2 reacties

'Breder kijken voor echte verduurzaming'

Er moet veel meer op bedrijfs- en bouwplanniveau worden gekeken naar wat de totále effecten van regelgeving zijn. Niet alleen binnen Nederland, maar ook de effecten over de grens moeten daarbij in ogenschouw worden genomen.

Bij het overheidsbeleid naar verduurzaming van de landbouw worden steeds op aparte dossiers stappen gezet. Hierbij wordt te weinig rekening gehouden met het totale plaatje en zo kan een beleidsregel nadelig uitpakken voor de totale duurzaamheid.

Een paar voorbeelden: een provincie die vanwege duurzaamheid de bermen pas in november maait ‘vergeet’ dat dit vanaf juli ongewenste verspreiding van zaden naar bouwland geeft en dus boeren dwingt tot actie. Ook pleiten voor een verbod op kunstmest levert problemen, want een andere regel stelt een plafond aan de fosfaatgift. Als dat is bereikt met dierlijke mest moet men nog zo’n 65% van de totale, voor een goed groeiend gewas benodigde stikstofgift op een andere wijze toedienen. Ook eenmalig gebruik van herbicide na groenbemesters kan vaak een meervoud aan bespuitingen in het volgende seizoen uitsparen.

‘Het ontbreekt vaak aan inzicht in de samenhang tussen beleidsvelden’

Niet alleen ontbreekt vaak het zicht op alle gevolgen binnen één beleidsveld zoals gewasbescherming, ook ontbreekt het vaak aan inzicht in de samenhang tussen beleidsvelden. Niet-kerende grondbewerking (NKG) is goed voor het organischestofgehalte van de bodem en dus voor de weerbaarheid van planten. Het vergroot ook het CO2-bindend vermogen van de grond, wat goed is tegen klimaatverandering.

Milieueffecten van herbiciden

Maar het heeft een groot nadeel: opslagplanten en onkruid in het volgende seizoen. Dus willen boeren die niet ploegen beschikken over een goedwerkende herbicide voor eenmalige toepassing tegen opslag, bijvoorbeeld glyfosaat. Maar glyfosaat staat onder druk. De milieueffecten van andere middelen en van NKG worden niet in die afweging meegenomen. Misschien is NKG in combinatie met één glyfosaatbespuiting wel duurzamer dan ploegen en meerdere herbicide-toepassingen in het volgende seizoen.

Zaadcoating van bietenzaad met 6 gram per hectare neonicotinoïden is ook zo’n voorbeeld. Zonder deze coating is meer bestrijding nodig tijdens de teelt en een schadelijk neveneffect op bestuivers is niet te verwachten, omdat bieten niet bloeien.

Ongelijk speelveld

De NAV vindt dat er veel meer op bedrijfs- en bouwplanniveau moet worden gekeken naar wat de totále effecten van regelgeving zijn. Daarnaast zou ook nog breder moeten worden gekeken, in internationaal verband. Zo is in Europa besloten de eigen productie van (GMO-vrij) plantaardig eiwit te stimuleren. Tegelijkertijd heeft Europa ook besloten dat in eiwitgewassen in de vergroening geen gewasbeschermingsmiddelen meer mogen worden gebruikt én dat men soja en ander plantaardig eiwit, bespoten en vaak ook genetisch gemodificeerd, zonder belemmeringen uit andere continenten invoert.

Dat ongelijke speelveld maakt het onmogelijk voor Europese boeren om op de wereldmarkt te concurreren en deze beide maatregelen nekken de teelt van eiwitgewassen. Dat was niet de bedoeling van het EU-beleid, maar dat is wel hoe het uitpakt.

‘Voor boeren in Europa wordt het steeds moeilijker telen en intussen laten we van elders alles zonder belemmering binnen’

Ook voor andere gewassen worden de eisen voor de teelt in Europa steeds strenger, maar tegelijkertijd worden er vrijhandelsverdragen gesloten waarin we ‘elkaars standaarden moeten erkennen’. Dus: voor boeren in Europa wordt het steeds moeilijker telen en intussen laten we van elders alles zonder belemmering binnen. Dit geeft dan wellicht op korte termijn een positief milieueffect in Europa, maar kan ertoe leiden dat we als consumenten afhankelijk worden van voedsel waarvan we niks over de productiewijze te zeggen hebben. En dat is voor alle consumenten een groot risico.

Geïntegreerde landbouw én geïntegreerd overheidsbeleid

De NAV pleit er daarom voor dat er op zijn minst bij de Rijksoverheid interdisciplinaire groepen komen die met oog voor bedrijfsvoering, milieueffect en kostprijs, alle gevolgen van beleidsmaatregelen doorrekenen. Men zal prioriteiten moeten stellen, want momenteel leiden alle individuele regels niet tot algehele verduurzaming en wordt het verminderen van klimaatverandering zelfs tegengewerkt.

Daarnaast roept de NAV waterschappen, provincies en Rijksoverheid op om meer samen met boeren te kijken naar de effectiefste weg naar verduurzaming, in plaats van de huidige, elkaar vaak tegenwerkende, individuele maatregelen op te leggen. Kortom: naast een geïntegreerde landbouw is er ook geïntegreerd overheidsbeleid nodig!

Laatste reacties

  • Henk Tennekes

    Ik wil graag breder kijken en daaruit conclusies trekken. Als het verlies van 75% van de insecten en van de meeste wilde akkerplanten geen reden is voor bezinning op het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de akkerbouw, en we blijven vasthouden aan glyfosaat en neonicotinoïden, zijn we op weg naar een ecologisch Armageddon.

  • martinklem

    Deze mevrouw denkt alleen maar aan haar eigen positie binnen de NAV, Wat zij wil moet gebeuren! En geloof me , ik spreek uit ervaring! Ik heb 2 jaar in het landelijk bestuur gezeten van de NAV, en ik ging tegen haar plannen in. En toen begon het gedonder, niets deed ik meer goed! Alleen heeft ze zelf nog niets gepresteerd of een onderneming draaiende gehouden! Het is gewoon een dictator, het zou familie van ….. kunnen zijn!

Of registreer je om te kunnen reageren.