Home

Achtergrond

Sanering: dit zijn de regelingen en aandachtspunten

De ene saneringsregeling is nog niet afgerond of de volgende dient zich aan. Het is bijna niet te volgen. Wat zit er voor mij in, vragen kandidaat-deelnemers zich af. Een overzicht van oude en nieuwe regelingen en aandachtspunten voor deelname.

Wat levert meedoen aan een saneringsregeling mij op? Of gaat het misschien zelfs geld kosten? Kom ik wel in aanmerking, en voor welke regeling dan precies? Kan ik ‘stapelen’? Boeren – veehouders vooral – die mee willen doen aan saneringsregelingen lopen tegen tal van vragen en onzekerheden aan. Saneren en mogelijk stoppen met je bedrijf is een van de grootste stappen die je als ondernemer kunt nemen, is het in de praktijk vaak toch nog een sprong in het diepe.

Ga direct naar:

Vrijdag 24 april zijn de details van het stikstofbeleid bekendgemaakt, verschillende andere regelingen zijn in uitvoering. Denk aan de saneringsregeling varkenshouderij. Daar krijgen deelnemers door het grote aantal aanmeldingen later bericht of ze definitief meedoen, vervolgens moeten ze zelf nog de definitieve knoop doorhakken En wie hoor je nu nog over de stoppersregeling melkveehouderij uit 2017, of over de lokale ruimte-voor-ruimteregelingen die er her en der in Nederland zijn?

Een inventarisatie van de regelingen en gesprekken met adviseurs maken duidelijk dat er in de praktijk veel vragen zijn. Aandachtspunten die nu opdoemen bij de saneringsregeling varkenshouderij zullen ook spelen bij nog komende regelingen. Zo zijn er per regio grote verschillen in flankerend beleid. En de uiteindelijke financiële uitkomst na fiscale afrekening is lastig precies te voorspellen. Daarbij houden de deelnemers voor hun omgeving vaak geheim dat ze serieus nadenken over sanering.

Dit zijn de opkoop- en saneringsregelingen in de veehouderij

Beëindigingsregeling piekbelasters stikstof

Er komt een beëindigingsregeling voor bedrijven die een relatief grote bijdrage leveren aan stikstofdepositie op kwetsbare Natura 2000-gebieden. Voordat de regeling van kracht wordt, zal de Europese Commissie er goedkeuring aan moeten geven. Bedrijven die aan de regeling meedoen, worden door het Rijk opgekocht en hun dierrechten zullen worden geschrapt.

Deelname is op basis van vrijwilligheid. Doel van de regeling is om de stikstofdepositie op kwetsbare natuur terug te dringen. Het doel is om in 2030 nog maar half zoveel overbelaste natuur te hebben, door de stikstofbelasting in kwetsbare gebieden weg te nemen. Voor de beëindigingsregeling is voor een aantal jaren een bedrag van ongeveer € 1 miljard beschikbaar. Als alles volgens plan verloopt, zal de regeling in 2021 open worden gesteld.

Sanering varkenshouderij voor minder geuroverlast

Via de Warme Sanering Varkenshouderij stelt de regering € 180 miljoen beschikbaar voor de opkoop van varkensbedrijven in concentratiegebieden Zuid en Oost van de meststoffenwet. De regeling is bedoeld om de geuroverlast te verlagen. 502 bedrijven hebben zich eind 2019 aangemeld en krijgen komende weken een subsidiebeschikking. Bedrijven met de meeste geuroverlast krijgen als eerste een beschikking.

De overheid betaalt in regio Zuid € 151, in regio Oost € 52 per varkensrecht, plus een vergoeding per vierkante te slopen staloppervlakte. Deelnemers zijn verplicht dieren en mest te verwijderen, locatie te slopen, vergunningen in te trekken en de bestemming te wijzigen. Het kabinet overweegt het budget te verhogen om alle aanmelders die aan voorwaarden voldoen, mee te kunnen laten doen aan de regeling.

Stoppersregeling varkenshouderij

De Regeling Omgevingskwaliteit (ROK) werd in 2017 opengesteld voor de varkenshouderij en uitgevoerd door de Coalitie Vitale Varkenshouderij. De regeling werd gefinancierd uit Europese crisismiddelen voor de varkenshouderij (€ 5 miljoen) en Rabobank (€ 3 miljoen).

Via de regeling kregen varkensbedrijven op locaties met geuroverlast subsidie om hun bedrijf te stoppen. De vrijkomende varkensrechten werden weer verkocht aan varkenshouders die geen geuroverlast veroorzaken voor omwonenden én die hun bedrijf op een bovenwettelijk niveau met betrekking tot milieu, dierenwelzijn en diergezondheid verder willen ontwikkelen.

57 bedrijven hebben zich aangemeld, 27 varkensbedrijven hebben subsidie toegekend gekregen. In totaal zijn ruim 43.000 varkensrechten opgekocht. De bedrijven moesten voor 1 januari 2019 stoppen.

Stoppersregeling fosfaatreductie melkveehouderij

In het fosfaatreductieplan dat in 2017 was de subsidieregeling bedrijfsbeëindiging melkveehouderij opgenomen. Het kabinet en de zuivelsector trokken gezamenlijk € 50 miljoen uit om 2,5 miljoen kilo fosfaat, 60.000 GVE, uit de markt te halen. In de regeling kregen melkveehouders die hun bedrijf wilden beëindigen € 1.200 per koe, plus een voorschot op de waarde van het fosfaatrecht. De regeling zou in verschillende tranches worden opengesteld.

De regeling was in trek: op de eerste dag van de openstelling was de regeling met 497 aanmeldingen al vol en werd deze gesloten. Door de grote belangstelling en de relatief hoge vergoeding bij de eerste openstelling werd de doelstelling noodgedwongen bijgesteld naar een fosfaatreductie van 1,5 miljoen kilo. In totaal waren eind 2017 30.742 GVE (1,3 miljoen kilo fosfaat) afgevoerd.

Nertsenhouderij betaalt zijn eigen sanering

De nertsenhouderij is uniek, want per 2024 verboden, door de Wet verbod pelsdierhouderij uit 2014. De sector zou in de tien jaar tot het verbod zijn eigen sanering bij elkaar moeten verdienen. Na een juridische strijd viel eind 2017 de beslissing, het Europese Hof liet weten het eens te zijn met de Hoge Raad dat de overheid dit zo mag doen. De HR had destijds het advies van de eigen Advocaat-Generaal, die onderzoek wilde of nertsenhouders wel voldoende gecompenseerd werden, in de wind geslagen.

Voor de sector is er wel een subsidieregeling voor sloop- en ombouw van € 36 miljoen maar die is zo streng dat bijna niemand er gebruik van kan maken. Kortgeleden kwam de sector weer in beeld via het Landbouwcollectief, de verkoop van fosfaatrechten zou enige financiële verlichting kunnen bieden, maar Schouten wil daar niet aan.

Lees meer over de maatregelen die het kabinet 24 april bekendmaakte om de landbouw stikstofluw te maken

Een nieuwe opkoopregeling staat in de steigers voor het stikstofbeleid, bijvoorbeeld voor opkoop van bedrijven in de buurt van natuurgebieden. - Foto: Hans Prinsen
Een nieuwe opkoopregeling staat in de steigers voor het stikstofbeleid, bijvoorbeeld voor opkoop van bedrijven in de buurt van natuurgebieden. - Foto: Hans Prinsen

Aanmelden eerste grote stap

“De eerste aanmelding voor een saneringsregeling is vaak al een grote stap”, ervaart Frank Steenbreker als agrarisch bedrijfsadviseur bij Abab Advies. Hij begeleidt varkenshouders die zich hebben aangemeld voor de saneringsregeling varkenshouderij. Alleen bij Abab gaat het al om circa 75 locaties (deels van eigenaren met meerdere locaties), weet Steenbreker.

Landelijk hebben zich ruim 500 varkenshouders aangemeld. Medio april zouden de bedrijven de beschikking ontvangen, maar dat is met 13 weken opgeschoven door het grote aantal aanmeldingen. Binnen 8 weken na de beschikking moet de ondernemer definitief beslissen over deelname.

“Voor sommigen biedt het uitstel extra tijd om een goede afweging te maken”, merkt Steenbreker, “maar er zijn ook ondernemers die uitstel jammer vinden. Die zijn bezig met praktische zaken zoals wel of geen fokgelten bestellen. Je merkt echt verschillende snelheden bij ondernemers. Van heel zakelijk tot heel emotioneel.”

Budget eerst beperkend

Bij de aanmelding voor de saneringsregeling varkenshouderij was het budget € 180 miljoen. Dan zou de geurbelasting op de omgeving de doorslag geven voor wel of geen deelname. Dat gaf de nodige onzekerheid, het aantal aanmelders was al snel groter dan het budget. Inmiddels wordt het budget verhoogd en lijken alle aanmelders met een geurscore van minimaal 0,40 deel te kunnen nemen.

Wat nu een knelpunt wordt, zijn bedrijven die meerdere locaties hebben aangemeld. “Hoe neem je een beslissing als er straks twee maanden zit tussen beschikkingen?”, vraagt Steenbreker zich af.

7 fiscale aandachtspunten bij saneringsregelingen

Meedoen aan een saneringsregeling betekent ook afrekenen met de fiscus. De directe opbrengst van de saneringsregeling is op zich duidelijk op basis van aantal varkensrechten en de gebouwen. Hoeveel er nog aan belastingen afgetikt moet worden, verschilt sterk per ondernemer. Belangrijke aandachtspunten zijn:

1. Stakingswinst

Als de opbrengst van rechten en gebouwen hoger is dan de fiscale boekwaarde, ontstaat een boekwinst. Voorbeeld: opbrengst varkensrechten € 251.000 en boekwaarde € 50.000 geeft een boekwinst van € 201.000. De boekwinst komt bij het bedrijfsresultaat in het jaar dat de activiteit gestaakt wordt. Het wordt aangemerkt als stakingswinst, omdat er sprake is van geheel of gedeeltelijk stoppen met het bedrijf, in dit geval de varkenstak.

2. Stakingsaftrek

Voor ondernemers die hun bedrijf geheel of gedeeltelijke staken, zijn er enkele speciale aftrekposten en regelingen. Dat is in de eerste plaats de eenmalige stakingsaftrek van € 3.630 in 2020. Verder is er een aftrek voor de aankoop van een lijfrente of banksparen. De maximale aftrek is onder meer afhankelijk van de leeftijd en is maximaal € 467.044. Het geld moet dan wel beschikbaar zijn om de lijfrente aan te kopen.

3. Oudedagsreserve

De zogenoemde oudedagsreserve (ook bekend als FOR) is geen potje geld, maar een fiscale reservering voor oudedagsvoorziening. Bij staking van het bedrijf valt de oudedagsvoorziening vrij, dat betekent dat het bedrag wordt toegevoegd aan de winst. Ook hier is het mogelijk om het om te zetten in een lijfrente als er geld voor beschikbaar is.

4. Zelfstandigenaftrek en urencriterium

Het moment van staken kan bepalend zijn of aftrekposten voor ondernemers van toepassing zijn. Recht op die ondernemersfaciliteiten zoals zelfstandigenaftrek hangt onder meer samen met het zogenoemde urencriterium: om fiscaal ondernemer te zijn, moet minimaal 1.225 uur aan de onderneming besteed zijn. De zelfstandigenaftrek is in 2020 € 7.030. Ook om niet benutte zelfstandigenaftrek uit voorgaande verliesjaren alsnog te benutten geldt het urencriterium. Genoeg uren wordt lastig als de staking in de eerste helft van het jaar valt.

5. Herinvesteringsreserve

Omdat er sprake is van overheidsingrijpen, geldt een verruimde regeling voor de zogenoemde herinvesteringsreserve (HIR). Boekwinst op kort afschrijfbare bedrijfsmiddelen zoals varkensrechten kan dan ook afgeboekt worden op lang afschrijfbare bedrijfsmiddelen zoals gebouwen; dat geldt alleen als een nieuw activiteit wordt gestart, in of buiten de landbouw. In principe is het bij een gedeeltelijke staking alleen mogelijk om de HIR toe te passen op investeren in een al bestaande andere tak van het bedrijf. Als de ondernemer volledig stopt is de HIR in ieder geval niet aan de orde.

6. Sloopkosten en omzetbelasting

Sloopkosten kunnen in principe in mindering worden gebracht op de ontvangen subsidie, omdat sloop integraal onderdeel is van de regeling. Mogelijk moet omzetbelasting op investeringen uit het verleden deels worden terugbetaald.

7. Eigen woning en gebouwen

Stoppen met het bedrijf kan fiscale consequenties hebben als een woning nog als bedrijfsvermogen is aangemerkt. Dat geldt ook voor ondergrond van gebouwen en het erf.

Meer duidelijkheid vooraf

Bovenstaand overzicht is onder meer ontleend aan een opsomming van Abab Accountants. Bert van den Kerkhof is fiscalist bij Abab en voorzitter van de vaksectie Recht van de vereniging van Agrarische accountantskantoren VLB. Hij pleitte in een interview voor meer duidelijkheid vooraf over de fiscale gevolgen van opkoopregelingen. Boeren moeten nu te vaak ingrijpende beslissingen nemen zonder dat de uiteindelijke financiële consequenties duidelijk zijn. Soms gaat dat gepaard met jarenlange juridische procedures.

Over dergelijke fiscale aspecten zijn eerder dit jaar Kamervragen gesteld door de SGP. Van den Kerkhof is nog niet tevreden met de antwoorden van het ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij. Wat hem betreft moet er ook in toekomstige regelingen meer zekerheid vooraf komen.

Sloop van varkenstallen is een verplicht onderdeel van de saneringsregeling varkenshouderij die in de afwikkelingsfase zit. Deelnemers krijgen een vergoeding voor varkensrechten en voor de waarde van de stallen. - Foto: Ruud Ploeg
Sloop van varkenstallen is een verplicht onderdeel van de saneringsregeling varkenshouderij die in de afwikkelingsfase zit. Deelnemers krijgen een vergoeding voor varkensrechten en voor de waarde van de stallen. - Foto: Ruud Ploeg

Grote verschillen per regio

Verschillen tussen regio’s zit ingebakken in de saneringsregeling varkenshouderij. In concentratiegebied Zuid levert een varkensrecht € 151 op, in Oost is dat € 52. Het lijkt erop dat de deelname in Zuid mede daardoor groter zal zijn dan in Oost. Daarbij speelt ook een rol dat stallen in de provincie Noord-Brabant eerder aan strengere emissie-eisen moeten voldoen. Maar Steenbreker is ervan overtuigd dat ook in Oost en andere gebieden de eisen voor emissie (stikstof, geur, et cetera) alleen maar strenger zullen worden.

Grote verschillen zijn er ook in flankerend beleid. Stoppen kan financieel aantrekkelijker worden door maatregelen als Rood voor Rood en tal van andere regelingen die tussen provincies en zelfs binnen provincies kunnen verschillen.

Grote moderne bedrijven

Verrassend genoeg zijn het niet alleen oudere ondernemers met afgeschreven stallen die deelnemen. Dat bleek al bij de stoppersregeling melkveehouderij en levert ook nu verrassingen op, geven adviseurs aan. Steenbreker noemt het een gemiste kans dat een jonge ondernemer die meedoet in een lastige situatie geen nieuwe locatie mag beginnen. Bijvoorbeeld door een toekomstgericht locatie van een ondernemer op leeftijd te kopen. Dat ligt anders voor bedrijven met meerdere locaties als maar één locatie in de regeling valt.

Steven van Westreenen van Van Westreenen Milieuadvies waarschuwt eveneens voor de snelle afname van boerenbedrijven in het buitengebied, met name van gezonde bedrijven: “Soms zijn functieveranderingen door regelingen – zoals bij Rood voor Rood – zo aantrekkelijk, dat ook gezonde en gunstig gelegen bedrijven met moderne stallen besluiten te stoppen. Daar moeten we voor waken. Boeren zijn onmisbaar op het platteland. De regeling moet meer gericht zijn op oude en vervallen opstallen.”

De beëindigingsregeling melkveehouderij in 2017 was onderdeel van het fosfaatreductieplan. Dat diende om de mestproductie van melkvee te reduceren voorafgaand aan de invoering van fosfaatrechten. - Foto: Henk Riswick
De beëindigingsregeling melkveehouderij in 2017 was onderdeel van het fosfaatreductieplan. Dat diende om de mestproductie van melkvee te reduceren voorafgaand aan de invoering van fosfaatrechten. - Foto: Henk Riswick

Onteigening versus vrijwilligheid

Belangenorganisaties, Kamerleden en landbouwminister Carola Schouten benadrukken bij alle opkoopregelingen het woord ‘vrijwilligheid’. Boeren mogen niet gedwongen worden tot verkoop van hun bedrijf. De mogelijkheid om te onteigen is er nog wel in de wet. Vrijwilligheid is belangrijk, vindt ook adviseur Dik Teeuwsen. Maar wie vrijwillig zijn bedrijf verlaat, heeft minder houvast op een goede schadeloosstelling, dan wie gedwongen wordt. Teeuwsen zou graag zien dat boeren weliswaar vrijwillig mee kunnen doen aan een opkoopregeling, maar dat vervolgens de regeling in de Onteigeningswet van toepassing is om de agrarisch ondernemer schadeloos te stellen.

Onteigening klinkt als een hard en ongewenst wapen van de overheid. “Maar de Onteigeningswet is een wet met ontzettend veel waarborgen voor de grondeigenaren”, zegt Teeuwsen. “Uitgangspunt is dat de onteigende boer volledig schadeloos gesteld moet worden.”

Die schadeloosstelling gaat verder dan alleen de vergoeding van de marktwaarde van het bedrijf. “In de Onteigeningswet is geregeld dat niet alleen de waarde van de grond en het bedrijf worden vergoed, maar ook de kosten die je moet maken om weer in dezelfde positie te komen.”

Teeuwsen schat dat de kosten voor de opkoop dan 30 tot 40% hoger liggen voor de overheid, maar hij acht het aannemelijk dat dan wel juist de grote bedrijven zich melden die op zich toekomst hebben, maar die dicht bij Natura 2000-gebieden zitten. “Bedrijven die er qua stikstofemissie toe doen, kunnen dan op basis van vrijwilligheid toch de keuze maken om te vertrekken.” Teeuwsen zegt dat ook rood-voor-roodregelingen kunnen worden ingezet om de oude locatie tot waarde te brengen, iets wat wordt meegewogen in een overeenkomst op basis van een schadeloosstelling volgens de Onteigeningswet.

Ruimte-voor-ruimte-regeling verschilt per provincie

Bijna elke provincie – op Flevoland na – heeft richtlijnen opgenomen voor de ruimte voor ruimte-regeling (RvR) in de omgevingsverordeningen. Elk met hun eigen voorwaarden.

Wat houdt de regeling in?

RvR maakt het mogelijk om in ruil voor sloop van agrarische bebouwing een nieuwe woning te ontwikkelen (woningtitel). Stoppende veehouders kunnen er aanspraak op maken. Daartoe ontvangen zij een financiële vergoeding. Met de regeling wordt het buitengebied ontdaan van ontsierende gebouwen, verval en criminele activiteiten. Onderzoeksbureau Alterra raamt de oppervlakte van vrijkomende agrarische gebouwen tot 2030 op ruim 24 miljoen m2 (2.400 hectare). Een deel daarvan wordt weer hergebruikt. Het andere deel – naar schatting 15 miljoen vierkante meter – komt leeg te staan.

Erg zorgwekkend, vindt Westreenen-directeur Steven van Westreenen (Gelderland). “Boeren zijn onmisbaar op het platteland. Het is zonde dat moderne, financieel stabiele en gunstig gelegen bedrijven zouden stoppen door aantrekkelijke regelingen zoals de RvR. Er zijn genoeg boeren die willen ruilen en wel door willen, omdat zij bijvoorbeeld genoodzaakt zijn om te stoppen vanwege Natura2000-conflicten.”

Voorwaarden verschillen per provincie

De voorwaarden verschillen. Iedere provincie – op Flevoland na – heeft een vorm van RvR, blijkt uit de omgevingsverordeningen van de twaalf provincies. Provincies maken o.a. onderscheid tussen het minimum aantal te slopen vierkante meters, de sector en maatwerk. In gemeente Noordoostpolder (Flevoland) loopt wel de pilot ‘Extra woningen op erven’ waarin een vorm van een rood-voor-rood (zelfde als RvR) wordt gebruikt. “Bij een vrijkomende agrarische locatie mag in de authentieke polderschuur één of twee woningen gemaakt worden. Daarnaast mag bij sloop van meer dan 700 vierkante meter aan niet authentieke bebouwing ook een extra woning gebouwd worden”, aldus ruimtelijk adviseur bij de Omgevingsadviseurs Albert Albers (Overijssel).

Wat levert het op?

Gemiddeld genomen levert een bouwtitel een boer € 150 per vierkante op. “Dat kan per provincie wat verschillen. Er vindt ook nog afroming plaats”, aldus van Westreenen (Gelderland).

Ter illustratie: een Brabantse varkenshouder besluit te stoppen en sloopt een stal van 1.000 vierkante. “Dat levert hem ongeveer € 125.000 op. Dat staat gelijk aan 3.500 kg fosfaat en 473 varkensrechten”, rekent Reland-adviseur Giel Peters (Noord-Brabant) uit. Ook hangt de opbrengst sterk af van de kosten. “Sloop-, advies-, en gemeentelijke kosten kunnen sterk verschillen”, stelt adviseur Albers.

Wees alert met ‘stapelen’

De opbrengst kan nog wat meer worden als regelingen gestapeld worden. “Afhankelijk van de voorwaarden wordt in Brabant geregeld gebruik gemaakt van twee regelingen, bijvoorbeeld een RvR-regeling samen met de subsidieregeling sanering varkenshouderijen (Srv). Maar die situatie is voor ieder bedrijf weer anders”, aldus Peters.

Van Westreenen ziet een stapeling van regelingen ook zitten, maar waarschuwt voor terugbetalingen. “Ik heb dat in het verleden te vaak zien gebeuren, bijvoorbeeld bij een combinatie met de opkoopregeling. Er worden extra elementen toegevoegd, wat leidt tot een korting op een vergoeding. Die moet je terugbetalen. Dan is het oppassen geblazen.”

Ook Albers ziet stapelingen wel zitten. “Maar dat is maatwerk. Varkenshouders kunnen bijvoorbeeld meedoen met de sanering varkenshouderij. Maar onderaan de streep moet over de ‘winst’ belasting betaald worden. “Houd dat in je achterhoofd”, waarschuwt Albers.

Coronavirus remt handel

Adviseurs zijn eensgezind in hun waarneming dat de regeling niet zo vlot loopt. Het werkt net zo als op de woningmarkt, vertelt Peters. “Het draait om vraag en aanbod. Op dit moment is er weinig aanbod in Noord-Brabant. Ondernemers wachten de onzekere tijden af, terwijl er ook steeds meer gemeentelijke saneringsregelingen oppoppen. Gemeentes willen er zeker van zijn dat lege opstallen ook daadwerkelijk gesaneerd worden.”

In Gelderland loopt het wat minder stroef. “Er is wel voldoende aanbod, maar het is zeer onrustig door het coronavirus. Dat gaat ook zijn effect hebben op de prijzen, dat kan niet anders.” Ook in Overijssel was de vraag – ondanks het virus – nog lange tijd goed. “Momenteel is het wat rustiger. De stemming is afwachtend.”

‘Snelste via de gemeente’

De rol van de overheid verschilt per provincie. “Zo trekt provincie Brabant het beleid wat meer naar zich toe. Dat is in Gelderland in mindere mate het geval.” Vaak is de regeling gemeentelijk geregeld. Dat is maar goed ook, vindt van Westreenen. “Gemeenten hebben de meeste kennis en weten wat er speelt. Ook de vergunningverlening gaat er stukken sneller dan bij provincie. Zorg dus dat je zoveel mogelijk bij gemeenten neerlegt.”

Al duurt een aanvraag al gauw 1 a 2 jaar. “Denk dus tijdig na over de wensen en plannen, en dien het tijdig in bij de gemeente”, aldus Albers.

Voormalig melkveehouder: ‘Je kunt maar één keer stoppen’

Frank Timmerman is in 2017 gestopt als melkveehouder en volledig overgestapt naar zijn toenmalige tweede tak. Hij is nu fulltime bezig met het in bad zetten van liggende koeien met mobiele therapeutische koebaden. Hij helpt zo melkveehouders bij het op de been brengen van koeien met bijvoorbeeld melkziekte.

Frank Timmerman had tot 2017 een melkveebedrijf met 80 melkkoeien in maatschap met zijn ouders op een pachtbedrijf met 51 hectare in Dalfsen (Overijssel). Nu runt hij een therapeutisch koebadbedrijf in Lemelerveld. - Foto: Ruud Ploeg
Frank Timmerman had tot 2017 een melkveebedrijf met 80 melkkoeien in maatschap met zijn ouders op een pachtbedrijf met 51 hectare in Dalfsen (Overijssel). Nu runt hij een therapeutisch koebadbedrijf in Lemelerveld. - Foto: Ruud Ploeg

Stoppersregeling melkveehouderij

Timmerman heeft in februari 2017 samen met zijn ouders ingetekend voor de stoppersregeling melkveehouderij. Daar was al een heel traject aan voorafgegaan. “In 2008 kwam ik van school met als doel melkveehouder te worden op het pachtbedrijf van mijn ouders in de omgeving van Dalfsen (Overijssel). Vervolgens zijn we jaren bezig geweest om ons bedrijf te ontwikkelen, inclusief verplaatsing van het bedrijf. Dat stuitte op allerlei problemen met de verpachter en de gemeente”, aldus Timmerman.

Renovatie en uitbreiding ging niet lukken

In 2013 ging hij in maatschap met zijn ouders en werd ingezet op een renovatie van het melkveebedrijf inclusief uitbreiding. Toen dat niet ging lukken, is in februari 2017 de knoop doorgehakt toen er een stoppersregeling kwam. Timmerman geeft aan dat er op dat moment nog veel onzeker was, bijvoorbeeld of er daadwerkelijk in 2018 fosfaatrechten zouden komen.

Er loopt nog wel een procedure met de verpachter over het eigendom van de fosfaatrechten. Met het geld uit de stoppersregeling en de fosfaatrechten kon een andere locatie aangekocht worden. Geen grond en rechten, maar wel met stallen voor melkvee en opfokzeugen. Twee stallen zijn nog in gebruik voor het nieuwe bedrijf, de overige stallen zijn gesloopt via een saneringsregeling.

Omzet verdrievoudigd sinds 2017

Timmerman is nu blij met de stap in 2017. Zijn ouders wilden ook wel stoppen en hij kon op een andere plek verder met het koebadbedrijf. Of dat ging lukken was toen nog onzeker, maar inmiddels is het goed voor een volwaardig inkomen met een omzet die verdrievoudigd is sinds 2017.

“Alles zeker weten lukt niet, uiteindelijk gaf het geld uit de regeling wel de doorslag. Je kunt maar één keer stoppen en ik kon verder met iets wat ik leuk vind en waar ik energie van krijg.”

Medeauteurs: Stefan Essink, Jan Braakman, Mariska Vermaas en Eric Beukema

Of registreer je om te kunnen reageren.