Home

Achtergrond

Natuurinclusief boeren hoeft niet groots te zijn

Natuurinclusieve landbouw is een veelgebruikt begrip. Maar wanneer boer je nou natuurinclusief? Dat kan al met kruidenrijk grasland, maar uitgangspunt is de bodem. Dat blijkt bij een bezoek aan enkele proefbedrijven.

Het begrip natuurinclusieve landbouw klinkt tegenwoordig op tal van plaatsen. Maar wanneer boer je natuurinclusief en wat is het verdienmodel? Natuurinclusief boeren hoeft niet per se een grote ingreep of investering te betekenen. Het kan bijvoorbeeld al door 2 meter vanaf de slootkant niet te bemesten en aangepast te maaien, zodat ruimte ontstaat voor andere soorten, zoals klavers of door minder medicijnen te gebruiken. Het uitgangspunt is een gezonde bodem, stellen de circa 20 deelnemers aan de excursie Natuurinclusieve Pilotbedrijven van LTO Noord en de Natuur- en Milieu Federatie Noord-Holland.

Oeverkantbeheer en kruidenrijk grasland

Op melkveebedrijf Nell in Muiden (N.-H.) behoren oeverkantbeheer en kleinschalig gebruik van kruidenrijk grasland tot de bedrijfsvoering. “Ik noem het zelf eigenlijk geen natuurinclusief boeren, het is er vanzelf ingeslopen.” De melkveehouder laat tevens een ‘hobbyhoekje’ zien. “Kijk, hier groeit nu zelfs de echte koekoeksbloem.”

Het oeverbeheer is gestart met een project van het waterschap. “Daar ontvang ik subsidie voor, en eigenlijk is het zonder subsidie ook niet interessant. Ik zie wel een paar extra dier- en plantensoorten, zoals klaversoorten, dus in die zin is de natuurwaarde versterkt. Economisch gezien levert het echter weinig op.” Ook voert hij hooi van kruidenrijk grasland van een perceel uit de buurt. “Puur voor het droogzetten van melkvee. Het bevat nauwelijks eiwitten en is daarom niet interessant. Bovendien zitten wij hier op rijke klei/veengrond, waardoor kruiden gauw verdwijnen.”

Minder antibioticagebruik met ander veeslag

Melkveehouder Harm Jansen in Hilversum (N.-H.) gooide het over een andere boeg. Hij merkte dat zijn bedrijfsvoering en de keuze voor het houden van Holsteins minder goed pasten bij de omgeving waarin hij boert. Het gras van de pachtgronden is van een matige kwaliteit, waardoor koeien er minder voedingsstoffen uit halen. Maar ze geven wel veel melk. Daardoor was de energiebehoefte niet meer in balans met de voeding.

Ze zijn enthousiast over de wijze waarop wij boeren en denken dat wij biologisch zijn

Hij maakte de keuze om een kruising te gaan melken en gebruikte onder andere Montbeliarde en Zweeds roodbont. Die gaan makkelijker om met gras van mindere kwaliteit en blijven toch gezond door de melkproductie aan te passen aan het voer. Dat resulteerde in halvering van het antibioticagebruik en een aanzienlijk lager percentage kalversterfte. Op die manier boert Jansen naar eigen zeggen ook natuurinclusief: een robuustere veestapel die om minder antibiotica vraagt en beter kan omgaan met andere omstandigheden.

Daarnaast verkoopt Jansen vlees van eigen bedrijf in het restaurant bij de kinderboerderij. De keuze om een kinderboerderij en zorgboerderij te beginnen, kwam voort uit de gedachte om burgers meer te laten zien wat een boer doet. Dat pakt goed uit, volgens de melkveehouder. “Ze zijn enthousiast over de wijze waarop wij boeren en denken dat wij biologisch zijn, maar ik ben en blijf gangbaar melkveehouder. In mijn ogen is een combinatie van verschillende vormen (biologisch/natuur/gangbaar) een goede manier om te werken aan klimaatopgaves en tegelijk wereldwijd voldoende voedsel te blijven produceren.”

Eigen compost als meststof

Biologisch melkveehouder Henk den Hartog in Abcoude (U.) gebruikt eigen compost om de bodem gezond te houden. Den Hartog merkte enkele tientallen jaren geleden dat de bodem waarop hij boert degradeerde. “Wij hebben te veel bemest, te intensief geboerd. Daardoor was de bodem niet meer te berijden. Om de bodemactiviteit te verbeteren, zijn we compost gaan gebruiken. En met resultaat: sinds 2004 is het organischestofgehalte verdubbeld van 5 naar 10%.

Compost uitrijden verbetert de bodemgesteldheid. Biologisch veehouder Den Hartog heeft bij deze aanpak niet heel veel last van ongewenste planten. - Foto: Ronald Hissink
Compost uitrijden verbetert de bodemgesteldheid. Biologisch veehouder Den Hartog heeft bij deze aanpak niet heel veel last van ongewenste planten. - Foto: Ronald Hissink

Den Hartog boert op circa 75 hectare en doet het maaibeheer voor natuurbeherende organisaties op 300 hectare. Het maaisel hiervan composteert hij zelf en gebruikt het op zijn eigen grond. “Economisch gezien is deze manier voor mij niet rendabel. Ook is composteren op grotere schaal vergunningplichtig. Dat vraagt de nodige investeringen, bijvoorbeeld vloeistofdichte vloeren.” De winst is een gezondere bodem, al zijn de producten daarvan nog lastig op een hoger niveau te vermarkten. Den Hartog geeft aan weinig hinder te hebben van ongewenste plantensoorten uit de compost, al heeft hij wel meer distels door de verrijkte grond.

We moeten ideaalbeelden uit het hoofd zetten en ons boerenverstand gaan gebruiken

Transitie duurzaam bodembeheer

Beleidsmedewerkers landbouw en natuur van de provincie Noord-Holland sluiten zich aan bij het uitgangspunt van Den Hartog. “Wij redeneren vanuit het boerenbedrijf, en met deze rondleidingen leren we wat er speelt op het boerenbedrijf. Wij willen onze bevindingen meenemen in beleidskeuzes en bij de vorming van het nieuwe GLB.” Het natuurinclusieve principe zou de standaard moeten zijn van het boerenbedrijf, en niet de subsidie die aan maatregelen verbonden is. Daarbij is duurzaam bodembeheer noodzakelijk. “Dat vraagt in sommige gevallen om een forse transitie die tientallen jaren kan duren. Uiteindelijk moet de consument bereid zijn meer te betalen voor het product.”

LTO vraagt boer om tips

Uit ervaringen van de pilotbedrijven kwamen drie zaken dominant naar voren: (1) natuurinclusief boeren kan al met kleine maatregelen; (2) het uitgangspunt is bodemgezondheid, maar er heerst vaak nog veel onwetendheid; (3) de samenwerking met natuurbeheerders verloopt vaak moeizaam. Dat laatste is het punt waar een aanwezige bodemcoach zich veel zorgen over maakt: “We moeten ideaalbeelden uit het hoofd zetten en ons boerenverstand gaan gebruiken. Bovendien kunnen boeren die meer kennis of scholing willen over de bodem vrijblijvend een bezoek van een bodemcoach aanvragen.”

Of registreer je om te kunnen reageren.