Home

Achtergrond 5 reacties

Willem Bruil: ‘Fosfaatwetgeving is broddelwerk’

Dit jaar treedt Willem Bruil terug als hoogleraar agrarisch recht en wordt zijn rol bij het Instituut Agrarisch Recht (IAR) een adviserende. Maar zijn ongezouten mening zal hij blijven uitdragen.

Een onafhankelijke geest, dat is misschien wel de beste omschrijving voor hoogleraar agrarisch recht Willem Bruil, tevens columnist bij Boerderij. Met hetzelfde gemak zet hij de ene week het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) neer als een incompetente organisatie omdat ze veel te rigide de veehouders afserveren. Een week later krijgt het Landbouw Collectief ervan langs omdat ze met het rapport ‘Uit een gecreëerde stikstofimpasse’ onrealistische verwachtingen wekken. Bruil laat zich voor geen enkel karretje spannen; dat hij daarbij regelmatig tegen (over)gevoelige schenen schopt, interesseert hem niets.

Terugblik

Al tientallen jaren geeft Bruil kleur aan agrarisch Nederland met zijn colleges, voordrachten, artikelen, columns en annotaties bij rechterlijk uitspraken. Met zijn ruim 66 jaar vindt de bijzonder hoogleraar agrarisch recht aan de Rijksuniversiteit Groningen en drijvende kracht van het Instituut voor Agrarisch Recht (IAR) het tijd om een versnelling terug te schakelen. Dat wil zeggen, hij stopt als hoogleraar en gaat bij het IAR een adviesrol vervullen. Maar we zijn nog zeker niet van hem af. Tijd voor een kleine terugblik, maar vooral een visie op de juridische actualiteit door een deskundige beschouwer.

Lees verder onder foto

Een baan als advocaat heeft Willem Bruil nooit geambieerd. "In zo'n rol moet je een eenzijdig standpunt innemen voor een cliënt, dat was niet mijn ding. Dat moet je kunnen, dat is mij niet gegeven." - Foto: Jan Willem Schouten
Een baan als advocaat heeft Willem Bruil nooit geambieerd. "In zo'n rol moet je een eenzijdig standpunt innemen voor een cliënt, dat was niet mijn ding. Dat moet je kunnen, dat is mij niet gegeven." - Foto: Jan Willem Schouten

Tijdens zijn rechtenstudie in de jaren zeventig kwam Bruil er al snel achter welke kant hij niet op wilde. “Toen ik studeerde aan de VU in Amsterdam, werkte ik in de rechtswinkel in de Bijlmer. Ik ben er daar al vroeg achter gekomen dat ik geen rechter of advocaat moest worden. Op een gegeven moment kon ik het niet meer opbrengen om steeds dezelfde ‘losers’ te helpen. Hadden ze weer een bankstel gekocht dat ze niet konden betalen. Moest ik Piet Klerkx bellen, en die wilde natuurlijk gewoon zijn geld. In zo’n rol moet je een eenzijdig standpunt innemen voor een cliënt, dat was niet mijn ding. Dat moet je kunnen, dat is mij niet gegeven. Geldt ook voor de rechterlijke macht.

Ik ben trouwens ook nooit een ondernemer geweest. Ik heb vaak voor niks zaken opgepakt, dat moet je eigenlijk niet doen. Voor een mandje regionale producten in een zaaltje staan.”

Komt u van de boerderij?

“Nee, mijn vader was fabrieksarbeider in Dinxperlo. Mijn opa’s waren wel boer, maar dat gold destijds voor half Nederland. Kleine boertjes, met vijf koeien en drie varkens het hoofd boven water houden.”

Waarom agrarisch recht?

“Toeval, ik ben afgestudeerd in staats- en bestuursrecht en daarna ging ik werken in Den Haag bij het ministerie van VROM, raad voor advies ruimtelijke ordening. Ik was secretaris van een commissie en daarin zat professor De Haan. Hij zat behoorlijk in het agrarisch recht, ze zochten een redactiesecretaris voor het Tijdschrift Agrarisch Recht. Dat kon ik er wel bij doen. Dat was mijn eerste kennismaking met agrarisch recht, want op de VU werd dat niet gegeven.”

Ooit voor 2015 gehoord dat een woonwijk gebouwd werd met een natuurvergunning?

Er was dus niet meteen een fascinatie voor het vakgebied?

“Nee, ik werd gevraagd voor agrarisch recht en het leek me wel leuk en als je je er dan in verdiept, blijkt dat ook zo te zijn.”

Terugkijkend op een lange periode agrarisch recht, hoe heeft zich dat ontwikkeld?

“Het is enorm uitgebreid. Het bleef heel lang beperkt tot pacht. In het tijdschrift ook. Bemoeide verder niemand zich mee, tijdschrift heette toen ook zo. Later verbreedde het terrein zich enorm. Vroeger was er nauwelijks een vergunning nodig voor een agrarisch bedrijf, alleen een Hinderwetvergunning, maar de helft had die niet. Er is een hele legalisatiegolf geweest voor die Hinderwet. Dat gebeurt nu weer met natuurvergunningen voor niet-agrarische bedrijven vanwege hun uitstoot. Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) heeft bewerkstelligd dat men zich veel bewuster is geworden van wat er voor het PAS was. Ooit voor 2015 gehoord dat een woonwijk gebouwd werd met een natuurvergunning? Nu dus wel. Omdat toen alles in het PAS is opgenomen. Daarom wordt er nu zo gelet op het hebben van een vergunning, terwijl voorheen niemand daar naar keek.”

Was het PAS een typische ‘polderwet’, lekker pragmatisch?

“Ja, ik zei al jaren voor de RvS er een streep doorzette, dat het PAS niet klopte omdat die in strijd was met de Habitatrichtlijn. De komst van het PAS kunnen we deels LTO verwijten. LTO wilde af van de kosten voor zaken als extern salderen en ammoniakrechten, maar toch kunnen uitbreiden. Daar is die PAS voor uitgevonden. LTO blijkt zichzelf behoorlijk in de voet geschoten te hebben. Dat is wel jammer.

Er is bij het PAS wel met allerlei scenario’s rekening gehouden na alle kritiek, maar er is geen rekening mee gehouden dat die weleens afgeschoten zou kunnen worden. Ik had zelf ook gedacht de RvS die stap misschien niet zou durven zetten, maar men blijkt met die Habitatrichtlijn heel strikt.”

Peildatum van één dag is een stommiteit, bij melkquotum en varkensrechten gold een jaar

Draait met de huidige stikstofmaatregelen de landbouw op voor de stikstofproblemen, zoals onder andere FDF en Mesdagfonds zeggen?

“Ik kan me voorstellen dat die verongelijktheid de kop opsteekt. Landbouw is niet alleen verantwoordelijk, maar wel medeverantwoordelijk. De boerenprotesten leiden tot niets. Ik weet niet wat ze willen. Protest moet wel iets concreets beogen. Het plan van het Landbouw Collectief vind ik echt schandalig. Alleen al de titel ‘Uit een gecreëerde stikstofimpasse’. Dat is het ontkennen van alles. We willen niets doen, maar wel geld hebben. Opeens komen die nertsenhouders er ook weer bij. Wel slim gedaan, maar dat is allemaal al uitgeprocedeerd. Het is kansloos. Maar wel meedoen aan uitkopen. Een treurig verhaal, alle oplossingen zouden gezocht moeten worden in de techniek.”

Moet beweiden en bemesten vergunningvrij kunnen?

“Ook dat onderwerp is bijkomende schade van het afschieten van het PAS. Het ging helemaal niet over beweiden en bemesten, het ging over de vraag ‘Moet je voor de vergunningverlening aan een bedrijf ook rekening houden met de stikstof die vrijkomt door beweiden en bemesten?’ Dat was de discussie, en die is niet raar. Bekijk een bedrijf als geheel, maar nu gaat het ineens om beweiden en bemesten als zodanig. Remkes zegt dan dat er gekeken moet worden naar de referentiedatum waarop het gebied is aangewezen en wat er sindsdien gewijzigd is. Bijvoorbeeld een nieuw weiland op een plek waar daarvoor een heideveld was, zal niet veel voorkomen. Alles staat op losse schroeven. Er is nog niets geregeld waardoor het vergunningvrij is, ook al willen de 12 provincies dat wel.”

Er zijn opvallend veel rechtszaken in de agrarische sector. Is de wetgever slordiger geworden?

“Of dat in het algemeen zo is, weet ik niet. Die fosfaatrechtwetgeving is wel gewoon broddelwerk, daar kun je niet onderuit. Dat is het eigenlijk van het begin af aan geweest. De Kamerdebatten waren onder de maat en inbreng van LTO was dat ook. Kijk naar de knelgevallen, daar gingen we in het verleden – misschien de nertsenhouderij uitgezonderd – behoorlijk netjes mee om. Maar dat is nu gewoon rampzalig. Dat komt omdat de agrarische belangenorganisaties bang zijn voor een hogere generieke korting. Dat willen we niet, dus moeten we die individuele bedrijven om zeep helpen, daar kwam het eigenlijk op neer. Je moet bijna dood zijn om knelgeval te zijn. En dan worden door het CBb er ook nog eisen aan gesteld die ik nergens kan terugvinden. Waarom moet dat? Bijvoorbeeld dat niet-gerealiseerde uitbreidingen niet meetellen. Waar staat dat dan? Net als dat je alle vergunningen moet hebben voor de peildatum 2 juli 2015. Hoezo?”

‘Voorzienbaarheid veronderstellen is verschrikkelijk’

Volgens Bruil is er iets merkwaardigs aan de hand met de voorzienbaarheid bij de fosfaatrechten. “Verschrikkelijk, alleen van boeren wordt verwacht dat ze de gevolgen van het wegvallen van het melkquotum hadden moeten voorzien. Terwijl de wetgever het zelf niet voorzien heeft. Ze hebben wel af en toe geroepen dat de sector moet oppassen, maar ondertussen wel de Wet verantwoorde groei melkveehouderij in het leven roepen. Ze moeten hebben geweten dat met het verdwijnen van het melkquotum ook de marktordening wegvalt. Toen had je koerechten moeten introduceren. Boeren zijn op het verkeerde been gezet. Voorzienbaarheid klopt gewoon niet.”

U noemde de CBb-uitspraken inhoudelijk onjuist, waarom?

“Dat had te maken met het ontbreken van een gedegen motivering en het voorzienbare. Bij latere uitspraken, in juni, ging het CBb wel uitgebreidere uitspraken doen. Ik dacht in eerste instantie dat het daarmee wat genuanceerder zou worden, maar in de uitkomsten zie je dat niet terug, die blijven hetzelfde. Ik word er wel moedeloos van die uitspraken.”

Hoe kijkt u aan tegen een peildatum van één dag?

“Dat is heel dom. Als je net voor die peildatum tien koeien weggedaan hebt, dan loop je € 80.000 mis. In 1984 met het melkquotum hadden we het peiljaar 1983, dat geeft een beter beeld dan één enkele dag. Met de invoering in 1998 van de varkensrechten hadden we ook een peiljaar. 1996 of 1995 dienden daarvoor. Een peildatum van 1 dag is een stommiteit. Een momentopname. Bij in- en uitscharen heeft een rechtbank geoordeeld dat het wel een heel groot toeval was die ene dag en besloot toen uit te gaan van een heel jaar om te kijken hoeveel maanden de dieren bij de in- en uitschaarder gestaan hebben en dat verdelen. Dat had de wetgever ook kunnen bedenken.”

We hebben een heel sterke landbouw. Wat de omvang moet zijn, is een lastige vraag

Wat vindt u van de uitspraak over fosfaatrechten bij pacht?

“Fout! De Pachtkamer besloot dat fosfaatrechten in principe voor de pachter zijn. Maar als het om gebouwen gaat of meer dan 15 hectare grond, moet er gedeeld worden met de verpachter. Dat is fout en weinig principieel. Het had bij de pachter moeten blijven, dat vond ik van het quotum ook al, een historische fout. Melkquotum was voor de melkveehouder een marktmaatregel, wat heeft de grondeigenaar daarmee te maken? Net als die betalingsrechten, die zijn voor de pachter gebleven. Als je vindt dat het voor de landbouw is, heeft de verpachter er niets mee te maken. De Pachtkamer zegt dat als de pachter stopt en de verpachter krijgt dat bedrijf terug dat het dan niet zonder fosfaatrecht te exploiteren is. Dat klopt wel, maar ken je een verpachter die de fosfaatrechten gratis levert aan de volgende pachter? Ik niet! Natuurlijk niet. Hij moet er gewoon voor betalen. Het gaat alleen om geld.”

U heeft weleens gezegd dat de Pachtwet tegen de boer werkt, is dat nog steeds zo?

“Ja, je betaalt weinig voor veel rechten en veel voor weinig. Dat is vreemd. De reguliere pacht is ten dode opgeschreven. Maar de geliberaliseerde pacht is ook niet de oplossing, want dan heb je als pachter helemaal geen bescherming. Je moet ergens in het midden gaan zitten. Regulier is te beschermend voor de pachter, geliberaliseerde pacht is te vrijblijvend. Er moeten gekeken worden naar welke beschermende maatregelen we nodig vinden in een nieuw systeem. Laat veel meer aan de ondernemers over.”

Bent u somber over de toekomst van de landbouw?

“Er is altijd landbouw, maar op sommige plekken niet. We hebben een heel sterke landbouw, wat de omvang moet zijn, is een lastige vraag. Als we met z’n allen naar de kringlooplandbouw gaan, is er niet zoveel ruimte meer. Het is een kwestie van verdeling, niet dat er niet genoeg geproduceerd wordt. Monden voeden als argument is flauw, er is genoeg.”

Laatste reacties

  • Kelholt

    Het CBb moet de (parlementaire) voorgeschiedenis nog maar eens even goed nakijken. Het enige wat voorzienbaar was is dat als Nederland door het fosfaatplafond zou gaan er de kans was dat Nederland de derogatie zou verliezen. Groeiers met voldoende grond of groeiers die hun mestafzet goed geregeld hadden konden na afschaffen van het melkquotum groeien PUNT.
    Kom maar op met die parlementaire voorgeschiedenis. De experts van LTO, NAJK, Friesland Campina en Rabobank hebben dit ondanks hun specialisten ook niet voorzien en de "domme" boeren hadden dit wel kunnen voorzien??? Wat een (recht)spraak...

  • Kelholt

    Staatssecretaris Martijn van Dam van Economische Zaken schrijft op 3 maart 2016 het volgende aan de Tweede Kamer (Kenmerk DGAN-PAV/16034955 Overheidsidentificatienr 00000001003214369000):
    In de Meststoffenwet zal worden vastgelegd dat bedrijven alleen fosfaat mogen
    produceren – en dus alleen melkvee mogen houden – als zij over voldoende
    rechten beschikken. Bij de introductie van het stelsel krijgen bedrijven met
    melkvee een hoeveelheid fosfaatrechten toegekend. Melkveehouders zouden
    daarop kunnen anticiperen door in de periode tot de inwerkingtreding van de wet extra melkvee aan te houden. Om dat te voorkomen heeft het kabinet op 2 juli 2015 een brief naar de Tweede Kamer gestuurd die geldt als peildatum voor het toekennen van fosfaatrechten.

  • Kelholt

    In dit kader zijn de mogelijkheden verkend om voor de toekenning van fosfaatrechten terug te grijpen op een moment vóór 2 juli 2015. Dan valt bijvoorbeeld te denken aan de gemiddelde fosfaatproductie van melkvee op een
    bedrijf in 2014, omdat in dat jaar het totale fosfaatproductieplafond werd aangetikt maar niet werd overschreden. Uitbreiding van de melkveestapel tussen
    1 januari en 2 juli 2015 zou dan niet worden vertaald in fosfaatrechten. Mede op
    basis van advies van de Landsadvocaat kom ik tot de conclusie dat het juridisch
    niet houdbaar is om fosfaatrechten toe te kennen op basis van het aantal
    gehouden stuks melkvee op een moment vóór 2 juli 2015, en daarmee
    onderscheid te maken tussen bedrijven die recent wel of niet zijn gegroeid. Vóór
    de genoemde brief aan uw Kamer was namelijk voor de sector onvoldoende voorzienbaar dat voor melkvee fosfaatrechten zouden worden ingevoerd.
    Lees de laatste regel nog maar een keer.
    De Staatssecretaris, iemand die dus bekend hoort te zijn met de materie, schrijft dat voor de brief van 2 juli 2015 onvoldoende voorzienbaar was dat voor melkvee fosfaatrechten zouden worden ingevoerd.

  • Kelholt

    Officieel was het voor 2 juli 2015 niet voorzienbaar dat er dierrechten zouden komen voor melkvee. Was dat wel zo geweest dan had men kunnen korten tot dieraantallen die in 2014 of 2013 of eerder aanwezig waren. Dit heeft Den Haag echter niet gedaan omdat ze wisten dat dit bij een rechter geen stand zou houden. Het was dus officeel niet voorzienbaar maar volgens het CBb was het (tussen de regels???) toch voorzienbaar. Onderbouwing daarvoor van het CBb heb ik echter nog niet gezien.

  • Kelholt

    Alle parlementaire verslagen gaan in de richting van extra mestverwerking en/of grondgebondenheid. Had je dit voor mekaar dan mocht je er mijns inziens vanuit gaan dat je kon groeien.

    Op 12 december 2013 schreef staatssecretaris Dijksma:
    Wij beogen om het stelsel van verplichte mestverwerking per 1 januari 2014 in te voeren. Hiermee slaan we een nieuwe weg in om het probleem dat het mestoverschot nu is, op te lossen.

    Verplichte mestverwerking stuurt directer dan de stelsels van dierrechten en melkquotering op het mestprobleem, omdat het direct aangrijpt op mest die wel wordt geproduceerd maar waar geen afzetmogelijkheid op Nederlandse landbouwgrond voor is en voorkomt dat die op de Nederlandse mestmarkt drukt. De verplichte mestverwerking is een doeltreffend instrument omdat het direct op het overschot stuurt en daarmee voorkomt dat de druk op het stelsel van gebruiksnormen en gebruiksvoorschriften teveel oploopt. Verplichte mestverwerking zet voor bedrijven een prijs op het produceren van een fosfaatoverschot en stimuleert daardoor investeringen in innovatie en duurzaamheid. Het fosfaatoverschot wordt verkleind en (op termijn) kan evenwicht op de mestmarkt worden bereikt.

Laad alle reacties (1)

Of registreer je om te kunnen reageren.