Home

Achtergrond

Geitensector is terug bij af met de bokjes

Geitenboeren zitten met de bokjes in hun maag. De meeste mesterijen zitten op slot en veel vergunningen schieten tekort. ‘Je weet niet meer waar je een oplossing moet vinden.’

Het onderwerp bokjes blijft de geitenhouderij achtervolgen en is uitgegroeid tot een hoofdpijndossier voor de sector. Het probleem is dit lammerseizoen pregnanter dan ooit. Reden is dat de meeste bokkenmesters, vaak noodgedwongen, zijn gestopt. Ze hebben geen vergunning om bokjes te mesten. De mesterij had zich echter ontwikkeld tot een belangrijk afzetkanaal voor bokjes.

Speerpunten uit plan van aanpak welzijn bokjes

De sector heeft in 2017 het Plan van aanpak welzijn geitenbokjes geschreven. Speerpunten in het plan zijn:

  • verlagen van de sterfte van lammeren
  • zorgen dat het bokkenvlees zoveel mogelijk bestemd is voor menselijke consumptie

Bij het schrijven van het plan werd uitgegaan van tien tot vijftien bokkenmesters in Nederland. Navraag leert dat dit er nu hooguit nog drie zijn.

Tekst gaat verder onder de foto‘s.


  • Een hok met geitenbokjes. De bokjes worden gemest voor afzet in Nederland, tot een gewicht van 18 kilo. - Foto: Koos Groenewold

    Een hok met geitenbokjes. De bokjes worden gemest voor afzet in Nederland, tot een gewicht van 18 kilo. - Foto: Koos Groenewold

  • Boerin Jacolien van den Berg geeft de pasgeboren lammeren driemaal een flinke dosis biest. De uitval op dit bedrijf is mede daarom niet meer dan 4%. - Foto: Koos Groenewold

    Boerin Jacolien van den Berg geeft de pasgeboren lammeren driemaal een flinke dosis biest. De uitval op dit bedrijf is mede daarom niet meer dan 4%. - Foto: Koos Groenewold

  • Evert van Maanen begraaft de strijdbijl niet. Hij overlegt met overheden om toch bokken te mogen mesten. Dit leidt tot een enorme papierwinkel. - Foto: Kees van Dooren

    Evert van Maanen begraaft de strijdbijl niet. Hij overlegt met overheden om toch bokken te mogen mesten. Dit leidt tot een enorme papierwinkel. - Foto: Kees van Dooren

Stilvallen bokkenmesterijen in Gelderse Vallei

Vooral in de Gelderse Vallei liggen de bokkenmesterijen stil. Onder dreiging van een dwangsom door de omgevingsdienst zijn er vorig jaar al twee gestopt. Dit lammerseizoen liggen twee andere mesterijen ook stil. Een van de bokkenmesters is Evert van Maanen in Lunteren. Hij schat dat hij en zijn drie collega-mesters jaarlijks 20.000 bokken grootbrachten. Dat is een vijfde van het aantal bokken dat wordt geboren. Nederland telt een half miljoen melkgeiten. Daarvan lammeren er jaarlijks minimaal 100.000. Deze geiten hebben twee lammetjes, met gemiddeld één bokje. De sector moet dus voor minstens 100.000 bokjes plek én afzet vinden.

Geitenbokjes is een jeukdossier. Je weet niet meer waar je een oplossing moet vinden

Jos Tolboom, voorzitter LTO-vakgroep melkgeitenhouderij

Geschikte stalruimte, vergunning ontbreekt

Jos Tolboom, voorzitter van LTO-vakgroep melkgeitenhouderij, weet niet wat de sector aan moet met de bokjes: “Het is een jeukdossier. Je weet niet meer waar je een oplossing moet vinden.”

Het punt is dat het mesten van bokjes of de opfok van geitjes vrijwel onmogelijk is. Als geitenboeren al geschikte stalruimte hebben om hun bokjes te mesten, ontbreekt het hen dikwijls aan een vergunning daarvoor. Dan ontstaan illegale situaties, zoals de provincie Gelderland vaststelt. Maar jonge dieren euthanaseren voor destructie mag niet en dat willen veel geitenboeren ook niet. Bokjes mogen vanaf 7 dagen worden geslacht, als zijnde bestemd voor menselijke consumptie, laat de NVWA weten. Familie Van den Berg beseft terdege dat de maatschappij meekijkt over hun schouder en voelt zich ook moreel verplicht een afzet te vinden voor hun bokjes.

Urgentie probleem geitenbokjes aangekaart

LTO-voorman Tolboom heeft samen met de dierenartsenkoepel KNMvD, zuivelaars, de vleessector en de handel- en transportsector een front gevormd om de urgentie van het bokkenprobleem aan te kaarten bij landelijke- en provinciale bestuurders. Tot dusver zonder succes. Tolboom: “Ik weet niet welke informatie ik nog moet aanleveren bij bestuurders om hen de urgentie van het bokkenprobleem te tonen. Het lijkt dat bestuurders meer bezig zijn met stikstof en de volksgezondheid dan het welzijn van geitenbokjes.”

Gedoogregeling in Gelderland

Uitzondering is Gelderland, met een gedoogregeling voor 2020. In de rest van Nederland vindt Tolboom met zijn ketenpartners tot dusver geen gehoor. Gebrek aan legale afmestplaatsen en afzet van bokkenvlees zitten de geitensector hopeloos in de weg.

Voor geitenboer Martijn de Kruijf in Leusden is het ideaalplaatje dat 30% van de beste bokjes wordt afgezet in Nederland. De helft wordt gemest op bokkenmesterijen, met eindbestemming Zuid-Europa. En 20% van het ondereind is voor petfood. Ondereind heb je altijd, betoogt De Kruijf. Hij vindt het niet bezwaarlijk dat het ondereind in petfood belandt. “Daar is ook vlees nodig.” De Kruijf vreest echter dat nu het overgrote deel van de bokjes eindigt als petfood.

Tolboom is positiever en denkt dat dit minder dan de helft is. Berichten over welzijnsproblemen met bokjes hebben Tolboom nog niet bereikt. Dat zegt niet alles. Tolboom: “Het zal mij echter niet verbazen als zaken fout gaan. Wat je wilt voorkomen is dat bokjes worden geëuthanaseerd voor destructie. Als ze op een gewicht van 6 kilo of meer worden geslacht voor petfood, is dat onder de huidige omstandigheden al mooi.” Niettemin is het mogelijk markt te vinden in Nederland voor bokkenvlees, is de overtuiging van De Kruijf. Hij weet echter uit eigen ervaring dat dit wel heel lastig is.

I&R-regeling zwak punt in geitensector

Zwakte in de geitensector is de I&R-regeling. Zolang een lam op het geitenbedrijf blijft, is registratie pas verplicht als het dier een half jaar oud is. Hoeveel lammeren worden geboren en binnen een half jaar doodgaan, ligt dus niet vast. Ook wordt het geslacht niet geregistreerd. Tolboom: “Je hebt geen sterftecijfers die iets zeggen over een sectorgemiddelde. Wat naar de mesterijen gaat, ligt wel vast. Dit systeem helpt niet als je de sector goed wilt monitoren.” LTO wil dat het ministerie de I&R-regeling voor geiten snel verandert.

Sectorplan kan de prullenbak in

De acute zorgen zijn groter. Het sectorplan voor aanpak van het welzijn van geitenbokjes kan de prullenbak in. De bokken zijn zelfs een groter probleem dan in 2016, toen de NVWA met alarmerende cijfers kwam over hoge uitval (tot 66%) en de sector werd gemaand een plan te maken.

Evert van Maanen was betrokken bij het plan en weet uit eigen ervaring dat het vruchten afwierp. Hij nam van 19 geitenboeren de bokjes af. Door goede afspraken met hen te maken over de verzorging en biestopname van bokjes op het geitenbedrijf, zakte de uitval op zijn mesterij van 25% naar 10%. De NVWA blijft de geitensector volgen en heeft op korte termijn nieuwe inspectieresultaten.

Van Maanen beseft dat hij had moeten zorgen dat zijn huurstal een goede vergunning had. Het punt is dat hij al een paar keer was verkast. Maar hij verwacht van LTO meer daadkracht, met name naar de gemeente Ede toe waar hij boert, om iets te regelen voor de bokkenmesterij. Het lukt hem niet een gesprek te organiseren met de verantwoordelijk wethouder. Van Maanen: “LTO is lauw. Ze bijten niet door.”
Tolboom begrijpt de frustratie van Van Maanen, maar herkent zich niet in de kritiek. “We hebben met de provincie een akkoord bereikt. Dat de gemeente Ede de provinciale ruimte niet benut, is frustrerend.” Van Maanen is van het type vechter en geeft niet op. Hij windt zich erover op dat de omgevingsdienst 25 februari nog checkte of hij zich aan de regels houdt en de stal leeg laat staan. Van Maanen: “De gemeente doet weinig om zich te verdiepen in de geitensector. Ik krijg de indruk dat ze me zien als een gevaarlijke man die met zijn bokken de volksgezondheid in gevaar brengt.”

Toewerken naar gespecialiseerde afmestbedrijven geiten

Als de geitenboeren en LTO het voor het zeggen hadden, blijft de bokkenmesterij bestaan als afzetkanaal. Bokken mesten doe je er niet even bij, weet De Kruijf. Zeker niet als je goed bevleesde karkassen wilt produceren. Geitenboeren willen net als in de melkveehouderij gespecialiseerde afmestbedrijven. Dan kun je ook grote partijen, uniforme koppels bokken leveren aan een slachterij.

Tot 2021 geitenstop in veel provincies

In de sector weet niemand hoe het afloopt met de geitenbokjes, ook Tolboom niet. In veel provincies geldt sowieso tot 2021 een geitenstop. Legaliseren word lastig. Het kan bijna niet anders dan dat het bokjesissue ook in 2021 als een donkere wolk boven de sector hangt. Wegkijken en gedogen houdt geen stand. Overheden én de geitensector zullen pragmatisch moeten zoeken naar een oplossing.

Wout van den Berg (52) heeft samen met zijn vrouw Jacolien en zoon jaap een bedrijf met 1.250 melkgeiten in Lunteren (Gld.). - Foto: Koos Groenewold
Wout van den Berg (52) heeft samen met zijn vrouw Jacolien en zoon jaap een bedrijf met 1.250 melkgeiten in Lunteren (Gld.). - Foto: Koos Groenewold

Geitenhouder: als boer heb je een zorgplicht voor je bokjes

Familie Van den Berg mest tegenwoordig haar eigen bokjes af. Ze hebben daarvoor stalruimte ingericht. Daar is het lekker warm en kunnen de dieren drinken aan de melkbar. De mester die de geitenbokjes voorheen haalde, is noodgedwongen gestopt. Hij beschikt niet over een geldige vergunning.

Bokkenmesterij serieus opgepakt
De familie maakte van de nood een deugd en pakt de bokkenmesterij serieus op. Dit begint direct na de geboorte. Boerin Jacolien van den Berg geeft alle lammeren geitenbiest uit een speenfles, zo’n 700 bokjes en geitjes per jaar. De lammeren krijgen drie keer biest voor ze aan de drinkautomaat gaan, opgeteld minimaal 450 milliliter. De zorg en goede biestkwaliteit resulteren erin dat de uitval onder de 4% blijft.

Uur per dag meer arbeid
De geitenhouders zijn bekend met het belang van goede biestopname. De bokjes die vroeger naar de mester gingen, kregen ook goed biest voor ze het bedrijf verlieten. De hoeveelheid arbeid is daarom niet enorm toegenomen nu ze zelf bokken mesten. Ongeveer een uur per dag. Dit betreft de melkbar voor de bokken schoon houden en bijvullen en de hokken instrooien. Deze taken voert zoon Jaap uit.

Vergunning uitgebreid
Net voor de Gelderse geitenstop heeft familie Van den Berg haar vergunning uitgebreid. Ze mogen 600 opfokgeiten houden. Op het erf staan ongebruikte varkensstallen. De huisvesting en vergunning is dus geen probleem.
De geiten lammeren in twee etappes, in de nazomer en het voorjaar. De 350 bokjes die jaarlijks ter wereld komen, zetten de geitenhouders zelf af. Wout van den Berg: “Als boer heb je een zorgplicht. Deze bokjes krijgen een goede bestemming. Dat kan ik iedereen uitleggen.” Op het bedrijf is 10% van de bokken bestemd voor de fokkerij. Hetzelfde percentage wordt gemest tot 40 kilo en via een collega-geitenboer verkocht als rosévlees. Het gros van de dieren wordt gemest tot een gewicht van 18 kilo en gaat naar een gespecialiseerde slachterij. Al het vlees is bestemd voor menselijke consumptie.

Net uit de kosten
Wout van den Berg vindt bokken wel een uitdaging. “Het is weer wat nieuws op het bedrijf.” Financieel wordt de familie er niet wijzer van. Volgens Van den Berg komen ze net uit de kosten. Voorheen waren ze ruwweg een tientje per bok kwijt. Ze betaalden de mester per bok, plus kosten voor I&R en biest.

Of registreer je om te kunnen reageren.