Home

Achtergrond

Hoe meer (gratis) data, hoe beter

Combineer de data van de trekker met het gps-signaal, en er gaat een wereld aan gratis data voor je open. Data die je naast andere gegevens kunt leggen, zoals van bodemscans en satellietbeelden, en waarbij geldt: hoe meer, hoe beter en hoe betrouwbaarder. Dit kan op nieuwe en op bestaande trekkers.

Bij vrijwel alles wat je doet, verzamel je tegenwoordig data. Of met een mooi en hip woord ‘big data’, omdat het vaak om grote hoeveelheden data (gegevens) gaat. Grote multinationals en vooral techbedrijven als Alibaba, Amazon, Facebook en Google, maar ook Apple en Netflix maken daar gretig gebruik van. Data leveren niet alleen kennis, inzicht en macht, maar ook keiharde euro’s op. Ook als boer of loonwerker kun je er geld mee verdienen!

Tijdens elke bewerking verzamelt een trekker gratis en voor niets waardevolle data, zoals brandstofverbruik en benodigd vermogen. Vooral grondbewerkingen en zaaien en poten leveren nuttige gegevens op. - Foto: Peter Roek
Tijdens elke bewerking verzamelt een trekker gratis en voor niets waardevolle data, zoals brandstofverbruik en benodigd vermogen. Vooral grondbewerkingen en zaaien en poten leveren nuttige gegevens op. - Foto: Peter Roek

Ook in de landbouw

De landbouw verzamelt en gebruikt al veel data. Dat was altijd al zo, denk aan melkgift, zak- en spuitboekjes en teeltregistratie. Maar door toenemende automatisering en steeds vaker 24/7-connectiviteit, gaat dataverzameling steeds vaker ‘vanzelf’ en automatisch. Het gps-systeem, de stuurautomaat en machines en werktuigen registreren in feite per vierkante centimeter wat ze waar en op welk moment doen. (Trekker)fabrikanten zien het belang daar ook van in en helpen die data te ontsluiten en te analyseren via cloudomgevingen en online softwareapplicaties. Vaak betaal je als boer voor de draadloze communicatie en voor de opslag, analyse en verwerking van je eigen data. Dat roept in toenemende mate weerstand op.

Data zijn niet langer ‘nice to have’, maar ‘need to have’

Moderne trekkers en andere voertuigen zijn soms al continu connected (zie de Case IH Magnum AFC Connect in TREKKER 370/371) en sturen hun data naar cloudomgevingen van fabrikanten. Dat kan handig zijn als het gaat om data ten behoeve van service, preventief onderhoud en track & trace. Maar ondanks privacywetgevingen zoals AVG en GDPR zijn er vraagtekens over wat er allemaal met die data gebeurt. Er zijn genoeg voorbeelden van bedrijven die boetes van mededingingsautoriteiten krijgen, omdat er twijfels zijn over de integriteit van het databeheer.

Mede hierdoor ontstaan overal ter wereld in de landbouwmechanisatie initiatieven en oplossingen om dataverzameling, -beheer en -verwaarding in eigen hand te nemen. En dat gaat steeds eenvoudiger en concreter. Data zijn niet langer ‘nice to have’, maar ‘need to have’.

Chris van de Lindeloof zaait spinazie en verzamelt ondertussen trekkerdata zoals brandstofverbruik. - Foto: Peter Roek
Chris van de Lindeloof zaait spinazie en verzamelt ondertussen trekkerdata zoals brandstofverbruik. - Foto: Peter Roek

ISOBlue: ‘Freeing Ag Machinery Data’

In Nederland zijn verschillende initiatieven en ontwikkelingen gaande om trekkerdata te verzamelen en draadloos te versturen. Dacom Cloudfarm heeft samenwerkingen met bijvoorbeeld John Deere en Mechan Groep, maar is te koppelen met elk merk. Er zijn ook initiatieven zoals de Agrobox van FARM24 en een ISOBlue-variant (zie foto) van Trekkerdata.nl. De Amerikaanse Purdue Universiteit ontwikkelde dit ISOBlue-kastje voor de Amerikaanse markt. Techneuten van FarmHack, Trekkerdata.nl en van de Purdue Universiteit pasten het kastje aan om Europese trekkers ‘te kunnen begrijpen’. Op de site www.isoblue.org staat als slogan ‘Freeing Ag Machinery Data’, en dat is ook gelijk waar het op neerkomt: trekker- en machinedata merkonafhankelijk ‘bevrijden’ van de CAN-/Isobus en gratis beschikbaar maken voor gebruik door de boer.
De Agrobox werkt vergelijkbaar: beide kastje versturen de afgetapte en verzamelde data continu via 4G. De data uit de Agrobox komt beschikbaar op MyFarm24. Sinds kort is een aantal akkerbouwers en loonwerkers aan het testen met deze oplossingen, maar de meesten willen en kunnen nog weinig kwijt over hun ervaringen en resultaten ermee. Loonwerkers zien het vooral als een mogelijkheid om verantwoording aan klanten (en ook de overheid) af te leggen als het gaat om brandstofverbruik, kunstmest- en middelengebruik en bodem- en milieubelasting.

Trekkerdata: gratis en voor niets

Hoe meer data, hoe betrouwbaarder de informatie doorgaans is. Zeker als je bezig bent met precisielandbouw of smart farming, en plaatsspecieke informatie verzamelt en nodig hebt. Dat begint vaak met opbrengstmeting, om zo inzichtelijk te krijgen wat je aan opbrengsten (en inkomsten) binnenhaalt en waar je de opbrengstpotentie van de bodem onvoldoende benut. Akkerbouwer en loonwerker Daniël Cerfontaine ziet opbrengstmeting zelfs als allerbelangrijkste data: “De opbrengst, dat is de kroon op je werk, en waar je als akkerbouwer je brood mee verdient.”

Elke extra datalaag voegt waarde toe. Perceels- en gewasinformatie en ook weers- en neerslaginformatie. Informatie waarvoor je met machines, werktuigen en sensoren data kunt verzamelen. Het besef dat ook de trekker tijdens elke bewerking waardevolle en bovendien gratis data verzamelt, dringt bij steeds meer boeren door, met name akkerbouwers en ook loonwerkers. Gps-coördinaten daar aan koppelen geeft bovendien plaatsspecifiek inzicht. Het blijkt steeds eenvoudiger om te doen.

Loonwerker Daniël Cerfontaine vertelt over de NPPL voortgang tijdens de uienoogst in Klimmen. - Foto: Peter Roek
Loonwerker Daniël Cerfontaine vertelt over de NPPL voortgang tijdens de uienoogst in Klimmen. - Foto: Peter Roek

Daniël Cerfontaine, Loon- en akkerbouwbedrijf Cerfontaine, Berg en Terblijt (L.)

Daniël Cerfontaine ziet opbrengstmeting als allerbelangrijkste instrument als het gaat om plaatsspecifieke dataverzameling. “De opbrengst, dat is de kroon op je werk en waar je als akkerbouwer je brood mee verdient. Daarom vind ik dat de belangrijkste data. Alle andere plaatsspecifieke, teelttechnische en voertuiginformatie zijn ook interessant, zeker als je die data gewoon ‘gratis’ continu automatisch kunt verzamelen.” Voor de loonwerkactiviteiten wil het bedrijf hiermee meer inzicht krijgen in zaken als variatie in brandstofverbruik, effectieve uren en productiviteit. En voor het akkerbouwbedrijf hoopt hij een mogelijk verband te kunnen leggen tussen de benodigde trekkracht (bij grondbewerkingen) en de bodemstructuur. “Ik wil graag zo veel mogelijk data beschikbaar hebben om op basis daarvan uiteindelijk objectieve beslissingen te kunnen nemen. Nu kan dat, vind ik, nog niet. Er wordt nog te veel gewerkt op basis van onderbuikgevoel. Het is de kunst om die gevoelens in concrete en gevalideerde cijfers uit te drukken. Dat geldt overigens ook voor data. Die zijn nog te onbetrouwbaar en te weinig gevalideerd en geobjectiveerd. Het levert vooralsnog te weinig echte stuurdata op om mijn beslissingen op te baseren. Ik kan nu te weinig met alle data die we verzamelen.”

Daniël ziet wel mogelijkheden om op basis van trekkrachtmetingen uitspraken te doen over de variatie in bodemstructuur; en als die er niet (of weinig) is, bijvoorbeeld geen bodemscans uit te laten voeren. “Hoe meer data hoe beter, maar het leggen van correlaties en verbanden is mijns inziens cruciaal, en echt een taak voor data-analisten. Laat hen de data analyseren, laat agronomisten de informatie vervolgens interpreteren. Waarna ik er als akkerbouwer en loonwerker mee aan de slag kan om al dan niet een teeltinterventie te plegen.”

Kabel of kastje

In de nieuwste trekkers zijn gps-systeem, voertuigelektronica (CAN-/Isobus) en de elektronische aansturing van machines en werktuigen steeds vaker geïntegreerd. Voertuig-, perceels- en werktuigdata komen samen in één terminal die alles verwerkt en opslaat. Staat op je trekker (voertuig) het gps-systeem of stuurautomaat los van de trekkerterminal, dan kun je de trekkerdata niet zomaar koppelen aan gps-coördinaten en als zodanig opslaan. Dat kan wel als je beide met een zogenoemde NMEA-kabel verbindt. Die kan per merk gps en merk trekker verschillen. Via zo’n kabel voorzie je de terminal relatief goedkoop en eenvoudig van gps-coördinaten. Hiermee kun je voertuigdata zoals brandstofverbruik, benodigd motor- en aftakasvermogen, hef- en trekkracht en rijsnelheid plaatsspecifiek in kaart brengen. Gratis data die je hoe dan ook tijdens bewerkingen verzamelt en die vooral veel zeggen over bodemtoestand en -structuur. En die aanvullende informatie geeft ten opzichte van bodemscans, opbrengstmetingen en satellietbeelden. Hoe meer data, hoe beter en hoe betrouwbaarder deze zijn. Je kunt er beter verbanden mee leggen, conclusies uit trekken, zaken mee uitsluiten en beslissingen mee nemen.

Chris van de Lindeloof zaait spinazie en verzamelt ondertussen trekkerdata zoals brandstofverbruik. - Foto: Peter Roek
Chris van de Lindeloof zaait spinazie en verzamelt ondertussen trekkerdata zoals brandstofverbruik. - Foto: Peter Roek

Chris van de Lindeloof, Akkerbouwbedrijf Doorenburg, Hoeven (N.-Br.)

Nadat hij in 2012 startte met het gebruik van gps, stuurautomaat, sectieschakeling en ploegbesturing, raakte akkerbouwer Chris van de Lindeloof in 2015 geïnteresseerd in het verzamelen van trekkerdata. “Tijdens een open dag op een universiteit hoorde ik een professor vertellen over de (toekomstige) waarde van big data, en in welke mate die in vrachtauto’s al van de CAN-bus wordt afgetapt. Dat zette mij aan het denken. Samen met dealer Hamoen Tractoren zijn we toen naar een oplossing gaan zoeken voor onze trekkers.”

Chris sloot zijn gps-systeem aan op de AFS-terminal van de Case IH-trekker, om zodoende het NMEA-signaal ook te kunnen koppelen aan de trekkerdata. Sindsdien wordt, naast gps-data zoals hoogte en positie, een veelvoud aan data plaatsspecifiek geregistreerd. “We verzamelen acht soorten. Het meest interessant zijn de brandstofefficiëntie (fuel economy) en hoogte bij grondbewerkingen. Brandstofefficiëntie is een maat voor de structuur en de toestand van de bodem. Voor ons heel interessant, omdat ons bedrijf uit zeer bonte percelen bestaat. De grond varieert van zand tot 20-25% afslibbaar.”

Chris ziet duidelijke overeenkomsten tussen de bodemdata op basis van de brandstofefficiëntie van de trekker tijdens ploegen en rotorkopeggen, en satellietbeelden. “De spuitsporen haal je er zo uit. En ik maak er al een aantal seizoenen met succes taakkaarten mee voor variabele toediening van bodemherbiciden, het zaaien van tarwe en het strooien van kunstmest. Ik weet dat je met een bodemscan ook andere data verzamelt, zoals de pH. Maar de data die ik verzamel is gratis. En omdat ik bij elke bewerking data verzamel, is het geen momentopname met één perceelskaart als resultaat. Dat maakt mijn dataset telkens betrouwbaarder. Je moet, vind ik, als boer niettemin wel kritisch blijven en goed op blijven letten.”

Draadloze communicatie

Datacommunicatie gaat ofwel per USB-stick, maar ook steeds vaker draadloos via 4G, bluetooth of wifi. Op dat vlak zijn er wereldwijd verschillende initiatieven en oplossingen, zoals het Duitse ISOconnect en 365Farmnet, het Amerikaanse ISOBlue en Climate FieldView, en ook Nederlandse initiatieven zoals Dacom Cloudfarm. Dat werkt onder meer samen met Mechan Groep. Maar er zijn ook merkonafhankelijke initiatieven zoals Agrobox van FARM24, en een Nederlandse ISOBlue-variant van Trekkerdata.nl (zie kader ISOBlue: ‘Freeing Ag Machinery Data’). De openheid die trekkerfabrikanten in Europa moeten bieden over de data op de CAN-/Isobus van de trekker (in het kader van vrijgave van zogenoemde Repair en Maintenance Information, RMI) helpt om die data te kunnen lezen en (draadloos) te kunnen versturen.

Agrobox en ISOBlue zijn beide compacte kastjes die via de diagnosestekker van de trekker data aftappen van de CAN-/Isobus en die vervolgens continu via 4G draadloos versturen naar een cloudomgeving. De gebruikers die hun ervaringen in dit artikel delen, zien veel potentie in het verzamelen en beheren van zo veel mogelijk data. Al kunnen bij de validatie ervan externe invloeden, zoals op- of terugschakelen bij bijvoorbeeld ploegen, roet in de data gooien.

Max Sturm verzamelt meerdere data, maar zet vooral in op plaatsspecifiek brandstofverbruik in liter per hectare en per uur. - Foto: Koos Groenewold
Max Sturm verzamelt meerdere data, maar zet vooral in op plaatsspecifiek brandstofverbruik in liter per hectare en per uur. - Foto: Koos Groenewold

Max Sturm, Akkerbouwbedrijf Sturm, Ens (Fl.)

Dit voorjaar is Sturm begonnen met het verzamelen van trekkerdata op twee trekkers: een New Holland met IntelliView-terminal en een Steyr met S-guide-terminal. “Achteraf gezien hadden we dat al veel eerder kunnen doen. Maar we wisten niet dat trekkerterminals geen gps-signaal binnenkregen”, zegt Max Sturm. “Het enige dat hiervoor nodig was, is een zogenoemd NMEA-kabeltje tussen de SBG-stuurautomaat en de trekkerterminals. Deze voedt de trekkerterminals met het gps-signaal.” De Sturms verzamelen meerdere data, maar zetten vooral in op plaatsspecifiek brandstofverbruik in liter per hectare en per uur. Verder worden ook het benodigde motor- en aftakasvermogen en de gps- en wielsnelheid vastgelegd. De laatste twee verschijnen als percentage slip op de terminal. De dataverwerking gebeurt in FarmWorks. “Het is belangrijk dat je het juiste type USB-stick gebruikt met voldoende opslagcapaciteit, anders gaat het niet goed.”

Max en broer Gijs liepen ook tegen een ander dingetje aan tijdens het aardappelen poten: “We hadden de NMEA-kabel op de AmaPad-terminal van de pootmachine aangesloten, niet op de trekkerterminal. Die laatste kreeg daardoor geen gps-signaal binnen. Na het splitsen van de NMEA-kabel konden we de trekkerdata weer loggen.”

Max merkt dat met name grondbewerkingen zoals ploegen, wortelruggen frezen en woelen betrouwbare data over bodemverdichting en grondsoort opleveren. “Tijdens het aardappelen poten en aanaarden in één werkgang beïnvloedt de vulling van de aanaardkappen het brandstofverbruik te zeer. We zijn nog aan het leren, maar we zien toch interessante verschillen op onze relatief homogene percelen met bijvoorbeeld 7 tot 13% lutum. Uiteindelijk willen we meerdere datalagen over elkaar heen leggen om de juiste conclusies te trekken. Deze ‘gratis’ trekkerdata helpen daar zeker bij.”

Of registreer je om te kunnen reageren.