Home

Achtergrond 5 reacties

Mestmarkt is in verandering

De mestmarkt gaat ontspannen het nieuwe uitrijseizoen in. Het lijkt erop dat veehouders structureel rekening kunnen houden met lagere mestafzetkosten. Dat is wel weer een risico voor de verdere ontwikkeling van mestverwerking.

Vergeleken met een jaar geleden bevindt de mestmarkt zich in veel rustiger vaarwater. Ophaalprijzen voor varkensmest vanuit de mestoverschotgebieden variëren globaal van € 21 tot € 25 per ton, met vanzelfsprekend uitschieters naar boven en beneden. In het Zuiden liggen de prijzen aan de bovenkant van deze range; in het Oosten en Midden meer richting de onderkant. Voor het ophalen van rundveedrijfmest wordt nu € 16 tot € 19 per ton gerekend. Deze markt is echter meer regionaal bepaald waardoor de variatie in prijzen nog groter kan zijn.

 

Met dit prijsniveau liggen de prijzen voor varkens gemiddeld zo’n € 3 onder het niveau van vorig jaar; bij rundveemest is het verschil wat kleiner, maar daar gaat het ook gauw om € 1 tot € 2 per ton. Dat prijzen op een lager nivaeu liggen, heeft globaal drie oorzaken: Door krimp van de rundveestapel is het aanbod mest kleiner, er wordt meer mest verwerkt en geëxporteerd en afgelopen jaar zijn de mestputten goed leeggekomen. Het weer, en daarmee voldoende mogelijkheden om mest uit te rijden, blijft een belangrijke factor spelen op de fysieke markt.

Wat betreft de export van fosfaat is deze tot en met het derde kwartaal wat groter dan het jaar ervoor. In 2018 had de strengere wetgeving in Duitsland veel impact op de uitvoer. Frankrijk is sindsdien een steeds belangrijkere afzetmarkt geworden. Frankrijk neemt nu net zo veel mest(producten) af als Duitsland.

 

De gevolgen dit seizoen van de aangepast mestregels zijn nog onduidelijk. Ook de aangekondigde maatregelen rondom stikstof zijn nog niet in de mestmarkt voelbaar. Deskundigen verwachten vooralsnog beperkte invloed aangezien de mestmarkt een eigen dynamiek heeft. Dat kan veranderen als grote investeringen doorberekend gaan worden in de mestprijs. Regionale maatregelen zullen vooral op dat niveau merkbaar zijn.

Toegestane technieken veranderen nog niet, maar hoeveelheid mest die mag worden uitgereden wel

Vanaf 16 februari mag weer drijfmest worden uitgereden op alle bouw- en grasland. Voor het uitrijden van mest verandert dit jaar het een en ander in de hoeveelheid mest die mag worden gebruikt. De toegestane technieken veranderen vooralsnog niet.
Hoeveel dierlijke mest melkveehouders dit jaar mogen gebruiken, is nog niet bekend. De onderhandelingen over het verlengen van de derogatie lopen nog. Het ministerie zet zich ervoor in om in het voorjaar groen licht te krijgen vanuit Brussel. Wanneer dit precies zal zijn, is nog niet bekend. Afhankelijk van deze derogatie mogen melkveehouders 170 (zonder derogatie) of 230 of 250 kilo stikstof uit dierlijke mest per hectare gebruiken.

In verband met bodemverbetering mag bij fosfaattoestand hoog 5 kilo extra fosfaat worden toegediend als in ieder geval 20 kilo fosfaat per hectare wordt gegeven via strorijke vaste mest van herkauwers of paarden, champost of compost. Biologische bedrijven mogen per hectare 10 kilo extra fosfaat uitrijden met stromest. - Foto: Henk Riswick
In verband met bodemverbetering mag bij fosfaattoestand hoog 5 kilo extra fosfaat worden toegediend als in ieder geval 20 kilo fosfaat per hectare wordt gegeven via strorijke vaste mest van herkauwers of paarden, champost of compost. Biologische bedrijven mogen per hectare 10 kilo extra fosfaat uitrijden met stromest. - Foto: Henk Riswick

Fosfaatnormen gedetailleerder

Het aantal fosfaatklassen voor de bodem is per 1 januari veranderd van drie naar vijf: arm, laag, neutraal, ruim en hoog. De fosfaatgebruiksnormen voor grond met een hoge fosfaattoestand wordt verlaagd naar 75 kilo fosfaat op grasland en 40 kilo op bouwland. Voor gronden met een fosfaatklasse ‘arm’ (PAL <16 of pw><25) geldt een norm van 120 kilo fosfaat voor zowel bouw- als grasland.>

In het kader van bodemverbetering mag bij fosfaattoestand ‘hoog’ 5 kilo extra fosfaat worden toegediend als in ieder geval 20 kilo fosfaat per hectare wordt gegeven via strorijke vaste mest van herkauwers of paarden, champost of compost. Biologische bedrijven mogen per hectare 10 kilo extra fosfaat uitrijden met stromest. De equivalente maatregelen, waarmee meer stikstof of fosfaat mocht worden aangevoerd bij aantoonbaar hoge opbrengsten en een lage of neutrale fosfaattoestand van de bodem, komen te vervallen voor fosfaat vanwege de hogere normen en de verfijning van de fosfaatklassen. Voor stikstof kan via equivalente maatregelen nog wel extra gebruiksruimte worden verkregen bij specifieke teelten en hoge opbrengsten.

Stikstofbeleid in praktijk nog geen effect

De stikstofmaatregelen hebben op dit moment nog geen effect voor het bemesten. Het kabinet heeft al aangegeven bemesten niet vergunningplichtig te willen maken. Alleen wanneer grond van functie verandert, van bouwland naar grasland of andersom, kan een vergunning nodig worden als sprake is van een toename van depositie.

Ook het voorstel om de uitstoot van ammoniak bij het uitrijden van mest te verminderen door de mest te verdunnen met water, leidt nu nog niet tot andere regels.

Certificering voor mest is nog niet vereist. Sectororganisaties LTO, POV, Cumela en TLN werken met het initiatief Keurmest wel toe naar certificering. Via registratie bij Keurmest geven ondernemers aan zich aan de regels te houden. Bij deze vrijwillige verklaring van goed gedrag, hebben zich inmiddels 244 schakels in de mestketen aangemeld.
Drijfmest mag op grasland uitgereden worden van 16 februari tot 1 september, op bouwland van 16 februari tot en met 15 september. Vaste mest mag per 1 februari weer worden uitgereden. Op zand- en lössgrond mag dit tot 1 september, op klei- en veengrond mag dit op grasland van 1 februari tot en met 15 september. Bij bouwland op klei en veen mag vaste mest jaarrond worden toegepast.

Structureel lagere prijzen

De ontspanning op de mestmarkt is mogelijk een voorbode voor een andere mestmarkt met structureel lagere prijzen. Afgelopen jaren droeg de kleinere rundveestapel daar al aan bij. Nu gaan honderden varkensbedrijven de deuren sluiten. Varkensbedrijven die meededen aan de stoppersregeling staan vanaf 1 januari van dit jaar al leeg. Het gaat hier om bedrijven die op basis van het Actieplan ammoniak jaren geleden hebben besloten om te stoppen. Daar komen straks degenen die meedoen aan de Saneringsregeling varkenshouderij nog bij. Daarvoor hebben zich meer dan 500 varkensbedrijven opgegeven. Hoeveel ervan worden gehonoreerd, zal later dit jaar blijken. Duidelijk is dat het direct effect heeft op de mestmarkt aangezien een groot deel van de mest van die bedrijven wordt afgezet.

Wat verwerking betreft, blijft het lastig om een betrouwbaar beeld van de werkelijke situatie te krijgen

Daar komt bij dat, om aan de mestverwerkingsplicht te voldoen, er volgens een inventarisatie van het Nederlands Centrum Mestverwaarding (NCM) inmiddels voldoende mestverwerkingscapaciteit is. Naar verwachting neemt de verwerkingscapaciteit in 2020 verder toe. Vorig jaar is in Coevorden een vergister van Bio Energy Coevorden gestart, tot dan toe de grootste van Nederland. Greenferm wil dit jaar 350.000 kuub mest van de markt halen. Ook afvalverwerker Twence staat in de startblokken, maar kampt met vergunningproblemen. Toch blijft de ambitie om na de zomer te gaan bouwen. Vooralsnog is ruim 100.000 ton van de 250.000 ton capaciteit gecontracteerd.

Dat de druk van de ketel is, blijkt ook uit de sterke afname van vervangende verwerkingsovereenkomsten (VVO’s) afgelopen jaar. Wel een kanttekening: wat verwerking betreft, blijft het lastig om een betrouwbaar beeld van de werkelijke situatie te krijgen, zegt Jan Roefs, directeur van het NCM. “Praat je over vergunde capaciteit, wat verwerkers aangeven te gaan doen, de gebouwde capaciteit of de daadwerkelijke verwerking. En wat wordt allemaal onder verwerking geschaard, ook vergisting, scheiden en hygiënisten?”

Prijzen VVO’s nog sterker gedaald

Nog meer dan de prijzen op de fysieke mestmarkt zijn prijzen voor vervangende verwerkingsovereenkomsten (VVO) gedaald. Eind vorig jaar schommelden die prijzen tussen € 0,40 en € 0,60 per kilo fosfaat, waarbij de meeste VVO’s voor zo’n € 0,50 per kilo zijn verhandeld. Een groot verschil met 2018, toen lange tijd meer dan € 2,50 per kilo fosfaat is betaald.

Dat de vraag afneemt, heeft te maken met de kleinere melkveestapel en een royaal aanbod VVO’s. Mestverwerking is toegenomen en er zijn onbenutte VVO’s op de markt gebracht. Daar komt bij dat veel pluimveemest wordt geëxporteerd waarmee ook VVO’s beschikbaar komen. Intermediairs kunnen de vrijkomende VVO’s toekennen aan een andere meststroom die ze ook in een geregistreerde opslag hebben gehad.
Lage prijzen voor VVO’s zijn prettig voor de veehouders, maar ondermijnen het systeem zoals het is bedacht. Met VVO’s betalen veehouders namelijk mee aan de ontwikkeling van mestverwerking. Mestverwerkers hebben in hun calculatie met hogere VVO-prijzen gerekend. Voor exporteurs wordt het dan minder interessant om mest naar met name Frankrijk of Duitsland te brengen.

‘Noodzaak is niet minder’

Minder noodzaak voor verwerking en een structureel lagere prijs op de vrije markt kunnen de doodsteek zijn voor nieuwe initiatieven, zeker gezien de grote (financiële) risico’s die mestverwerking met zich meebrengt. Dat heeft de decennialange ervaring met mestverwerking wel geleerd. Zeker omdat ondernemers beducht zijn om zich, bij lage prijzen op de vrije markt, voor jarenlang vast te leggen.

Neem als voorbeeld Twence. Deze rekent met een poorttarief van € 16,50 per ton. Voor mest binnen een straal van 25 kilometer komt daar € 3,50 per ton aan transportkosten bij. Een contract wordt gesloten voor een periode van tien jaar, maar er zijn varianten voor drie of vijf jaar. Volgens projectmanager Andy Roeloffzen werkt Twence voor een concurrerende prijs, maar hij ziet ook de ontwikkeling in de dagmarkt. “Natuurlijk merken we dat ondernemers er nu anders inzitten dan een jaar geleden. Daardoor is de noodzaak om aan te sluiten nu een stuk minder.” Hij benadrukt ook het belang van mestverwerking om aan ontwikkelingen als kringlooplandbouw en het klimaatakkoord te voldoen. Roeloffzen hoopt dat varkenshouders vooral nadenken over de lange termijn, maar is ook nuchter. “Twence valt niet om als het mestproject niet doorgaat. De sector is nu zelf aan zet.”

Gevolgen voor mesthandel

De veranderende mestmarkt gaat ook gevolgen hebben voor de mesthandel. Er is de afgelopen jaren door loonwerkers en distributeurs veel geïnvesteerd in materiaal en mestopslag om in een korte tijd zoveel mogelijk mest weg te kunnen zetten. Bij minder aanbod gaat de concurrentie toenemen, wat een verdere prijsdaling tot gevolg kan hebben. Juist vanwege de grote investeringen en de stevige poot die mesthandel voor veel bedrijven is, gaan ze ‘vechten tot de laatste snik’, aldus een mestdistributeur.

Niet uitgesloten is dat akkerbouwers moeten gaan bijbetalen voor het aanvoeren van mest

Een onzekerheid is tot welke prijs akkerbouwers mest willen laten aanvoeren. Ze waren jarenlang gewend aan royale bijdragen om de mest op hun land af te zetten, maar die zijn inmiddels dalende en in sommige regio’s al tot nul euro gereduceerd. Er bestaan daarbij wel aanzienlijke verschillen tussen afspraken waarbij ook aspecten als kwaliteit en beschikbaarheid bepalend zijn voor de prijzen.

Niet uitgesloten is dat akkerbouwers bij een verder krimpend aanbod aan mest en stevige concurrentie moeten gaan bijbetalen. Akkerbouwers zullen als ze moeten bijbetalen in gewassen met een laag saldo en in gewassen waar drijfmest minder goed past, eerder kiezen om de drijfmest weg te laten. Dan zal blijken of de mest in de ogen van de akkerbouwer belangrijk genoeg is en of er een moment (lees prijsniveau) is dat ze afhaken.

Laatste reacties

  • Han

    Er is weinig meer mest verwerkt VVO's worden gemaakt door export kippenmest.
    Dit maakt het voor de verwerkers extra moeilijk om de kosten te kunnen verlagen.

  • eenvoudige boer

    Als de veestapel zo blijft krimpen dan wordt al die mestverwerking overbodig.

  • Kringloopboer

    Mee eens als we over 10 jaar de CO2 moeten halveren gaat het hard naar beneden met de veestapel

  • wmeulemanjr1

    Kunnen de fosfaatrechten er ook wel weer af..

  • mariapeel

    Er is rundvee mest te weinig dit jaar. De akkerbouw zal snel weer gaan betalen.

Laad alle reacties (1)

Of registreer je om te kunnen reageren.