Home

Achtergrond

Vooral Europese herkomst diervoedergrondstoffen

Uit de nieuwe Grondstoffenwijzer van Nevedi blijkt dat bijna 70% van de diervoedergrondstoffen uit geografisch Europa komt.

Vorige week presenteerde Nevedi, de brancheorganisatie voor de diervoederindustrie, de nieuwe Grondstoffenwijzer. In deze Grondstoffenwijzer staat waar de grondstoffen voor Nederlandse diervoeders vandaan komen en om welke hoeveelheden het gaat. De laatste versie dateerde uit 2016.

Europese herkomst

Uit de grondstoffenwijzer blijkt dat het grootste deel van de diervoedergrondstoffen die de Nederlandse diervoederindustrie gebruikt (bijna 70%), uit geografisch Europa komt. Oekraïne behoort hier ook toe. 11,6% komt uit Nederland en 55,6% komt uit overig Europa. Zuid-Amerika is na Europa het tweede belangrijkste herkomstland voor grondstoffen met 20,5%. Hiervandaan komt vooral mais, sojaschroot- en bonen en zonnebloemschroot.

Basisgrondstoffen

Het totale volume grondstoffen bedraagt 16,7 miljoen ton, op basis van 88% droge stof. Het grootste deel van de grondstoffen bestaat uit basisgrondstoffen: ongeveer 52%. Dit zijn onder andere tarwe, gerst, mais en sojabonen. Het grootste deel van de basisgrondstoffen bestaat uit energierijke producten en een veel kleiner deel uit eiwitrijke producten. Voor het overgrote deel komen de basisgrondstoffen uit Europa. Mais komt voor een deel (18%) uit Noord- en Zuid-Europa. De hoeveelheden tarwe en gerst worden volledig uit Europa gehaald, en respectievelijk 18% en 9% uit Nederland.

Lees verder onder de grafiek.

Co-producten

Co-producten, afkomstig uit de landbouw, voedsel- en bio-ethanolindustrie zijn goed voor 42,7%. Voorbeelden van co-producten zijn kool- en raapzaadschroot, zonnebloemschroot en bietenpulp. De co-producten komen voor een groot deel uit Europa. Alleen de palmpitschilfers en de sojaschroot en -bonen komen bijna volledig van buiten Europa.

Een klein deel van de grondstoffen bestaat uit mineralen en additieven en vetten en oliën. De mineralen en additieven komen grotendeels van buiten Europa. De premixen die daarmee worden gemaakt, worden voornamelijk in Nederland samengesteld.

Grondstoffen vooral voor varkens en koeien

Het grootste deel van de diervoeders is bedoeld voor de varkensstapel (37%), op de voet gevolgd door rundvee met 34% en pluimvee met 26%. De rest, 3%, zijn diervoeders voor overige dieren. Het rantsoen voor runderen is voor 74% afhankelijk van ruwvoer, voor 20% van mengvoer, voor 4% van vochtrijke co-producten en voor 2% van losse grondstoffen. Mengvoer en losse grondstoffen zijn de belangrijkste componenten in het rantsoen van varkens en pluimvee. Het varkensrantsoen bestaat voor 73% uit mengvoer, 18% uit losse grondstoffen en 9% vochtrijke co-producten als tarwegistconcentraat en aardappelstoomschillen. Pluimveevoeders bestaan uit gemiddeld 77% mengvoer en 23% losse grondstoffen.

Of registreer je om te kunnen reageren.