‘Vakmanschap, trots en vertrouwen helpen landbouw verduurzamen’

Peter Erik Ywema werkte internationaal aan duurzaamheidkwesties tussen supermarkten en boeren. Die werkwijze was demotiverend voor boeren, ziet hij nu in. Afgelopen jaar fietste hij van boer naar boer door Europa en leerde dat vernieuwing alleen met vakmanschap en trots tot stand komt.

Tien jaar lang ben ik directeur geweest van het Sustainable Agriculture Initiative (SAI Platform). Dit platform verenigt de mondiale voedingsmiddelenbedrijven en supermarkten. In dat platform werkten we aan duurzaamheidskwesties die de boer raken of die de boer veroorzaakt. Allemaal issues waar elk weldenkend mens het belang wel van ziet, maar die niet altijd gemakkelijk te realiseren zijn. En die goeie ideeën komen bij de boer terecht in de vorm van vragen, criteria en eisen. Inhoud goed; werkwijze redelijk demotiverend.

Nieuwe uitdaging

Eind 2017 heb ik besloten een nieuwe uitdaging te zoeken. Om inspiratie op te doen, ben ik op 5 januari op de fiets gestapt en ben van boer tot boer naar het zuiden van Spanje gereden. Ik heb gelogeerd bij Nederlandse, Belgische, Franse en Spaanse boeren om hun verhalen te horen en op te tekenen. Ik heb veehouders en zuivelaars, maar ook akker-, tuin- en wijnbouwers ontmoet. Ik heb genoten van hun gezelschap, gastvrijheid en verhalen.

Persoonlijke relatie koper en verkoper

Een terugkerende observatie raakt de kern van ons voedselproductiesysteem: zolang het kleinschalig en/of lokaal is, zijn alle relaties van een menselijke aard. Wordt het groter, dan worden de relaties zakelijker. Dit lijkt een dooddoener, maar de gevolgen zijn onbedoeld groter dan we ons vaak realiseren.

‘Zolang de prijs oké is, haal ik voldoening uit contact en waardering’

Een Franse schapenboer aan het werk. Op kleine schaal werken met persoonlijke relaties, heeft een gunstige invloed op de kwaliteit, zag Peter Erik Ywema. - Foto's: ANP
Een Franse schapenboer aan het werk. Op kleine schaal werken met persoonlijke relaties, heeft een gunstige invloed op de kwaliteit, zag Peter Erik Ywema. - Foto's: ANP

Op het moment dat er een (langdurige) persoonlijke relatie bestaat tussen boer en koper, spelen menselijke waarden en omgangsvormen als vertrouwen, gunnen, complimenten geven en krijgen, vakmanschap en trots een bijzonder grote rol. Dat soort waarden bepalen in hoge mate de kwaliteit, smaak en productiewijze van de appel, de melk, de wortel of de wijn. “Zolang de prijs oké is, haal ik voldoening uit contact en waardering”, hoorde ik keer op keer.

Hoe groter, hoe minder gelukkig

In zakelijke, vaak onpersoonlijke, relaties tellen dergelijke waarden niet. Prijs en een minimum kwaliteit (inclusief voedselveiligheid) zijn de enige zaken die tellen in het economische verkeer.

Akkerbouwers aan het werk in Zuidwest-Frankrijk tijdens de oogst vorig jaar. Kleinschalig werken met persoonlijke relaties brengt boeren meer geluk dan een groot bedrijf, signaleert Peter Erik Ywema.
Akkerbouwers aan het werk in Zuidwest-Frankrijk tijdens de oogst vorig jaar. Kleinschalig werken met persoonlijke relaties brengt boeren meer geluk dan een groot bedrijf, signaleert Peter Erik Ywema.

Boeren met klanten die hen persoonlijk kennen, schenen mij zonder uitzondering het gelukkigst, terwijl de grootgrondboeren met 100 hectare of meer zelden een gelukkige indruk maakten. De grote akkerbouwers verdienden daarbij vaak ook nog eens te weinig om zonder EU-subsidie of aanvullend salaris van hun echtgenote te kunnen rondkomen. Trots en passie zag ik bij hen nauwelijks.

Steeds minder gemotiveerd

Wanneer de klantrelaties onpersoonlijk zijn, is ook de moraal of motivatie om iets extra’s te doen laag. En dat is nu juist de situatie in het industriële, commerciële voedselsysteem. Onder de vlag van ‘efficiëntie’ zijn de relaties tot op het bot uitgekleed. En als je dan, via administratieve weg, extra voedselveiligheids- of duurzaamheidscriteria gaat invoeren, kan het nobele oogmerk en zelfs de urgentie van duurzaamheid de uitgeholde relatie niet helen.

‘En dan komt de auditor de papieren controleren’

Op zo’n moment komen de juiste inhoud en de goede intenties niet over en wordt duurzaamheid al snel synoniem aan het juist invullen van een vragenlijst. Dat frustreert meer dan dat het echt betere praktijken op de boerderij brengt. Helemaal als we dan, na het invullen, nog een auditor langs sturen die gaat kijken of het wel klopt. Hoe? Door de papieren te controleren! De boer voelt zich niet gezien; en eigenlijk wordt de koper er ook niet beter van.

Boeren gedwongen tot liegen

Een Nederlandse fruitteler vertelde me het volgende: “Het ergste vind ik eigenlijk dat ze ons dwingen te liegen. Als we een bepaald middel niet meer mogen gebruiken, vult iedereen braaf in dat ze het niet gebruiken. Het is in België legaal te koop en we hebben geen alternatief, dus je kunt uittellen wat er gebeurt. De inkoper van de supermarkt zegt dan: het maakt mij niet uit wat je doet, als je het maar niet opschrijft, want dan kan ik het niet kopen.”

Trots op je product

De lokaal leverende, West-Europese boer vraagt geen (biologische) certificaten of labels aan. Zijn klanten komen gewoon een praatje maken en zien hoe hij zijn werk doet. Hij vraagt niet te veel voor zijn product en zij betalen niet te weinig, omdat de relatie hen kostbaar is.

‘Veel boeren werken op papier wel mee, maar niet met hun hart’

Het is de manier waarop die duurzaamheidschecklists worden rondgestuurd, die tegen de borst stuit. Het zijn de auditor-kosten die de boer moet betalen om zich te laten controleren, omdat iemand anders hem niet vertrouwt. Veel boeren werken dus op papier wel mee, maar niet met hun hart. Terwijl ik op mijn fietstocht zag dat de meeste boeren maar al te graag willen. Want wie wil er nu niet trots zijn op het product dat hij maakt? Als we vakmanschap, trots, samenwerking en vertrouwen beter laten helpen bij de verduurzaming van de landbouw en ons voedsel, wordt het beter en leuker voor iedereen.

Of registreer je om te kunnen reageren.