Home

Achtergrond

Het gaat allemaal om de gunfactor

De Twentse CDA’er Annie Schreijer-Pierik gaat voor een tweede periode in het Europees Parlement. De door de wol geverfde politica laat zich niet meer wegzetten met de mededeling dat ‘iets niet mag van Brussel’. “Ik ben heel vaak voor de gek gehouden in Nederland”, zegt ze.

Annie Schreijer- Pierik (66) kwam vijf jaar geleden in Brussel met in haar bagage wat ze in Nederland als gemeenteraadslid, Statenlid en Kamerlid vaak hoorde: ‘het moet van Brussel’. Niets was minder waar, zegt de CDA’er die op plaats vier staat op de kandidatenlijst voor het CDA voor de Europese Verkiezingen.

“Ik weet nu dat ik in Nederland heel vaak voor de gek ben gehouden. Misschien is het onwetendheid, of de macht van de ambtenaren. Het is vaak niet zo zwart-wit, dat iets niet mag van Europa. In Nederland worden regels vaak veel scherper uitgewerkt dan in Europa ooit besproken is.”

Annie Schreijer-Pierik - Foto: Jan Willem Schouten
Annie Schreijer-Pierik - Foto: Jan Willem Schouten

Er valt in Brussel voor Nederland veel meer te halen, zegt ze. Zij vindt dat het kantoor van LTO Nederland eigenlijk in Brussel zou moeten staan en dat er veel nauwere contacten zouden moeten zijn tussen de belangenorganisatie en de Europese Commissie en de woordvoerder van het Europees Parlement.

Het landbouwministerie is volgens haar niet alert. Terwijl in Nederland wekenlang wordt vergaderd of het nodig is geld te vragen, hebben andere landen hun claims al gelegd, zegt ze. Schreijer noemt de crisisgelden in verband met het Russische embargo als voorbeeld. “Ik had binnen twee dagen boven water dat er € 150 miljoen beschikbaar was. Polen en België zeiden dank je wel en Nederland kreeg op het einde ook nog een schamele € 18 miljoen.”

‘Ik persoonlijk kies voor familiebedrijven die zorgen voor het behoud van het landschap’

Af en toe komen de kleinkinderen van Annie Schreijer-Pierik (66) bij oma langs voor een koekje. Opa en oma Schreijer bewonen met zoon en schoondochter twee zijden van dezelfde woning. Het is een situatie zoals die in veel gezinsbedrijven gewoon is. Een gesprek met haar duurt nooit lang voordat de term familiegezinsbedrijven over tafel komt.

Wat is dat eigenlijk, een familiegezinsbedrijf?

“Een familiebedrijf is dat je als zelfstandige, met je familie bepaalt wat je wel of niet kunt doen. Een familiebedrijf kan klein zijn, maar een familiebedrijf kan ook groot zijn. Een familiebedrijf heeft een historie, je hebt het vaak geërfd en dat wil je voortzetten. En het draait niet om de aandelenkoers, maar vaak om de emotionele waarde. Natuurlijk gaat het ook om de financiën onder de streep. Wat je wel of niet doet, of het nu gaat om gebruik van gewasbeschermingsmiddelen of de rassenkeuze van je vee – dat bepaal je niet alleen vanwege de winst, maar ook vanuit je principes en waarden en normen.

Ik persoonlijk kies voor familiebedrijven die zorgen voor het behoud van het landschap. Bedrijven die sociaal-economische en culturele meerwaarde hebben. Dat zit trouwens allemaal verweven in het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid voor na 2020.

Een familiebedrijf is verbonden aan het land en de regio, niet alleen economisch. Dát wil ik behouden. Ik wil niet dat Nederland een industrieel park wordt met her en der bedrijven met meer dan 10.000 koeien. Nee, mij gaat het om het behoud van die functionele regio-gebonden bedrijven op het platteland.”

Maar waar ligt dan de grens?

“Dat weet ik niet. Dat kan ik niet zeggen. Als je het over koeien hebt: het aantal is waarmee je als familie rond kunt komen. Dat is voor de een anders dan voor de ander. Ik ga niet zeggen: je moet 300 koeien hebben of je mag er maar 80 hebben. Er zijn boeren met 60 koeien die er net zo goed mee uitkomen als een ander met 200 koeien. Ik ga niet over het aantal. Het gaat om de vaste waarden die er onder zitten.”

‘Ik ben juist voor het behoud van de situatie van man en vrouw, die samen een bedrijf hebben en ook hun rol vervullen in een dorpsgemeenschap’

En als een ondernemer grond en verschillende bedrijven opkoopt om daar één nieuw bedrijf van te maken – is dat dan nog een familiebedrijf?

“Die hebben vaak te maken met arbeid uit bij voorbeeld Polen of Oekraïne. Ik zeg niet dat ik daar op tegen ben, maar ik zie een verschuiving die kant op die ik niet wil. Ik ben juist voor het behoud van de situatie van man en vrouw, die samen een bedrijf hebben en ook hun rol vervullen in een dorpsgemeenschap. Dat mag echt niet verloren gaan. Dat is de kracht van het leefbaarheid van het platteland. Als we het niet goed doen, dan lopen we het risico dat het een industrieel landbouwpark wordt in Nederland. Dat wil ik niet. Kijk hier in Hengevelde. De mensen gaan hier naar de kerk, hun kinderen gaan hier naar school, dat zijn vaste waarden.”

Annie Schreijer-Pierik in het Europees Parlement. - Foto: ANP
Annie Schreijer-Pierik in het Europees Parlement. - Foto: ANP

Schreijer-Pierik is rap van de tongriem gesneden. Haar woordenstroom is soms onnavolgbaar. Ze kan een zin beginnen over veenweideboeren en uiteindelijk uitkomen bij het door haar verfoeide exportbeleid van het vorige kabinet. Na een korte adempauze gaat ze onvermoeibaar verder met de volgende zin, die al kronkelend en springend op een nieuw onderwerp uitkomt. Bijvoorbeeld over de discussies die gevoerd wordt aan de keukentafel in een boerengezin.

Gele weilanden

“Laat ik een voorbeeld geven: die gele weilanden door het glyfosaat. Ik weet dat veel jonge boerinnen dat niet willen. De man zegt: ja, maar het mag. Hij heeft gelijk, het mag nog. Maar toch: de vrouwen horen bij het schoolplein de verhalen van andere moeders en over de angst voor gewasbeschermingsmiddelen. Dat leidt tot andere gesprekken aan de keukentafel. Jonge boerinnen vragen: kunnen we dat niet anders doen? Ook al is het niet schadelijk, het is wel een maatschappelijk thema of je daarmee moet doorgaan of niet. Het heeft ook met imago te maken. We moeten nadenken of het niet anders kan en moet, ook om de goodwill van de burger te behouden.”

‘In het kader van de verkiezingen kun je overal weer een strik om doen om het opnieuw te laten uitpakken’

Ruim twee weken geleden, in het zonovergoten Zeeuws-Vlaanderen, pakte Europees landbouwcommissaris Phil Hogan uit op een verkiezingsbijeenkomst met een extra kredietfaciliteit voor jonge boeren. Schreijer-Pierik is er blij mee. Als was het voor haar niets nieuws. “In het kader van de verkiezingen kun je overal weer een strik om doen om het opnieuw te laten uitpakken.”

Iedereen wilde met de Europees Commissaris op de foto. CDA-fractieleider Sybrand Buma, Europees lijsttrekker Esther de Lange, Tweede Kamerlid Jaco Geurts stonden in een groep met andere CDA‘ers om Hogan heen voor de foto. Tot iemand ziet dat Europarlementariër Schreijer er nog niet bijstaat. De Twentse politica komt aangelopen. Ze schuift niet aan de zijkant bij op de foto maar loopt naar het midden, waar Hogan staat en schaart zich naast hem.

Hoe doet Annie Schreijer dat?

De politica lijkt door de vraag in verlegenheid gebracht. Ze lacht verlegen. “Ik stond er eerst helemaal niet bij. Ik ben ertussen gaan staan omdat ik het allemaal gedaan had.”

Dus u verdiende die plek in het midden?

“Ik dacht: iedereen heeft het hier over die nieuwe kredietfaciliteit, maar volgens mij had ik dat allemaal al voor elkaar.”

De Europarlementariër vertelt over wijzigingsvoorstellen, mede van haar hand, die het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid iets meer boervriendelijk moeten maken. Voorstellen die meer mogelijkheden bieden om geld vrij te maken voor de boer die zich inzet voor natuur, milieu of dierenwelzijn. Haar naam hoeft, zegt ze niet overal bovenaan te staan. “Het gaat niet om mij. Het gaat om het resultaat.”

Of registreer je om te kunnen reageren.