3 reacties

‘Middelen niet verbieden op puur politieke gronden’

Voer geen debat over gewasbescherming op emotionele gronden, zegt Maurits von Martels. Waar dat kan, werken Nederlandse boeren en tuinders met milieuvriendelijke middelen. Maar in sommige gevallen zijn er gewoonweg geen alternatieven voor neonicotinoïden en fipronil.

Dagblad Trouw schreef op 26 februari naar aanleiding van een publicatie in een wetenschappelijk tijdschrift, dat gebruik van neonicotinoïden en fipronil in de landbouw onnodig zou zijn. “Bijengif en fipronil zijn onnodig, zeggen wetenschappers: alternatieven zijn er volop.”

Uitgebreid beoordeelde middelen

Ik denk dat het goed is om een en ander in perspectief te zetten. De middelen waarover in het artikel wordt gesproken, zijn toegelaten middelen die uitgebreid beoordeeld zijn door onafhankelijke instanties, zoals in Nederland het Ctgb (College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden). Gewasbeschermingsmiddelen krijgen pas een toelating als ze veilig zijn bevonden voor mens, dier en milieu. De belangrijkste toepassing van de middelen is het gebruik als zaadcoating in gewassen die niet bevlogen worden door bestuivers, zoals bijen. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om uien, suikerbieten en een aantal groentegewassen. Na het zaaien beschermen ze de zaadjes en jonge planten de eerste weken na opkomst tegen vreterij door schadelijke insecten en dragen zo bij aan de productie van veilig, gezond en betaalbaar voedsel.

Bewust omgaan met inzet gewasbeschermingsmiddelen

In de Nederlandse land- en tuinbouw is volop aandacht voor verduurzaming bij de productie van voedselgewassen. Het zogenoemde IPM-principe (Integrated Pest Management of geïntegreerde gewasbescherming) wordt al decennialang toegepast. Dat begint al bij het opstellen van bouwplan, maar ook de rassenkeuze en de manier waarop je de akker bewerkt, horen daarbij. Verder werkt iedere teler elk jaar met een gewasbeschermingsmonitor. Er wordt bijgehouden welke ziekten en plagen het afgelopen jaar bestreden zijn, welke middelen of methoden, zoals mechanisch onkruid wieden, hiervoor zijn toegepast en hoe vaak. Uiteindelijk is het doel om hiervan te leren en zo de inzet in de komende jaren te optimaliseren en de milieulast verder te minimaliseren. Bewust omgaan met de inzet van gewasbeschermingsmiddelen is hierbij van groot belang. Daar waar effectieve alternatieven met minder milieubelasting aanwezig zijn, worden die over het algemeen ook gekozen.

Het bedrijf De Groene Vlieg kweekt uienvliegen, die geschikt worden gemaakt voor biologische bestrijding in de uienteelt. Vaak kiezen boeren voor biologische alternatieven waar dat kan, zegt Maurits von Martel. Foto: Henk Riswick
Het bedrijf De Groene Vlieg kweekt uienvliegen, die geschikt worden gemaakt voor biologische bestrijding in de uienteelt. Vaak kiezen boeren voor biologische alternatieven waar dat kan, zegt Maurits von Martel. Foto: Henk Riswick

Geen volwaardige alternatieven

In het artikel wordt gesproken over het feit dat er volop alternatieven zijn voor neonicotinoïden en fipronil, maar de voorbeelden die worden aangedragen, zijn niet een-op een te vertalen naar de Nederlandse omstandigheden. Zo wordt er gesproken over alternatieven in de maisteelt in Italië, maar gebruik van neonicotinoïden in mais is al jaren niet toegestaan. Andere alternatieven die in het artikel worden besproken, zijn bijvoorbeeld de inzet van insecten-parasitaire schimmels, dus schimmels die insecten aantasten en zo doden. Een aantal van deze middelen is ook toegelaten in Nederland. Die middelen vragen echter om zulke specifieke klimatologische omstandigheden – warmte en vocht – dat deze in de buitenlucht niet goed inzetbaar zijn, en dus geen volwaardig alternatief vormen voor de neonicotinoïden. Een aantal alternatieven wordt al wel succesvol in Nederland toegepast, zoals feromoonverwarring in fruitteelt of het gebruik van steriele uienvliegmannetjes in de teelt van uien.

‘De discussie over neonicotinoïden is tot op heden op basis van emotie gevoerd’

Effectief middelenpakket boer en tuinder

De Nederlandse land- en tuinbouw is dagelijks bezig met het produceren van kwalitatief hoogwaardig voedsel met inachtneming van de laagst mogelijke milieubelasting. Om dit doel te bereiken moeten ziekten en plagen effectief worden voorkomen en als het moet bestreden. Hiervoor is slechts een relatief klein aantal middelen beschikbaar, waaronder de neonicotinoïden en dit jaar nog fipronil. De laatste jaren worden steeds meer middelen van natuurlijke oorsprong ontwikkeld, en daar waar dit kan, worden deze toegepast. Maar het is belangrijk om te realiseren dat beide middelen – chemische en biologische – onderdeel blijven van een effectief middelenpakket voor de boer en tuinder.

‘Er wordt liever over het ‘bijengif’ gesproken dan over neonicotinoïden’

De discussie die wordt gevoerd over neonicotinoïden is tot op heden op basis van emotie gevoerd. Er wordt liever over het ‘bijengif’ gesproken dan over neonicotinoïden. Uitermate kwalijk omdat de Nederlandse land- en tuinbouw daarmee onterecht negatief wordt weggezet.

Geen halve waarheden

Dus laten we elkaar juist opzoeken, en niet met halve waarheden elkaar bevechten. Het beperken of verbieden van middelen, op pure politieke gronden kan uiteindelijk zelfs averechts werken, dit kan eenvoudig leiden tot meer gebruik van middelen met juist een hogere milieubelasting. Laten we, als beleidsmakers, NGO’s, boeren en tuinders en de gewasbeschermingsmiddelenindustrie, samen op zoek gaan naar oplossingen om de Nederlandse land- en tuinbouw nog duurzamer te maken. Laten we dit vooral doen op basis van feiten, wat we daadwerkelijk weten! Dan ben ik ervan overtuigd dat we naast een bloeiende sector ook een bloeiende natuur krijgen en behouden.

Laatste reacties

  • alco1

    Dit artikel laat de realiteit zien. In plaats dus van emotie gedrag.

  • Henk Tennekes

    Geachte heer Martels, ik weet niet of u ooit een blik op de bestrijdingsmiddelenatlas heeft geworpen, maar raad u zeer aan dat eens te doen. Imidacloprid overschrijdt de milieukwaliteitsnorm voor het oppervlaktewater in grote delen van het land. Dat is niet een probleem van vandaag of gisteren, het werd voor het eerst onderkend in 2003 en het is nog steeds niet opgelost. Kunt u mij uitleggen waarom neonicotinoïden voor de zaadcoating van suikerbieten worden gebruikt als 95% van het insecticide in de bodem blijft hangen en met neerslag in het grond- en oppervlaktewater terecht komt? Is dergelijk profylactisch gebruik van neonicotinoïden in overeenstemming te brengen met IPM waar je pas met chemische middelen gaat werken als een vastgestelde plaag niet met andere middelen te beheersen is? Is u bekend dat 75% van de insecten sinds de invoering van de neonicotinoïden verdwenen is? Ik weet niet op welke politieke redenen u doelt als voor een verbod op deze stoffen wordt gepleit - ik wil alleen dat we goede rentmeesters zijn, ik hoop u ook.

  • alco1

    Dit kan interessant worden.

Of registreer je om te kunnen reageren.