Home

Achtergrond 2 reacties

Vrees voor strenger geurbeleid

Geuroverlast en geurmetingen in de veehouderij staan hevig ter discussie. Oplossingen zijn lastig.

Geuremissie in de veehouderij heeft veel politieke en maatschappelijke aandacht. Omwonenden accepteren steeds minder, terwijl veehouders afhankelijk zijn van de geurregelgeving voor hun bedrijfsontwikkeling.

Onderling vertrouwen en vertrouwen in de overheid zijn vaak ver te zoeken. Onduidelijk blijft echter welke stoffen de geurhinder nou precies veroorzaken, hoe die gemeten kunnen worden en welke maatregelen nodig zijn?

Met een torenkraan worden kelderwanden gestort voor een nieuwe varkensstal. Bedrijfsuitbreiding zal met een generieke landelijke cumulatieregeling flink bemoeilijkt worden - foto: Ruud Ploeg.
Met een torenkraan worden kelderwanden gestort voor een nieuwe varkensstal. Bedrijfsuitbreiding zal met een generieke landelijke cumulatieregeling flink bemoeilijkt worden - foto: Ruud Ploeg.

Om meer duidelijkheid te scheppen, heeft het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) in juni 2018 een onafhankelijke geurcommissie ingesteld: de Commissie Geurhinder Veehouderij (CGV).

De opdracht aan deze commissie was om te inventariseren welke maatregelen op korte termijn mogelijk zijn in situaties waarin de veehouderij beschikt over een geldige vergunning, maar waarin omwonenden meer geuroverlast ondervinden dan verwacht. De tweede opdracht was om een bijdrage te leveren aan een robuust geurbeleid voor de langere termijn.

De commissie is opgericht naar aanleiding van het rapport van Wageningen UR over falende combi-luchtwassers. Het ministerie werkt daarnaast mee aan een proefstalregeling voor geur, zodat de ontwikkeling van nieuwe technieken bevorderd kan worden.

Aanbevelingen geurcommissie

  • Stel emissiegrenswaarden waar de veehouder zich permanent aan moet houden. Niet alleen op papier, maar ook in de praktijk.
  • Zorg voor meer inzicht in de effectiviteit van luchtwassers. Betrek daarbij ook de geurproductie in de stal.
  • Leg bij de aanpak van geurproblemen meer nadruk op de specifieke omstandigheden in een gebied met meer mogelijkheden voor decentrale overheden om rekening te houden met cumulatie en in te grijpen in bestaande situaties.

Combi-wassers

In het verleden leken combi-wassers de gouden oplossing voor de geurproblematiek. Naast chemische en biologische luchtwassers zouden combi-luchtwassers zowel de ammoniak- als geuremissie reduceren.

Deze combi-wassers zijn opgenomen in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) en in de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav) met verwachte gemiddelde reductieniveaus van 81% (geur) en 85% (ammoniak).

Toen het onderzoek van WUR aantoonde dat de combi-wassers gemiddeld 40% geur en 59% ammoniak reduceerden, heeft staatssecretaris Stientje van Veldhoven de geurreductieniveaus naar beneden bijgesteld.

Het gevolg: varkensboeren raakten in de knel. De gesubsidieerde verduurzamingsmaatregel viel daarmee ineens in het niets.

Het plaatsen van luchtwassers op een melkveebedrijf, met als doel ammoniak- en geuremmissie te beperken - foto: Bert Jansen.
Het plaatsen van luchtwassers op een melkveebedrijf, met als doel ammoniak- en geuremmissie te beperken - foto: Bert Jansen.

Geurbeleid rammelt

De huidige regelgeving is complex. Dat blijkt, onder andere, uit conclusies en aanbevelingen van de commissie-Biesheuvel. Lokale overheden hebben bijvoorbeeld veel ruimte om hun eigen geurbeleid vast te stellen.

Als een bedrijf in de buurt veel overlast veroorzaakt, kunnen nabijgelegen bedrijven hier de dupe van worden. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning, voor bijvoorbeeld stal(uit-)bouw, wordt getoetst op individuele geurbelasting op een woning of een ander zogenoemd ‘geurgevoelig object’.

Een uitzondering betreft provincie Noord-Brabant: hier wordt al getoetst op cumulatieve geurbelasting, dus het effect van meerdere bedrijven op één geurgevoelig object.

Tegelijkertijd wordt via de regeling Warme sanering varkenshouderij al ingezet op reductie van geur. In deze regeling krijgen bedrijven die de meeste geuroverlast veroorzaken voorrang. De bedoeling is dat de regeling komend najaar open gaat.

Metingen gebeuren vooraf, weinig op locatie

Voor de geurbelasting bestaat een geurnorm, die uitgedrukt is in ‘odour units per m3 lucht’. Deze wordt vooraf berekend met vaste formules en modellen. Input voor die modellen is bijvoorbeeld de gemiddelde emissie per dier, de gemiddelde uitstoot in de levenscyclus en de gemiddelde prestatie van huisvestingssystemen. Maar gemiddeldes zeggen niks over de realiteit op bedrijfsniveau in de praktijk, zo concludeert de commissie.

Enkele gemeenten in Noord-Brabant en Limburg hebben onwerkelijk lage geurnormen toegepast

Dat bevestigt ook specialist omgevingsbeleid Herman Litjens van ZLTO: “De verschillen tussen bedrijven zijn heel groot. Daar wordt in de praktijk geen rekening mee gehouden.”

Volgens Litjens hebben enkele gemeenten in Noord-Brabant en Limburg bovendien extreem lage geurnormen toegepast: “Onwerkelijk lage geurnormen, die niks meer met geurhinder te maken hebben.”

Een biologische luchtwasser met omgekeerde osmose-installatie - foto: Bert Jansen.
Een biologische luchtwasser met omgekeerde osmose-installatie - foto: Bert Jansen.

Cumulatie van geur

Een van de adviezen die de commissie geeft, is om harder in te grijpen als er sprake is van cumulatie van geur. Oftewel: opeenstapeling van geur waardoor geurhinder als ‘ernstig’ ervaren kan worden door omwonenden.

Het gaat dan om geuroverlast van meerdere veehouderijen op één geurgevoelig object. Invoering van een generieke landelijke cumulatieregeling kan een flinke domper zijn voor de veehouderij.

Als het cumulatie-effect in de orde van kilometers gehanteerd wordt, wordt een groot deel van de sector op slot gezet

Litjens: “In het verleden is de hele sector er onterecht mee op slot gezet. Dat willen we absoluut niet nog eens.” In specifieke gevallen op lokaal niveau waar meerdere veehouderijen vlakbij een woning staan en collectief geurhinder kunnen veroorzaken, is een dergelijke regeling niet te vermijden. “Dan kunnen op lokaal niveau gemeenten ingrijpen en normen vaststellen”, zegt Litjens.

De grote vraag is ook in welke range bedrijven betrokken worden. Zijn het bedrijven binnen een paar honderd meter? Of een paar kilometer? “In de orde van kilometers zou echt irreëel zijn. Als dat cumulatie-effect gehanteerd wordt, wordt een groot deel van de sector op slot gezet”, aldus de omgevingsspecialist.

Een varkensbedrijf op korte afstand van de bebouwde kom van een het dichtstbijzijnde dorp - foto: Hans Prinsen.
Een varkensbedrijf op korte afstand van de bebouwde kom van een het dichtstbijzijnde dorp - foto: Hans Prinsen.

‘Streep door wet Geurhinder en Veehouderij’

Brabants Burgerplatform (aangesloten bij de Brabantse Milieufederatie) pleit voor een drastische wijziging of het afschaffen van de wet Geurhinder en Veehouderij.

Volgens Gert van Dooren van het platform zorgt de separate benadering van de wet juist voor overlast. “Het regent klachten van omwonenden. De wet beschermt burgers niet tegen geuroverlast.”

Meetmethode is achterhaald
De burgervereniging vindt dat de meetmethode van geur achterhaald is. “De modelberekening met V-stack-rekenmodellen geeft vaak een verkeerde waarde af. Geur is complex en bevat verschillende soorten componenten. De oude berekening van mestvarken-eenheden met stankcirkels was beter”, aldus van Dooren.

Inzetten op ontwikkeling van sensoren is volgens de vereniging slechts een oplossing voor de langere termijn. Van Dooren: “Elke geur heeft zijn eigen specifieke stank, zo is kippenmest weer heel anders dan varkens- of koeienmest. Op de korte termijn dienen er andere maatregelen te komen die stankoverlast bij burgers wegnemen.“

Kringlooplandbouw ver te zoeken
Brabants Platform wil terug naar een kringlooplandbouw ‘met respect voor leefomgeving en milieu’. Daar is op dit moment geen sprake van, volgens van Dooren.

“Een export van twee derde van onze vleesproductie en eieren past niet in een kringlooplandbouw. De overlast en milieuschade zijn te groot. De kleine boer verdient niks.” Commissie Biesheuvel pleit daarom voor een ruimere financiële sanering.

Definitieve beleidsreactie deze zomer verwacht

Staatssecretaris Van Veldhoven heeft haar eerste reactie op de aanbevelingen van de commissie gegeven. Ze geeft aan dat ze het belangrijk vindt dat er rekening gehouden wordt met de cumulatie van geur voor omwonenden.

In samenwerking met decentrale overheden en sectorpartijen wil zij mogelijkheden om rekening te houden met cumulatie van geur uit laten werken. Erg uitgebreid is de reactie echter niet. De staatssecretaris streeft ernaar om nog voor deze zomer met een uitgebreide beleidsreactie op het rapport te komen.

Het discussiepunt voor de komende maanden is hoe het geurbeleid landelijk in de nieuwe Omgevingswet geïmplementeerd wordt

De grote vraag is, en blijft, hoe het geurbeleid landelijk geïmplementeerd wordt in de nieuwe Omgevingswet. “Dat wordt het discussiepunt voor de komende maanden, net zoals de inhoud van de definitieve beleidsreactie van het ministerie van I&W”, aldus Litjens.

Milieutechnoloog (WUR) en specialist luchtwassers Roland Melse (47) pleit voor een universele chemisch-analytische meetmethode - foto: WUR.
Milieutechnoloog (WUR) en specialist luchtwassers Roland Melse (47) pleit voor een universele chemisch-analytische meetmethode - foto: WUR.

‘Huidige geurmetingen zijn niet geijkt’

De stoffen die geur rondom veehouderijen, vooral varkenshouderijen, bepalen zijn volgens milieutechnoloog en specialist luchtwassers Roland Melse van WUR bekend.

Volgens Melse zijn het zo’n 10 tot 15 geurcomponenten – vooral zwavel- en aromatische verbindingen – die de geur veroorzaken. “Geur rondom varkenshouderijen wordt niet bepaald door ammoniak, zoals velen vaak denken. Alleen in heel hoge concentraties is dit goed te ruiken, maar op een paar meter afstand van een boerderij is dit al vervlogen.“

Geur is meetbaar in lab, niet in de praktijk
In het lab zijn de geurcomponenten meetbaar, maar op locatie nog niet. Melse benadrukt dat metingen van deze verbindingen essentieel zijn om de daadwerkelijke geuremissie te meten.

“Op dit moment worden geurpanels ingeschakeld om geuroverlast te ‘meten’: een gemiddelde neus voor een bepaald stofje. We moeten weg van deze manier. Het is niet geijkt en niet betrouwbaar”, aldus Melse.

Een correcte methode is een chemisch-analytische, waarin een standaardwaarde wordt gehanteerd die overal ter wereld in elk lab te meten is, volgens de milieutechnoloog.

Ontwikkeling van sensoren
Er is grote vraag naar accurate geurmetingen en ontwikkeling van sensoren om dit mogelijk te maken, volgens Melse. Uit de reactie van minister Van Veldhoven blijkt ook nog eens dat correcte metingen van (chemische) componenten die geur veroorzaken gewenst zijn, maar op dit moment niet of nauwelijks mogelijk zijn en nog in de kinderschoenen staan.

Laatste reacties

  • Trot

    Is het niet wat dat wij minder accepteren van burgers en bedweters

  • kleine boer

    Geur geld dat ook voor de openhaard de barbecue de Chinees pizzaboer knoflookgeur fabrieken enz enz

Of registreer je om te kunnen reageren.