‘Regionaal maatwerk brengt nitraatdoel eerder dichterbij’

Draagvlak voor beleid krijg je als bijbehorende doelen en maatregelen uitvoerbaar zijn en aansluiten bij de praktijk van de bedrijfsvoering.

Dat geldt zeker voor het maatregelenpakket waar het ministerie van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) mee naar Brussel gaat, om het zesde Actieprogramma Nitraatrichtlijn invulling te geven. Hier is sprake van een kanteling in het beleid. Daarmee zet LNV stappen in de goede richting.

Grondgebruikers prikkelen

Voor LNV is het een stevige klus om grondgebruikers voldoende te prikkelen stappen voorwaarts te zetten, en daarmee de doelen van de Nitraatrichtlijn (schoon grondwater) dichterbij te brengen. Wij weten dat boeren gevoelig zijn voor stimulerend beleid dat hen aanspreekt op hun vakmanschap en rekening houdt met specifieke omstandigheden van zijn bedrijf en regio.

Voor ons is dat de lijn die we in de lobby hebben ingezet: bodem, water, vakmanschap en regionaal maatwerk. Vooral voor de ondernemers die het direct raakt, is een specifieke benadering beter.

Van generiek naar specifiek

Het beleid van LNV zou wat ons betreft nog meer die kant op mogen kantelen, van generiek naar specifiek, want niet op alle agrarische bedrijven spoelt nitraat uit naar het grondwater. Het vraagstuk is voor de zandgronden anders. Met name op bouwland zijn de normen uit de nitraatrichtlijn een grote opgave. Niet omdat de stikstofbodemoverschotten daar zo hoog zijn, maar omdat deze overschotten in de herfst en winter makkelijker uitspoelen naar het grondwater.

Om de 50 milligramnorm te halen, is voor deze ondernemers van belang dat de hoeveelheid vrij beschikbare stikstof aan het einde van het groeiseizoen laag genoeg is.

Praktisch uitvoerbaar

Het klinkt als een lesje bemestingsleer. Dat is nodig om de uitgangspunten van de voorstellen voor het zesde Actieprogramma Nitraatrichtlijn aan te kunnen toetsen. Dus maatregelen die leiden tot een lagere hoeveelheid stikstof in de bouwvoor na afloop van de teelt, zullen in principe bijdragen aan de doelen van de Nitraatrichtlijn.

‘Een lagere gewasopbrengst leidt bijna per definitie tot een hogere uitspoeling van nitraat’

Blijft staan dat de maatregelen wel praktisch uitvoerbaar moeten zijn. Bijvoorbeeld: de gewasopbrengsten mogen niet dalen, want een lagere gewasopbrengst leidt bijna per definitie tot een hogere uitspoeling van nitraat. Zeker als het weer niet meezit, moeten we weten hoe dan te handelen. Een natte periode betekent dat op het land de nodige bewerkingen, of zelfs de oogst, niet uitvoerbaar zijn.

Rijenbemesting en vanggewassen

De voorstellen van LNV ten aanzien van rijenbemesting in mais en vanggewassen in mais en aardappelen kunnen ons in dit perspectief, en onder de nodige mitsen en maren, nog wel passen. Zeker in het licht van het belang van een betere teelt van vanggewassen, om zodoende ook aan de kwaliteit van de bodem te werken. Maar is dit voldoende om de uitvoering van de door LNV voorgestelde maatregelen ook als aantrekkelijk te betitelen?

In de regelgeving van dit moment biedt de toepassing van rijenbemesting of de teelt van een vanggewas na aardappelen extra stikstofgebruiksruimte. Ruimte die in de teelt van het hoofdgewas over het algemeen hard nodig is om überhaupt tot een goed gewas te komen.

Inzaaien van een groenbemester na mais. - Foto: Koos Groenewold
Inzaaien van een groenbemester na mais. - Foto: Koos Groenewold

Ruimte behouden voor landbouw

Inzet van LTO Nederland is om deze ruimte niet volledig naar het milieu te schuiven, maar ook te behouden voor de landbouw. Dat motiveert ondernemers om het beter te doen.

Zijn de generieke voorstellen genoeg? De eerlijkheid gebied te zeggen dat we dat niet verwachten. Om in alle regio’s aan de nitraatrichtlijn te voldoen, zijn vaak specifieke maatregelen per bedrijf, gewas en wellicht per perceel nodig.

Maatwerk verder ontwikkelen

Om dit maatwerk verder te ontwikkelen, hebben wij het aanbod gedaan om in 40 grondwateronttrekkingsgebieden met het gewenste maatwerk aan de slag te gaan. Natuurlijk ook om verdere aanscherpingen van gebruiksnormen in deze gebieden te voorkomen. Want ondanks dat we over de specifieke maatregelen nog veel moeten leren, weten we dat zomaar verder aanscherpen van de normen ondernemers en overheid niet dichterbij de doelen brengt.

‘Via maatwerk de juiste keuzen maken is de beste oplossingsrichting’

Ondertussen is dan het voortbestaan van de bedrijven in deze regio’s in het geding. Dus ook hier is via maatwerk de juiste keuzen maken – voor milieu én boer – de beste oplossingsrichting. LTO zou LTO niet zijn als we geen ondernemers ‘leveren’ die voor zichzelf en voor hun omgeving constructief willen meedenken.

Of registreer je om te kunnen reageren.