Redactieblog

4 reacties

‘Tweedeling bedrijven lost weinig op’

Bij discussies over de wenselijke ontwikkeling van de landbouw wordt wel gedacht aan een soort tweedeling.

Een deel van de bedrijven zou vooral gericht moeten zijn op de (wereld-)markt en dus de nadruk moeten leggen op efficiëntie en concurrentiepositie. De andere zouden zich meer moeten richten op de wensen van de samenleving, met veel aandacht voor natuur, landschap, biodiversiteit, etc. (‘natuurinclusief’). De laatste groep zou hogere prijzen moeten krijgen.

Deling is nooit geweldig gebleken

In het verleden zijn indelingen van agrarische bedrijven niet erg nuttig gebleken. Dat komt in de eerste plaats doordat de werkelijkheid veel diverser is dan een twee- of driedeling suggereert. Een bedrijf kan melk produceren voor de wereldmarkt, maar daarnaast groene diensten leveren, zoals onderhoud van houtwallen of zorg voor weidevogels.

‘Maatregelen voor de ene groep hebben gevolgen voor de andere’

In de tweede plaats hebben bedrijven uit de diverse ‘hokjes’ op veel punten met elkaar te maken. Ze beconcurreren elkaar op de grondmarkt, bij dier- en fosfaatrechten en bij ammoniakemissie. Bij de verdeling van fosfaatrechten bleek duidelijk dat maatregelen voor de ene groep gevolgen hebben voor de andere.

Bedrijven en consumenten kunnen veranderen

Ook kunnen bedrijven veranderen in oriëntatie, onder meer om economische redenen. Als het produceren van melk financieel aantrekkelijker wordt ten opzichte van natuurbeheer, komt er meer aandacht voor melkproductie en minder voor natuur. De afname van het aantal agrarische bedrijven met natuurbeheer tussen 2013 en 2016 wijst daarop.

Daarnaast bestaat er aan de afzetkant concurrentie tussen ‘wereldmarktgerichte’ en ‘samenlevingsgerichte’ bedrijven. Als de producten van de tweede groep te duur worden, gaan consumenten switchen.

Er wordt geen brug geslagen tussen boer en burger

Tenslotte: zelfs als de helft van de Nederlandse consumenten bereid zou zijn extra te betalen voor ‘natuurinclusieve’ voedingsmiddelen, gaat het nog maar om 10 tot 15% van de totale productie. Het overgrote deel van de productie blijft gericht op de wereldmarkt en voldoet slechts ten dele aan de wensen van de Nederlandse samenleving. De kloof tussen boer en burger wordt niet gedicht.

Beleid moet niet gericht zijn op groepen, maar op doeleinden.

Laatste reacties

  • Firma Vellenga

    U schrijft het wel mooi onderbouwd op toch ben ik een voorstander van een tweedeling. Een boomwal mooi onderhouden door een intensieve boer heeft niets met zijn koeien te maken. Door tweedeling gaat de communicatie volgens mij wel vooruit. Op dit moment staan we vaak loodrecht tegen over elkaar met standpunten. En de consument kan zijn eigen keuzes maken. We leven niet meer in het verleden toen het biologische boeren met de nek werd aangekeken en afgekeurd door de meeste boeren.

  • Bennie Stevelink

    Vellenga, een tweedeling is iets anders dan inspelen op specifieke marktsegmenten. Daar, waar markt voor is heeft altijd bestaansrecht.

  • Jan-Zonderland

    De huidige politiek is er een van verdeel en heers. Overal wordt tweedeling gezaaid in de maatschappij met als doel dat het nooit zal gebeuren dat een hele bevolkingsgroep het unaniem met elkaar eens is en zich gaat verenigen om weerstand te bieden aan de politiek. Daarom zal er nooit een algemeen boerenprotest komen tegen overheidsbeleid. De tweedeling is overall zo groot dat men niet meer unaniem voor elkaar op kan komen. Je hebt grondgebonden versus niet grondgebonden, weiders en niet weiders, groeiers en niet groeiers (fosfaatregels), biologisch en gangbaar, wereldmarktproducenten en locale marktproducenten. Allochtonen en autochtonen, links en rechts, etc etc. Zo houdt men de bevolking onder de knoet en kan de politiek doen wat ze willen.

  • Alco

    Tweedeling suggereert dat het éne niet goed is en het andere wel.
    Alles is goed, waarbij het éne de consument met loze maatregelen probeert te paaien.

Of registreer je om te kunnen reageren.