Home

Achtergrond 4 reacties

‘Herstel grutto vraagt om vergroting kerngebied’

Pieter Winsemius zet zich in voor weidevogels en komt met een actieplan. Landgebruik in kerngebieden moet op de schop. Dat vraagt om een goed verdienmodel en landelijke regelgeving.

Onder het gefluit van vele weidevogels in de Friese Workumerwaard, legt oud-minister van Milieu (VVD) Pieter Winsemius uit waarom hij zich inzet voor weidevogels, met name de grutto, en hoe dit voor de biodiversiteit én boeren winstgevend kan zijn.

Pieter Winsemius (77) zet zich actief in voor gruttoherstel. Samen met directeuren Henk de Vries (It Fryske Gea) en Hans van der werf (Friese Milieufederatie) schreef hij het Aanvalsplan Grutto. Als referentiebeeld noemen zij de Workumerwaard (Fr.). - Foto: Mark Pasveer
Pieter Winsemius (77) zet zich actief in voor gruttoherstel. Samen met directeuren Henk de Vries (It Fryske Gea) en Hans van der werf (Friese Milieufederatie) schreef hij het Aanvalsplan Grutto. Als referentiebeeld noemen zij de Workumerwaard (Fr.). - Foto: Mark Pasveer

Winsemius heeft de 4 belangrijkste maatregelen voor weidevogelherstel kernachtig samengevat: de grutto-kerngebieden moeten minstens 1.000 hectare groot zijn, het waterpeil in de kerngebieden moet hoger, het agrarisch landgebruik in kerngebieden moet worden aangepast en ook moeten predatoren verjaagd worden. “Dat vraagt om een andere manier van boeren en beheer. Daar hoort een passend verdienmodel bij en daar hebben we Jan en alleman voor nodig. Met het Aanvalsplan Grutto willen we praktische invulling geven en sluiten we aan bij de visie van minister Schouten en het Deltaplan Biodiversiteitsherstel.”

Natuurliefhebber in hart en nieren

Pieter Winsemius zet zich al lange tijd in voor bedreigde diersoorten in Nederland. De interesse voor weidevogels is volgens de oud-minister hem met de paplepel ingegeven en werd gevoed door zijn voorzitterschap bij Natuurmonumenten (1988-1998). Winsemius was minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) in het eerste kabinet-Lubbers (1982-1986) en het derde kabinet-Balkenende (2006-2007). Hij werkte vele jaren bij milieukundig adviesbureau McKinsey & Company en was lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR).

Waar gelden de 4 genoemde maatregelen?

“In de gebieden die de beste kansen bieden voor de grutto en andere weidevogels, voornamelijk in Friesland, Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en de kop van Overijssel. Hier is het van belang dat boerenland minder intensief beheerd wordt, zodat er meer voedsel en overlevingskans is voor de grutto’s.”

Welk van de 4 maatregelen is de belangrijkste?

“Het gaat om de combinatie van alle 4 maatregelen. Het gaat erom dat er een stabiele populatie grutto’s in het lage weidegebied in Nederland ontstaat. Dat begint met nestgelegenheid en voedselaanbod, maar nestbescherming en predatorenbeheer zijn daarna net zo belangrijk.”

Wij dienen de vogels nu een handje te helpen

“Met de huidige gruttopopulatie is er door te weinig insecten, te lage waterstanden en te veel predatoren geen toekomst. Wij dienen de vogels nu een handje te helpen, zodat ze bij een stabiele populatie zelf overleven kunnen. En dat kunnen ze prima; tegen die tijd waarschijnlijk zelfs zonder predatorenbeheer.”

Wat is de rol van de boer hierin?

“Boeren zijn een onmisbare schakel in land- en natuurbeheer. De vogels dragen niet voor niets de naam ‘boerenlandvogels’. Vroeger stikte het van de boerenlandvogels en was er geen enkele aanleiding tot zorg. Toch leefden de vogels toen op boerenland. Door landschapsversnippering en landbouwintensivering zijn de aantallen drastisch afgenomen. Dat is boeren niet te verwijten. Wij hebben met ons allen de vraag naar voedsel laten stijgen, het liefst zo goedkoop mogelijk.”

Wat betekent het Aanvalsplan Grutto in de praktijk?

“Delen van boerenland in weidevogelgebieden moeten een andere functie krijgen. Het gebruikelijke aantal van 2,5 koeien per hectare moet dalen naar 1 koe per hectare om de begrazingsdruk te verlagen. Ook droogt mestinjectie de bodem uit, waardoor minder voedsel beschikbaar is voor de weidevogels. Dit moet vervangen worden door toediening van ruige mest. Idealiter komt er een 1.000 hectare groot weidevogelkerngebied met daarbinnen een 200 hectare kruidenrijkgrasland en plasdrasgebied. In goed overleg is daar prima plek voor gangbare boeren: het is geven en nemen. Maar op dit moment worden er op veel te kleine schaal, en verspreid, gebieden ingericht.”

Dat betekent dus dat veestapels in die gebieden moeten krimpen?

“Ja. Dat vraagt om extensivering van de landbouw. Boeren werken momenteel keihard om met steeds meer vee alsnog slechts quitte te draaien. Dat klopt niet, het is niet eerlijk, en dat moet anders. Met minder vee moeten boeren ook hun boterham kunnen verdienen. Daar dient een prijs voor te zijn. Met dit actieplan willen wij de aandacht en prioriteit bij de overheid hoog houden om een omslag in denken, tot aan de consument, te realiseren.”

Wie gaat dat betalen?

“Vooral provincies in de vorm van subsidies. De uitwerking verschilt per provincie en dat is een goede zaak. De nationale spelregels moeten echter wel worden bijgesteld, zodat alle provincies er beter mee uit de voeten kunnen. Een ander belangrijk deel moet komen van de consument. Er moet een omslag komen dat consumenten bereid zijn om meer te betalen voor duurzame producten. Die markt is al in beweging, dat zie je nu ook met keurmerken zoals PlanetProof en BeterLeven. Het gaat om stapeling van financiële middelen vanuit verschillende richtingen.”

In het plan beschrijft u het gebruik van ruige mest in plaats van drijfmest. Waar moet de boer dan met de drijfmest heen?

“Afzet van drijfmest is al een groot probleem. Daar moet de huidige techniek uitkomst bieden, zoals het scheiden van dikke en dunne fracties.”

Wat levert het Aanvalsplan Grutto boeren op?

“Een vruchtbare bodem waar nog vele jaren duurzaam op geboerd kan worden. Daarnaast zullen er ook weer meer weidevogels op percelen aanwezig zijn. Dat leidt uiteindelijk tot een brede maatschappelijke erkenning.”

Wat is volgens u de beste manier om weidevogels te beschermen tegen predatie?

“Daar zijn verschillende manieren voor. Je kunt een gebied afrasteren of je kunt roofdieren bejagen of verjagen. Voor lopende roofdieren werkt een afrastering goed. Dat blijkt in de Workumerwaard, waar 150 hectare (van totaal 600 hectare) weidevogelbied al 3 jaar omheind is door stroomdraden. De rasters worden bewaakt door camera’s. Deze methode werkt, maar is ook arbeidsintensief: elke 2 weken moet er iemand langs. Ook is het wegvangen en doden van steenmarters succesvol, blijkt uit de pilot in Aldeboarn (Fr.). Daarnaast geloof ik niet dat er acceptatie is, of komt, voor het afschieten van roofvogels zoals buizerds en kiekendieven. Voor vliegend roofwild is het beste om zo min mogelijk uitkijkposten, zoals bomen en rasterpalen, in het gebied te hebben.”

Hoe gaat u dit plan promoten bij de overheid, boeren en belangenpartijen?

“We hebben al veel partijen gesproken en hebben nog enkele afspraken in de agenda staan. Het ministerie van LNV denkt actief met ons mee. Ook wetenschappers en experts bevestigen dat de 4 beoogde maatregelen de kern en essentie van het weidevogelprobleem weerspiegelen. We hadden onlangs een belangrijk gesprek met LTO Nederland. De grote vraag is hoe ver we gaan met de uitwerking van verdienmodellen. Als boerenorganisatie bezitten zij een belangrijke positie, waar ook Boerennatuur deel van uitmaakt. Met de agrarische collectieven wordt al veel ingezet op natuurgerichte landbouw. Samen met LTO en de waterschappen moeten we de spelregels voor landelijk beleid op papier zetten. Tot slot kunnen we grote beheerpartijen als Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en de provinciale Landschappen niet missen.”

U wilt weidevogelbeheer koppelen aan de grond, niet aan de eigenaar. Waarom?

“Het probleem voor weidevogels zijn de korte pachtcontracten van 6 jaar. Boeren willen het maximale in die tijd van de grond halen en verminderen daarmee het bodemleven. Dat is logisch, want de boer wil geld verdienen. Maar veel boeren willen de grond eigenlijk helemaal niet zo intensief gebruiken. Het liefst hebben zij 30- of meerjarige contracten. De kwestie om pacht is een spannende beweging op het moment. Gelukkig komt er meer aandacht voor langdurige pacht. Dat is ook het standpunt van landbouwminister Schouten.”

Laatste reacties

  • egbert

    Kun je mooi in al die kunstnatuurgebieden doen gebruiken waar ze voor bedoeld zijn extensief beheren bemesten weiden in plaats van inrichten en niet beheren ja bordjes ophangen verboden toegang.

  • frl

    1 koe per HA, dat is niet planet proof, kom je niet uit met CO2.

  • Jan-Zonderland

    Pieter kan wel vanalles verzinnen maar het gaat niet werken. De melkprijs zal moeten verdubbelen als je zo zou moeten boeren zoals hij dat voor zich ziet 1 koe per ha en in een potstal en een grondwaterstand zo hoog dat je alleen met jaren 60 matriaal het land op kunt en de koeien netzoveel vertrappen dan wat ze opvreten.
    Maar goed, als hij ergens de centen weg kan krijgen voor die verdubbeling van de melkprijs dan zullen er best boeren zijn die met hem willen werken.

  • Alco

    Goed predatoren beleid lost alles op.

Of registreer je om te kunnen reageren.