Home

Achtergrond 4 reacties

Zoeken naar breed verdienmodel voor lange termijn

Verdienmodellen die werken voor grote groepen boeren op weg naar kringlooplandbouw zijn het doel.

Hester Maij, nu nog landbouwgedeputeerde in Overijssel, noemt het een eervolle opdracht die ze kreeg van minister Schouten van LNV. Boeren moeten investeringen kunnen terugverdienen, economisch gezond kunnen werken en een goed inkomen verdienen. Hoe dat past binnen de kringlooplandbouw wordt onderzocht door een werkgroep onder haar voorzitterschap.

Hester Maij is voorzitter van de Taskforce Verdienvermogen.
Hester Maij is voorzitter van de Taskforce Verdienvermogen.

Die zogenoemde Taskforce Verdienvermogen bestaat verder onder meer uit Barbara Baarsma, directievoorzitter van Rabobank Amsterdam, en meerdere hoogleraren. Vanuit de agri-business is Ruud Tijssens van Agrifim benoemd. Uit de boerenhoek zijn varkenshouder en akkerbouwer Sander Thus en Marijn Vermeulen lid van de werkgroep.

Niet veel vertegenwoordigers uit de agrarische sector en het bedrijfsleven. Wordt het zo geen werkgroep over boeren?

“Dat zou je kunnen denken, maar er zitten in ieder geval al twee boeren in. En naast de leden van de werkgroep zelf is inmiddels ook een klankbordgroep benoemd.

Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat het een rapport over boeren wordt

Daar zitten vertegenwoordigers uit nog veel meer sectoren in. Bijvoorbeeld LTO, maar ook de POV, de levensmiddelenindustrie, de zuivelsector, accountants en supermarktkoepel CBL.

Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat het een rapport over boeren wordt. Ik heb vaak genoeg gemerkt – ook als gedeputeerde in de laatste 8 jaar – dat er veel over boeren wordt gepraat en niet met boeren.”

Er is al veel geschreven over verdienmodellen, waarom wordt dat nu anders?

“We hebben een heel concrete opdracht gekregen van Carola Schouten. Niet alleen kijken welke verdienmodellen mogelijk zijn, maar juist benoemen welke randvoorwaarden daarvoor nodig zijn en wat er veranderd moet worden om die voorwaarden ook te scheppen.

En ja, er is veel geschreven over alternatieven om als boer geld te verdienen. Dat gaan we ook zeker gebruiken. Maar echte antwoorden over een duurzaam verdienvermogen van de landbouw zijn er nog niet.

Tot nu toe was het vooral meer productie en een dalend gemiddeld inkomen, dat kan niet de bedoeling zijn

Er komt nogal wat op boeren af op het gebied van klimaat, duurzaamheid en dierenwelzijn. Hoe moet je dan je geld verdienen, is een terechte vraag. Daarom moeten we de grote ervaring en kennis van boeren en andere mensen uit de sector er bij halen. Tot nu toe was het vooral meer productie en een dalend gemiddeld inkomen. Dat kan niet de bedoeling zijn.”

Hoe gaat u dat aanpakken?

“Allereerst inventariseren wat er is, daar ontkom je niet aan. Vervolgens gaan we omschrijven wat belangrijke succesfactoren zijn voor boeren die nu al extra duurzaam werken en daar ook een goede boterham aan verdienen.

Het moet juist veel breder worden opgepakt dan ‘hier en daar’ een bedrijf

In Overijssel is mijn ervaring dat er op dat gebied genoeg voorbeelden van succesvolle bedrijven zijn. Maar dat zijn ook vaak heel specifieke situaties en ondernemers.

Het moet juist veel breder worden opgepakt dan ‘hier en daar’ een bedrijf. De vraag is vervolgens welke omstandigheden anders moeten worden om het wel voor grote groepen toepasbaar te maken.”

Dat kan ook aanpassing van regelgeving betekenen?

“Jazeker, we krijgen alle ruimte om dat te benoemen. Denk aan regels voor bedrijven in het landelijk gebied, maar ook aan mededinging en het nieuwe EU-landbouwbeleid dat nu wordt uitgestippeld.

Nu staan regels voor doelen soms haaks op elkaar; wat goed is voor CO2 is juist minder goed voor stikstofuitstoot

Nu zie je zeker in de landbouw dat regels voor verschillende doelen soms haaks op elkaar staan. Wat goed is voor CO2 is bijvoorbeeld juist minder goed voor stikstofuitstoot.

Als er belemmeringen zijn door regelgeving gaan we die benoemen. We gaan het breed oppakken en krijgen daar ook de ruimte voor, heeft minister Schouten me persoonlijk duidelijk gemaakt.”

Wat ontbreekt in de werkgroep zijn consumenten, die moeten het uiteindelijk wel willen betalen.

“Tja…, dat is een ingewikkeld onderdeel. Het is misschien wel het moeilijkste. De consument heeft veel gezichten en er is vaak een dubbel gevoel: de burger die iets vindt en wil ten opzichte van de consument die ook de prijs moet betalen die bij die wensen past. Consumentenkennis hebben we wel in de werkgroep, bijvoorbeeld via de hoogleraar over marketing en consumentengedrag.”

Wanneer is het rapport af?

“We koersen op oktober en het is de bedoeling dat we daarvoor elke twee weken bij elkaar komen. Het gaat in de eerste plaats om een goed rapport af te leveren. Daar sta ik voor.”

Laatste reacties

  • pinkeltje

    De werkgroep hoeft alleen maar te zorgen voor een fatsoenlijke prijs voor de producten. Dan zijn alle problemen in één klap opgelost. Maar helaas hoeven we geen illusies te hebben dat de werkgroep daar wat aan kan/gaat doen. Zolang we niet gelijk optrekken met andere Europese landen en liefst met de hele wereld dan is het allemaal een beetje zonde van de tijd. En vooral van het geld dat er weer aan onderzoekjes en werkgroepjes wordt besteed. De een zijn dood is de ander zijn brood...….

  • farmerbn

    Als er veel concurrentie is wordt er weinig verdient en als er veel verdient wordt is er weinig concurrentie. Als boeren veel willen verdienen dan zullen ze de concurrentie moeten uitschakelen. Dat gaat de politiek niet regelen want die willen lage prijzen. De boeren moeten dus zelf hun producten schaars maken. Dat kan door iets te produceren wat anderen niet kunnen produceren. Biologisch of weidemelk kan iedereen maken maar kaas uit de MRY- delta met MRY koeien niét. Kaas uit het veengebied met blaarkoppen of rode frieshollandse koeien ook niét.

  • Bertus Buizer

    Kringlooplandbouw kan niet los gezien worden van een goede opvolgingssituatie, schreef ik op 15 mei in Friesch Dagblad. Daarvoor moeten we samen met jongeren, Wageningen University & Research, het Louis Bolk Instituut en ondernemers kijken naar nieuwe, liefst ook kleinschalige, verdienmodellen in de landbouw, waarmee jongeren aan de slag kunnen en willen.
    Zie: https://bit.ly/30mFQEJ
    .

  • Bennie Stevelink

    Bertus, de schaalgrootte van de landbouw is gekoppeld aan het welvaartsniveau van de samenleving. Je kunt bij het Nederlandse welvaartsniveau nooit een kleinschalige landbouw hebben. Kleinschaligheid moeten we als doelstelling loslaten, anders zal het bij voorbaat stuk lopen.

Of registreer je om te kunnen reageren.