Home

Achtergrond laatste update:28 jan 2020

Trend 1: krimp in de veehouderij

De veehouderij moet zich instellen op iets heel nieuws: structurele krimp. Het aantal dieren gaat afnemen en daarmee de productie. In de akkerbouw slinkt het areaal al decennia.

De productie van vlees, melk en eieren vertoont een vrijwel continu opgaande lijn. Ondanks de meststoffenwet, ondanks Minas, ondanks varkenspest, ondanks MKZ, ondanks vogelgriep, ondanks dioxine, ondanks BSE en alle andere onheil van de afgelopen decennia.

Productie van stoppers is overgenomen door de blijvers

Minder bedrijven

Het aantal dieren bleef sinds 2000 nagenoeg constant maar het aantal bedrijven is gestaag geslonken (zie kader onderaan). De productie van stoppers is overgenomen door de blijvers. Sterker nog: die voerden de productie per dier zo sterk op dat per saldo de productie maar bleef groeien. Daaraan komt in 2020 een abrupt einde. Het aantal dieren gaat afnemen en daarmee de productie.

Dat heeft verschillende oorzaken. Het maximale aantal varkens en kippen is al beperkt sinds eind jaren negentig van de vorige eeuw via het stelsel van varkens- en pluimveerechten. Die zijn destijds fors ruimer uitgegeven dan het werkelijk aantal dieren, erkende voormalig directeur-generaal Chris Kalden al in 1998. Door diverse opkoopregelingen is het aantal varkensrechten nu in lijn met het aantal dieren. De Subsidieregeling Sanering Varkenshouderij leidt mogelijk tot een krimp met 503 bedrijven. Minimaal 7% krimp in dieren is aanstaande. Dat leidt vanaf 2021 tot een flinke daling in varkensproductie.

Lees verder onder de foto.

De krimp van de veestapels wordt het meest duidelijk door de sloop van bedrijven, bijvoorbeeld via opkoopregelingen. - Foto: Ruud Ploeg
De krimp van de veestapels wordt het meest duidelijk door de sloop van bedrijven, bijvoorbeeld via opkoopregelingen. - Foto: Ruud Ploeg

Pluimveehouderij

Bij pluimvee ligt een toename van het aantal dieren ook zeker niet voor de hand. Na het schrappen van de POR-regeling zijn namelijk veel dierrechten nodig voor uitbreidingen die gedaan zijn tussen 2011 en 2017. Die regeling staat het houden van dieren deels zonder pluimveerechten toe als een bedrijf alle mest volledig verwerkte of exporteerde. Die rechten moeten nu bij stoppers wegkomen, per saldo gaat de sector hierdoor krimpen. In 2019 kromp ze daardoor al met 5%.

Vleeskalveren en melkvee

De vleeskalversector gaat ook uit van structurele krimp. VanDrie Group schat in dat die in 2020 5% bedraagt, vakgroepvoorzitter Wim Thus voorspelt het dubbele.

Dan het melkvee. Het aantal stuks is gelimiteerd op de bezetting van 2 juli 2015 en daarop is ook nog eens 4% gekort. Verdere korting is niet uitgesloten. Er zijn waarschijnlijk te veel rechten uitgegeven ten opzichte van het fosfaatplafond. De meststoffenwet is in 2019 al gewijzigd zodat schorsing van rechten, en daarmee gedwongen krimp, mogelijk wordt. Die krimp wordt nog eens versterkt als de overheid bedrijven rondom Natura 2000-gebieden opkoopt.

Opvoeren van de melkproductie, die sinds 2000 ongeveer 15% is gegroeid, is slechts zeer beperkt mogelijk doordat bij een hogere melkproductie meer fosfaatrechten per koe nodig zijn.

Harder groeien dan spant voor spant bleek riskant

Vormogen om te groeien beperkt

Gezien het grote aantal melkveebedrijven zonder opvolger, dringt zich ook nog eens de vraag op of de blijvers wel de financiële middelen kunnen vrijmaken om de productie van stoppers over te nemen. Zeker, de melkveehouderij is een vermogende sector, maar het rendement is te laag voor dergelijke groeistappen. Die les is wel geleerd in de afgelopen jaren. Harder groeien dan spant voor spant bleek een riskante operatie.

Krimp in landbouw en periferie

In 2000 telde Nederland 29.470 melkvee-, 14.520 varkens- en 3.860 pluimveebedrijven. In 2019 waren het er nog respectievelijk 16.260, 4.060 en 1.752. De melkveestapel was in 2019 5% groter dan in 2000, het aantal zeugen en vleesvarkens kromp met 15% en het aantal leghennen en vleeskuikens is nagenoeg gelijk aan dat in 2000.
Daling aantal akkerbouwbedrijven
Ook het aantal akkerbouwbedrijven daalde sterk. In 2000 telde het CBS nog 14.800 akkerbouwbedrijven (634.440 hectare). In 2019 waren dat er 11.015 (532.150 hectare). Daar zitten flink wat hobbymatige bedrijven bij. Het aantal bedrijven met enige omvang, een standaardopbrengst groter dan 25 mille, bleef redelijk op peil: 8.490 versus 7.685. De krimp in productie zal doorwerken in de periferie. Slachterij Vion koerst al op 20% krimp van de varkens- en rundvleesproductie in West-Europa de komende 10 jaar. FrieslandCampina herziet haar financiering omdat ze ledenfinanciering spaak ziet lopen op het afnemend aantal en de toenemende vergrijzing van haar leden. Mengvoerbedrijven hebben al jaren hun koers verlegd naar het buitenland om tegenvallers te compenseren.

Boeren staan voor misschien wel de belangrijkste keuze in hun ondernemersbestaan: ga ik door of niet? Lees wat er speelt dit jaar, inclusief alle 20 trends.

Of registreer je om te kunnen reageren.