Home

Achtergrond

Middenpartijen leveren in, flanken komen op

Volgens de peilingen zullen middenpartijen inleveren bij de Europese verkiezingen van volgende week. Nederland gaat donderdag naar de stembus. De rest van de Europese Unie in de dagen erna. De verkiezingsuitslag wordt bekend op zondag 26 mei. De verkiezingen worden gecompliceerd door brexit. Britten stemmen wel mee, maar de Britten zullen na de brexit geen zitting nemen in het parlement.

De Europese verkiezingen zullen volgende week een verschuiving teweeg brengen. De fracties van de christendemocraten en de sociaaldemocraten zullen forse klappen te verwerken krijgen. Partijen aan de linker- en rechterkant krijgen juist meer zetels.

Vergaderzaal in het Europees Parlement in Straatsburg, Frankrijk. - Foto: ANP
Vergaderzaal in het Europees Parlement in Straatsburg, Frankrijk. - Foto: ANP

Het Europees Parlement maakt op basis van nationale peilingen een inschatting van de tendensen. De trend laat zien dat ook in Nederland ten opzichte van 5 jaar geleden wel het een en ander verschuift.

De traditionele Nederlandse middenpartijen (PvdA, D66, CDA en VVD) hebben in het huidige parlement met elkaar 15 van de 26 zetels. De peilingen duiden er nu op dat in Nederland VVD de grootste wordt, met Forum voor Democratie op de hielen, GroenLinks en CDA strijden op de plekken daarachter. De kans bestaat dat nummer 4 op de christen-democratische lijst, Annie Schreijer-Pierik, het andermaal van voorkeurstemmen moet hebben om verkozen te worden.

CDA is in het Europees Parlement met een 5 leden tellende fractie nu nog de grootste Nederlandse delegatie, maar het ziet ernaar uit dat die positie verloren gaat. VVD zit in het Europees Parlement in 1 liberale fractie samen met D66.

Op basis van de peilingen in de 28 Europese lidstaten (inclusief het Verenigd Koninkrijk) zal de christendemocratische fractie teruggaan van 217 zetels nu naar 180 na de verkiezingen. De grootste verliezen (in aantal zetels) lijden de christendemocraten in Frankrijk, Duitsland, Polen en Spanje.

De sociaaldemocraten vallen volgens diezelfde peilingen terug van 186 naar 149 zetels, waarbij de grootste verliezen worden geleden in Italië, Duitsland en Frankrijk. De fractie van Europa van Naties en Vrijheid (de rechts-populistische fractie waarvan nu ook PVV deel uitmaakt) boekt de grootste winst met een groei van ongeveer 20 zetels. Overigens blijft die fractie, ook op basis van de peilingen, nog kleiner dan de fracties van de conservatieven, waartoe Forum voor Democratie lijkt te willen aansluiten.

Links-rechts-tegenstelling duidelijk bij genetische modificatie

De teelt van genetisch gemodificeerde gewassen in de Europese Unie is een onderwerp dat regelmatig terugkeert op de Europese agenda. Als de Nederlandse politieke partijen het voor het zeggen hebben, is er een meerderheid voor het toestaan van de teelt van genetisch gemodificeerde gewassen. Er is een klassieke links-rechts-tegenstelling op dit onderwerp.

SGP’er Bert-Jan Ruissen stelt dat moderne vormen van biotechnologie moeten kunnen, mits de soortgrens niet wordt overschreden en mits een nieuw gewas dat op die manier tot stand komt ook via traditionele veredeling tot stand had kunnen komen. Net als veel andere partijen vindt SGP dat de huidige Europese richtlijn voor genetisch gemodificeerde organismen dringend aan vervanging toe is. Forum voor Democratie noemt genetische modificatie een belangrijk onderdeel van de modernisering van de landbouw.

CDA stelt dat lidstaten zelf de bevoegdheid moeten houden om te bepalen of zij genetisch gemodificeerde teelten toelaten op hun grondgebied. Daarmee sluit CDA nauw aan bij het standpunt dat de Europese Commissie eerder heeft ingenomen.

SP, PvdA, Partij voor de Dieren en GroenLinks zijn in meer of mindere mate tegen genetische modificatie. GroenLinks stelt: “Wij hanteren het voorzorgsprincipe: wij willen niet het risico lopen dat onze natuur verstoord wordt door genetische modificatie.” PvdA vindt daarnaast dat gewasbeschermingsmiddelen als glyfosaat en neonicotinoïden moeten worden verboden. De gewasbeschermingsmiddelen hebben volgens de sociaal-democraten ‘ernstige nadelige effecten voor mens en natuur’.

Brexit compliceert verkiezingen

De liberale fractie zit in een stijgende lijn, vooral op basis van steun uit Duitsland en Tsjechië. De liberalen kunnen mogelijk te lijden hebben van de brexit, als de Britse stemmengroei niet meer meetelt nadat de Britten de Europese Unie hebben verlaten.

De brexit is sowieso een complicerende factor bij de verkiezingen. De Britten stemmen wel mee, maar na de brexit, zullen ze hun posities in het parlement niet innemen. Daarna komt er een herschikking in het Europees parlement, waarbij aan de 27 overige lidstaten weer extra zetels worden toebedeeld. Nederland gaat bij die herschikking van 26 naar 29 zetels. De toedeling van die zetels gebeurt op basis van de verkiezingsuitslag.

De verschuiving in het parlement betekent dat de macht verschuift naar de linker- en rechterzijde. Dat betekent dat de christendemocraten en de sociaaldemocraten ook naar links en rechts zullen moeten kijken om steun te krijgen. De positie van partijen aan linker- en rechterzijde wordt daarmee automatisch belangrijker. De Groenen/Europese Vrije Alliantie van GroenLinks en de Europese Conservatieven en Hervormers (ChristenUnie/SGP) kunnen daarvan profiteren.

Omvang veestapel voor EU geen echt issue, voor politici wel

De Europese Unie moet grootschalige veehouderij ontmoedigen. Dat is een van de stellingen op basis waarvan de stemwijzer de potentiële kiezer wil helpen bij de keuze voor de Europese verkiezingen. Er zijn maar 3 partijen die volmondig zeggen dat ze het er niet mee eens zijn: CDA, VVD en Forum voor Democratie.
De bedrijfsgrootte in de veehouderij is geen onderwerp waar het Europees parlement zich erg druk om heeft gemaakt. De verschillen tussen de veehouderij in Europese lidstaten zijn te groot om daarover een duidelijk standpunt te krijgen binnen het parlement. Wat in het ene land een groot bedrijf is, kan in een ander land een klein bedrijf zijn.
Dierenwelzijn komt in de jongste voorstellen voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid wel voor als een van de onderwerpen op basis waarvan inkomenssteun kan worden verhoogd of verlaagd. Dierenwelzijn staat dan in het rijtje van klimaat, biodiversiteit en klimaat.
De omvang van een bedrijf is niet per se een probleem, zegt CDA in een toelichting op zijn standpunt. “CDA wil een Europa dat investeert in familie- en gezinsbedrijven, en dan met name in jonge boeren. Dit kunnen ook samenwerkende bedrijven zijn.” VVD stelt dat niet de omvang van belang is, maar de mate waarin sprake is van naleving van regels op gebied van dierenwelzijn en diergezondheid.
De felste tegenstander van de grootschalige veehouderij – hoe je die ook definieert – is Partij voor de Dieren. “De huidige veehouderij is onhoudbaar”, zegt de partij van lijsttrekker Anja Hazekamp. “De Partij voor de Dieren wil dat het Europese landbouwbeleid volledig op de schop gaat.”

Druk op omvang landbouwbudget

De omvang van het Europese landbouwbudget gaat in omvang naar beneden, volgens de huidige voorstellen van de Europese Commissie. Voor de periode van 2021 tot 2027 is jaarlijks gemiddeld € 54 miljard voor de landbouw beschikbaar. Dat is in lijn met de inzet van VVD. Het verkiezingsprogramma van VVD meldt dat de Europese Unie de inkomenssubsidies stapsgewijs vervangt door investeringen in efficiënte en duurzame productiemethoden.

Foto: ANP
Foto: ANP

CDA zegt dat landbouwsubsidies ‘op dit moment’ nodig zijn ter compensatie van de lage prijzen op de voedselmarkt. “Zolang de prijs van de productie nog niet voor het inkomen van de boer betaalt, moet het Europees landbouwbudget dit blijven aanvullen.”

Forum voor Democratie heeft in officiële uitingen niet of nauwelijks een opvatting over de landbouw. Lijsttrekker Derk-Jan Eppink zegt dat hij er voor is om de lidstaten zelf een grotere rol te geven bij de uitvoering van het landbouwbeleid, en daarbij dat er minder eisen aan boeren moeten worden opgelegd op het punt van klimaat.

In de visie van Eppink proberen de huidige beleidsmakers het gedrag van de mens te veranderen, zoals Marx dat ook wilde. Hij noemt de inspanningen om het gedrag van de mens te veranderen om de klimaatveranderingen te beteugelen een vorm van eco-marxisme. De kosten van de klimaatmaatregelen staan niet in verhouding tot de impact van die maatregelen, zegt hij.

PVV zegt niets over het landbouwbudget, maar wel over de omvang van de Europese begroting. Er moet, als het aan de PVV ligt, geen cent meer aan de EU worden besteed. D66 wil af van de landbouwsubsidies. Dat geld moet worden besteed aan innovatie, onderzoek en duurzame voedselvoorziening.

Of registreer je om te kunnen reageren.