Commentaar

‘Gelderse aanpak veehouderij: zacht van buiten, stevig van binnen’

Lekker in de luwte van de Brabantse storm is Gelderland stilletjes bezig de teugels aan te halen voor de veehouderij.

Het contrast met Brabant is groot. Daar mikt de provincie op generieke maatregelen voor iedere veehouder en ligt de politiek op ramkoers met de sector. In Gelderland pakken ze het slimmer aan. Gedeputeerde Jan Jacob van Dijk stuurt met zachte hand.

In een interview met Boerderij lichtte Van Dijk zijn plussenbeleid toe, waarin ondernemers ontwikkelingsruimte moeten verdienen. Geen vervroegde deadline voor milieumaatregelen, zoals in Brabant. Wel een ‘apk voor stallen’. De bewoordingen zijn soft, de boodschap is pittig. “Dit is een onderdeel van de license to operate van de boer.”

‘Van Dijks bewoordingen zijn soft, de boodschap is pittig’

Verschil met Brabant is dat die laatste provincie gewoon minder vee wil – via de staldering, waarbij voor elke meter nieuwe stal meer meters oude stal, en dus dieren, verdwijnen. Overeenkomst is dat ook in het Gelderse plussenbeleid een groeier in sommige gevallen moet betalen voor het opruimen van andermans puin.

‘Ook in het Gelderse plussenbeleid moet een groeier in sommige gevallen betalen voor het opruimen van andermans puin’

Dit probleem hebben alle provincies gemeen: wat te doen met oude stallen? Meest logisch is dat wie bouwt, de kosten voor het opruimen al incalculeert. Maar de realiteit is anders. Tijd om na te denken over een fonds dat de grote opruiming van de leegstand faciliteert. En de lasten niet alleen te leggen op de schouders van de ondernemers van de toekomst, in welke provincie dan ook.

Of registreer je om te kunnen reageren.