4 reacties

‘Een zekere gronduitslag bestaat niet’

Voor een ‘grondjunk’ als Eddie Loonstra is het niet verbazend dat analyses van grondmonsters grote verschillen tonen. Hij roept de laboratoria op om bij de uitslagen ook de onzekerheid aan te geven.
Het nemen van grondmonsters op een aardappelperceel. - Foto: Hans Prinsen
Het nemen van een grondmonster. - Foto: Hans Prinsen

Als grootverbruiker van grondonderzoek was ik niet echt verbaasd over de resultaten van het Boerderij-grondonderzoek. Boerderij had een mengmonster gestoken en deze vervolgens aangeboden bij 7 laboratoria. Met behoorlijke verschillen in onder andere fosfaat en organische stof tot gevolg.

Shocking? Als je niet bekend bent met de diverse laboratoria en hun werkwijze, dan vermoedelijk wel. Voor een grootverbruiker als ik is het onderzoek een bevestiging van een fact of life. Laboratoria verschillen nou eenmaal in aanpak en dat heeft verschillen in resultaat tot gevolg. Immers, de een gebruikt analysemethode X, de andere Y. De een werkt met ervaren personeel, de ander met jong. Enzovoort, enzovoort.

Grondmonsters van groot belang

In mijn werk, ik produceer onder andere digitale bodemkaarten en taakkaarten voor precisielandbouw, zijn grondmonsters van groot belang. Om een bodemkaart van gegevens van een bodemscanner te kunnen maken, heb je uitslagen van grondonderzoek nodig. Als een soort van kalibratie, zeg maar. Door sensorgegevens met grondmonsters te vergelijken, kun je met wat statistische grappen en grollen een bodemkaart van het hele perceel produceren.

‘Voor een grootverbruiker als ik, is het onderzoek een bevestiging van een fact of life’

Alle gekheid op een stokje; in dit statistische proces is kwaliteit van gegevens van groot belang. Gigo, ‘Garbage in, garbage out’, is niets voor niets een gevleugelde uitdrukking in het werkveld. Je kunt nog zo’n goed systeem hebben, maar als je met onjuiste gegevens werkt, dan zal dat slimme systeem alleen maar onjuiste informatie genereren. Vanuit dat oogpunt ben ik zeer kritisch op de gegevens waarmee ik werk; zowel die van sensoren als die van grondonderzoek.

In de praktijk uit zich dat voor mij in twee belangrijke keuzes.

Consequent met zelfde lab werken

Omdat ik al vrij snel ervoer dat laboratoria moeilijk vergelijkbaar zijn, heb ik gekozen om consequent met een en hetzelfde lab te blijven werken. De fout(en) van dat lab zitten dan tenminste consequent in alle analyseresultaten die ik ontvang. Ik ga er wel van uit dat mijn lab reproduceerbaar werkt. Als een fosfaatgetal als laag wordt aangemerkt, dan moet een herhaling van dat grondonderzoek ook weer een laag fosfaatgetal opleveren. Het onderzoek van Boerderij komt gelukkig tot de slotsom dat dit het geval is (pffff).

Foto: Studio 38°C
Foto: Studio 38°C

Zoveel mogelijk monsters

De tweede keuze die ik gemaakt heb, is dat ik zo veel monsters als (financieel) mogelijk is van een gescand perceel wil halen (1 op 1,5 ha in mijn geval). Want met meer data kan ik mijn bodemkaarten statistisch beter kalibreren. En meer data – lees meer grondmonsters – geven mij ook de mogelijkheid om een individuele uitslag van een lab te beoordelen ten opzichte van alle uitslagen van dat perceel. Afwijkende uitslagen in de vorm van een analytische labmiskleun haal ik er zo sneller uit. Een heranalyse is dan gauw aangevraagd.

‘Voor deze bodemonderzoekjunk is dus vooral de juistheid van de variatie in grondonderzoek essentieel’

Is het onderzoek van Boerderij daarmee niet relevant voor precisielandbouw? Juist wel, want achter de tussenlabse verschillen gaat een ontwikkeling schuil die ik professioneel nauwlettend volg, namelijk modellering – en daarmee nivellering – van grondonderzoek.

Daarom beste labs, neem uw verantwoordelijkheid en rapporteer behalve de uitslag ook de onzekerheid van de uitslag. Dan is het voor iedereen in de sector duidelijk hoe het zit.

Laatste reacties

  • farmerbn

    Dan kom je snel op 50% onzekerheid uit. Het is goed of het is fout ;)

  • Jan-Zonderland

    Eddie gebruikt altijd hetzelfde lab voor zijn grondmonsteranalyses want zo zegt hij, dan is de foutmarge altijd constant. Maar wel constant fout. Wat moet je daar nu mee ? Is het nu zo moeilijk om de werkelijke excacte gehaltes te bepalen ? Men schijn stoffen te kunnen detecteren tot 1 op 10 miljard delen. Hoe moeilijk is het dan om precies te bepalen hoeveel organische stof of fosfaat er in een bepaald grondmonster zit ? Het ontgaat mij allemaal een beetje. Waar zijn we dan al die tijd mee bezig geweest ? Alle bemesting afstemmen op gegevens die gewoon niet deugen.

  • ,

    Het lijkt de overheid wel

  • Mtswie

    Toch te zot voor woorden dat je wordt afgerekend op analyses met z'on grote foutmarge.

Of registreer je om te kunnen reageren.