gezag waarmee hij over een dossier in Brussel kon onderhandelen.

Rutte is zowel kracht als zwakte

De ervaring en kennis van Rutte is een kracht van Nederland in Brussel, maar tegelijk ook een zwakte. Want als Rutte als premier wegvalt, vermindert ook de invloed van Nederland in Brussel. “Nederland heeft de reputatie dat het boven zijn gewicht weet te boksen, mede door het positieve profiel van premier Mark Rutte”, aldus het Clingendael-rapport.

Laatste reacties

  • ENDE902

    Bovenstaand verhaaltje roept bij mij de vraag op: zijn wij als agrarische sector verantwoordlijk voor hetgeen de natioanale politiek mis laat lopen aan aanzien in Brussel?
    Volgens mij niet, maar het kan zijn dat ik het verkeerd zie.

  • koestal

    Schreijer en Huitema zijn te soft,anders was de fosfaatwet er ook niet gekomen,ze hebben onvoldoende steun van hun eigen partijen.

Of registreer je om te kunnen reageren.