3 reacties

‘Arrest fosfaatrechten gemiste kans’

De Pachtkamer van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 26 maart een onnavolgbare uitspraak over de fosfaatrechten gedaan, vindt Dries van Rozen. Hij mist steekhoudende argumenten. Ook dreigen grotere onenigheid tussen verpachter en pachter plus vele procedures.

De Bond van Landpachters en Eigen-grondgebruikers (BLHB) zag deze procedure als een proefproces en heeft deze ondersteund. Ze was van mening dat de verpachter geen recht op deze rechten had en bij vervreemding door de pachter geen recht op een vergoeding had. Veel belangrijker was nog dat een zorgvuldige procedure werd gevoerd zodat een uitspraak tot stand kwam waarmee pachters en verpachters in de praktijk aan de slag konden. De uitspraak is daarin niet geslaagd, mist gezag en is op veel onderdelen onnavolgbaar en discutabel.

Fosfaatrechten op naam

Het hof oordeelt dat de fosfaatrechten in beginsel van de pachter zijn en dat er geen reden is om deze rechten over te dragen. Ook hangen de fosfaatrechten niet aan de grond en de gebouwen. Alleen als er langdurig bedrijfsmiddelen aan de pachter beschikbaar zijn gesteld, leidt dit volgens het pachthof tot een aanspraak. De fosfaatrechten moeten dan aan de verpachter worden overgedragen. De verpachter is echter geen veehouder en kan de fosfaatrechten niet op naam krijgen: een niet uit te voeren onderdeel.

Tenminste 15 hectare grond

De verpachter kan alleen aanspraak maken als er tussen verpachter en pachter op 2 juli 2015 een reguliere of geliberaliseerde overeenkomst met tenminste 15 hectare bestond die bij het aangaan 12 jaar of langer duurt en/of bij een hoevepacht of pacht van een gebouw dat specifiek voor de melkveehouderij is ingericht. In veel gevallen is echter de ligboxenstal een pachtersinvestering zodat de verpachter daarop geen claim kan leggen.

Het lijkt wel een redenering van een rentmeester

Waarde landbouwgrond

De potentieel mindere waarde van grond na het einde van de pacht is volgens het pachthof aan de orde indien deze zonder fosfaatrechten worden opgeleverd. Dat de grond zonder fosfaatrechten mogelijk minder waard wordt, is niet te onderbouwen en is in de praktijk ook niet het geval. Door het gebrek aan feiten wordt de zorgvuldigheid van deze uitspraak teniet gedaan.

De grens van 15 hectare is volgens het pachthof zelf arbitrair, maar het vindt deze grootte desondanks acceptabel. De motivatie daarvoor is dat de verpachter een aanzienlijke hoeveelheid fosfaatrechten nodig heeft, als hij zelf melkveehouder wordt of de melkveehouderij wenst door te schuiven naar een derde. Deze grens en de motivatie daarvan zal bij vervolgprocedures niet houdbaar zijn. Het lijkt wel een redenering van een rentmeester.

Lees verder onder de foto.

De uitspraak van het pachthof over fosfaatrechten mist gezag en is op veel onderdelen onnavolgbaar, zegt Van Rozen. - Foto: Peter Roek
De uitspraak van het pachthof over fosfaatrechten mist gezag en is op veel onderdelen onnavolgbaar, zegt Van Rozen. - Foto: Peter Roek

De verdeling

De verdeling van 50% van de fosfaatrechten voor de gebouwen en 50% op de grond komt in de uitspraak uit de lucht vallen. Een onderbouwing ontbreekt in de uitspraak en is dus een omissie.

Door de pachter is ingebracht dat de fosfaatrechten niet als een productiemiddel konden worden aangemerkt. Het pachthof ziet de fosfaatrechten wel als een productiemiddel, maar gaat niet nader op dit punt in. Omdat het productierecht zou zijn, wordt tussen de verpachter en pachter een gelijke verdeling aangehouden. Overigens stelt het pachthof dat fosfaatrechten niet met het melk- en suikerquotum kunnen worden vergeleken. Een onderbouwing van de gelijke verdeling tussen verpachter en pachter zou gewenst zijn, maar ook dit ontbreekt.

Teleurstelling

Het pachthof rechtvaardigt zijn uitspraak grotendeels op de redelijkheid en billijkheid en schijnbaar daarmee ook dat essentiële onderbouwing van verschillende onderdelen mogen ontbreken. Ook zijn diverse overwegingen en afwegingen discutabel en onnavolgbaar. De conclusie is dat deze uitspraak op essentiële onderdelen tekortschiet en daarom is het wenselijk om in cassatie te gaan.

Door deze uitspraak worden vele procedures tussen verpachters en pachters voorzien omdat deze voor niemand als leidraad kan dienen. Dit is dus een gemiste kans. Het vreemde van deze uitspraak is dat de pachter zelf in deze procedure nog geen duidelijkheid heeft. De uitspraak van het pachthof is voor hem leidend, maar op diverse onderdelen wijkt zijn situatie van deze uitspraak af.

Laatste reacties

  • Albert Albers

    '2 juli 2019' moet ''2 juli 2015' zijn.

  • Beheerder

    Beste Albert Albers. Dank voor je reactie. Je hebt gelijk. De tekst is aangepast.

  • Als de pacht kamer redelijk en billijk is, zoals beweert in het bovenstaande , zal het niet meer als" redelijk en billijk "zijn dat de waardestijging van de verpachte grond ook gedeeld wordt met de pachter ,die al die jaren ook nog eens de grond vruchtbaar heeft gehouden , door optimaal te bemesten ,

Of registreer je om te kunnen reageren.