4 reacties

‘Geen landschapspijn, maar landschapspracht’

Sprake van een industrielandschap met betongras voor turbokoeien? Absoluut niet, zegt Helma Lodders.

Koeien grazen in een verse wei. Boeren zijn druk met het poten van aardappelen. De uien- en de suikerbietenplanten steken hun jonge kopjes boven de grond en de tulpenvelden kleuren bont. In de frisse voorjaarszon komt het karakteristieke Nederlandse polderlandschap met haar afgebakende kavels nog meer tot haar recht dan in de rest van het jaar.

Landschapspijn

Echter, dat niet iedereen het Nederlandse platteland kan waarderen blijkt uit het boek van Jantien de Boer over landschapspijn. Hierin wil ze het schrijnende gevoel dat het wegkwijnende Friese landschap bij haar oproept, overbrengen op anderen: ‘een industrielandschap met betongras voor turbokoeien waarin geen grutto, geen scholekster of geen kievit meer te vinden is’. Een gemiste kans! Want in plaats van dit sombere beeld schetsen, waarin met weemoed wordt teruggekeken naar vroeger, zou De Boer ook de meerwaarde van het unieke Nederlandse platteland met al haar kansen kunnen beschrijven waarin onze boeren een cruciale rol spelen.

‘Boeren gebruiken moderne landbouwmachines en koeien staan op stal met waterbedden’

Voedselproductie

In de naoorlogse periode was er een gebrek aan voedsel. Iets wat we ons vandaag de dag nauwelijks nog kunnen voorstellen. In die periode is besloten om de voedselproductie te verhogen en de landbouw naar een hoger niveau te tillen. En dat is gelukt. Waar de boeren vroeger met paard en wagen het land op gingen en de koeien vastgebonden stonden in een kleine grupstal, gebruiken boeren tegenwoordig moderne landbouwmachines en staan de koeien op stal met waterbedden. Deze ontwikkelingen hebben het landschap veranderd. Dat is niet per se slecht, het heeft ons juist heel veel gebracht.

Groeiende wereldbevolking

Al jaren zijn onze Nederlandse boeren en tuinders, na de Verenigde Staten, tweede voedselexporteur van de wereld. Hiermee levert de sector een belangrijke bijdrage aan onze economie, brengt ons welvaart en zorgt voor veel banen. Daarnaast biedt onze Nederlandse land- en tuinbouw een oplossing voor maatschappelijke vraagstukken, zoals de toenemende vraag naar voedsel door de groeiende wereldbevolking en het klimaatvraagstuk.

‘Voor de productie van 1 kilo rijst is 2.500 tot 5.000 liter water nodig’

Milieu-impact

Zo hebben onze Nederlandse boeren de laagste milieu-impact ter wereld. Waar een Westlandse tuinder gemiddeld 4 liter water nodig heeft voor 1 kilo tomaten, heeft zijn Spaanse collega gemiddeld 60 liter water nodig voor dezelfde kilo. En voor de productie van 1 kilo rijst in bijvoorbeeld China is 2.500 tot 5.000 liter water nodig, terwijl voor de minstens zo voedzame aardappel voor eenzelfde hoeveelheid maar 290 liter nodig is. Nederlandse aardappeltelers gebruiken zelfs maar 100 liter water. En denk aan onze boeren die van koeienpoep een ‘groene’ kunstmest maken, zodat ze minder chemische kunstmest nodig hebben. Of onze boeren die in staat zijn om met behulp van drones heel gericht gewassen van extra voedingsstoffen kunnen voorzien of kunnen beschermen tegen ziekten en ongedierte. Kennis en technieken waarmee Nederland ook de rest van de wereld echt een stap verder kan helpen.

‘We zien een opmars van de vos, de ooievaar en de buizerd’

Weidevogels

Mooie ontwikkelingen, zou ik willen stellen. Dat deze ontwikkelingen van de afgelopen jaren ook invloed hebben op het landschap – zoals De Boer schetst – is zeker waar. Maar dan moeten we ook wel duidelijk schetsen hóe dat komt. Neem de ontwikkelingen die zijn ingegeven door een maatschappelijke discussie, zoals het klimaat of dierenwelzijn. Niemand wil landbouwdieren gehuisvest zien in een kleine bedompte stal waar nauwelijks ruimte is voor beweging. Deze kleine bedompte stallen maken daarom terecht plaats voor grote, lichte en ruimere stallen. Gevolg: dat zie je terug in het landschap. Daar kunnen we negatief over zijn, of het positieve van inzien. Ik kies dat laatste. En die maatschappelijke discussie geldt ook voor de weidevogels. We vinden het allemaal mooi als de grutto of de kievit haar jongen groot brengt, maar tegelijkertijd zien we een opmars van de vos, de ooievaar en de buizerd en deze dieren zijn nou eenmaal een natuurlijke vijand voor weidevogels.

‘Wanneer boeren slecht voor hun land zorgen zal dit in hun nadeel gaan werken’

Toekomst

Zoals ik begon, De Boer wil in haar pamflet een kwijnend beeld neerzetten. En daarin gaat zij totaal voorbij aan een ontzettend belangrijk punt. Namelijk dat geen enkele groep zo veel belang heeft bij een goed werkend landschap met al haar biodiversiteit als de boeren zelf. Want het is de bij die voor de bestuiving zorgt en de insecten die als een natuurlijke vijand van andere beestjes optreedt. Wanneer de boeren slecht voor hun land zorgen en geen rekening houden met natuur of milieu zal dit in hun nadeel gaan werken. Mevrouw De Boer gaat met haar verlangen om terug te gaan naar oude Friese landschap een stap terug in de tijd en dat lijkt me verre van verstandig. Ik geniet in ieder geval wél elke dag van alle pracht van ons Nederlandse landschap en denk liever aan een toekomst vol kansen!

Zondag 29 april neemt Helma Lodders deel aan het discussieprogramma Buitenhof, vanaf 12.10 uur op NPO1.

Laatste reacties

  • Firma Vellenga

    Dank Helma Lodders dit hebben we nodig. Wij volgen mevrouw de Boer al jaren in de leeuwarder Courant waar ze altijd een stukje in schrijft. Het staat altijd vol van sneue dieren verhalen. Vandaag zaterdag vind ze het sneu om een egeltje naar buiten te doen die een winterslaap heeft gehouden in haar kas. Vorige week een zelf soort verhaal. Ja, dan krijg je die stedelingen wel mee. Als zei het dan over landsapspijn heeft dan kunnen wij maar in de verdediging gaan. De toon is al gezet. Ja, landschapsvreugde zou een mooie nieuwe titel kunnen zijn voor een boek. Laat zij deze nu maar niet schrijven

  • hollandagri

    Er zijn instellingen die leven van gefraamde problemen

  • Maas1

  • Maas1

Of registreer je om te kunnen reageren.