‘Ondersteuning export topprioriteit voor kabinet’

Bevorder de export, verlaag de toezichtskosten, kies weer voor een apart ministerie en vooral: erken het grote belang van de vleessector. Dat schrijft COV-voorzitter Jos Goebbels in een brief aan informateur Edith Schippers, waarvan hieronder de inhoud.

Nederland is een voedselland. Het ‘agrofoodcluster’ is de grootste bedrijfstak van Nederland en heeft een productieaandeel van 22% in de totale Nederlandse economie. Binnen dat cluster is het vleesbedrijfsleven met een jaaromzet van € 10,4 miljard een van de grootste partijen, met een directe werkgelegenheid voor zo’n dertienduizend mensen. Nederlandse vleesbedrijven leveren vlees en vleesproducten aan zo’n 100 miljoen consumenten per dag, verspreid over veertig landen. Dit is een aandeel van 18% van de jaarlijkse voedingsmiddelenexport en vertegenwoordigt een uitvoerwaarde van € 8,6 miljard.

Indirect economisch belang

De betekenis van deze sector gaat verder. Voor elke euro die hier wordt omgezet, staat een factor van 2,5 in de aanpalende sectoren (food en non-food), waarmee het directe en indirecte economisch belang uitkomt op € 35 miljard en 30.000 banen. De sector heeft een uitstekende positie op het gebied van kwaliteit, duurzamheid, dierenwelzijn, voedselveiligheid en transparantie. In het COV beleidsplan ‘2025: De Nederlandse vleessector in balans’ staat hoe de bedrijfstak deze perspectiefvolle positie niet alleen wil behouden maar samen met ketenpartners en de overheid verder gaat uitbouwen.

‘Het kabinet komt niet met energie-, milieu- en lifestylebelastingen die onze concurrentiepostie afbreken’

Om onze bijdrage te kunnen blijven leveren aan een duurzame voedselvoorziening is het van groot belang dat de volgende prioriteiten in het nieuwe Regeerakkoord worden vastgelegd:

  1. Het kabinet is zich bewust van de belangrijke sociaaleconomische positie van de Nederlandse agrofoodsector in het algemeen en de vleessector in het bijzonder, steunt dit en draagt dit grote belang nationaal en internationaal uit. Overheid en vleesbedrijfsleven werken samen op basis van concrete afspraken en consistente beleidslijnen;
  2. Het kabinet komt niet met energie-, milieu- en lifestylebelastingen die de (internationale) concurrentiepostie van onze bedrijven afbreken. Eenzijdige belastingen resulteren in onbedoeld grensverkeer, gaan gepaard met hoge administratieve lasten en kunnen infeffectief zijn. Het lagere btw-tarief op vlees, van groot belang voor binnenlandse producenten en voor consumenten, blijft ongewijzigd, evenals fiscale regelingen gericht op de continuiteit van onderneimingen;
  3. Het kabinet staat garant voor een gelijk speelveld binnen de EU, zodat geen sprake is van enig concurrentienadeel ten opzichte van andere lidstaten;
  4. De NVWA functioneert als een onafhankelijke, gezaghebbende autoriteit. De rol als (wettelijke) toezichthouder staat een goede en constructieve dialoog met het berijfsleven niet in de weg. Het NVWA-toezicht is risicogericht, wetenschappelijk onderbouwd en Europees afgestemd. Het nieuwe kabinet heroverweegt het standpunt ten aanzien van het advies van de Raad van State, dat de toezichtskosten uit de algemene middelen worden betaald, zoals dat in veel andere EU-lidstaten het geval is. Het vleesbedrijfsleven roept indringend op tot heroverweging zodat de toezichtslasten van de vleessector van circa € 50 miljoen per jaar substantieel kunnen worden verlaagd. De besparing kan het bedrijfsleven dan inzetten voor verdere verduurzaming en innovatie;
  5. Het kabinet onderschrijft het grote strategische belang van de export en geeft topprioriteit aan de integrale aanpak en ondersteuning hiervan, variërend van effectieve keuring en certificering tot en met het aangaan van handelsverdragen en adequate exportbevordering. Het is cruciaal dat Nederlandse bedrijven toegang hebben tot alle internationale markten. Daarbij speelt de overheid een belangrijke rol, zowel in Nederland als via de ambassades in het buitenland. Het kabinet neemt in het nieuwe regeerakkoord meer middelen op voor de ondersteuning van de export;
  6. Het kabinet heeft een ministerie van Voedsel & Landbouw. De voedingsmiddelenindustrie heeft vanwege de grote economische betekenis (van weidevogelbeheerder tot exporterende multinational), hoge regeldruk en intensieve maatschappelijke aandacht een specifieke positie in Nederland. Dit vraagt om maatwerk in het regeringsbeleid, waarmee de integrale aanpak op alle betreffende beleidsterreinen in de meest brede zin geborgd wordt en tegelijk de regeldruk voor het bedrijfsleven wordt verminderd;
  7. Het kabinet stimuleert innovaties met investeringsfaciliteiten, bijvoorbeeld op het terrein van het innovatief herwinnen van grondstoffen uit mest en het zodoende bevorderen van de verdiencapaciteit van het bedrijfsleven en tegelijkertijd de circulariteit van de agrosector.

Het Nederlandse vleesbedrijfsleven, met zijn hardwerkende en gemotiveerde ondernemers en medewerkers, wil graag actief bijdragen aan het realiseren van ambities en plannen van het nieuwe kabinet. Dit kan door te investeren en op de genoemde thema’s optimaal samen te werken.

Of registreer je om te kunnen reageren.