Home

Achtergrond

Europarlement: lange adem en kleine stapjes

Kleine stapjes en lange adem kenmerken de Europese besluitvorming. Toch behalen Europarlementariërs ook wel succesjes. Een inventarisatie in aanloop naar de verkiezingen voor het Europarlement op 23 mei.

Veranderingen in de Europese Unie gaan traag. Als kandidaten voor het Europees Parlement bij de huidige verkiezingscampagne beloven dat boeren en tuinders gaan profiteren van verandering in regels voor bijvoorbeeld genetische modificatie of de uitvoering van de Vogel- en Habitatrichtlijn, is de kans groot dat ze over 5 jaar met hangende pootjes erop terugkomen: ze hebben hun belofte niet kunnen waarmaken.

Plenaire sessie van het Europees Parlement in Straatsburg. Het parlement telt 751 leden. - Foto: Europese Unie/Europees Parlement
Plenaire sessie van het Europees Parlement in Straatsburg. Het parlement telt 751 leden. - Foto: Europese Unie/Europees Parlement

Het EU-parlement heeft invloed op:

  • uitvoering en budget van Gemeenschappelijk Landbouwbeleid;
  • verbetering van EU-markt voor meststoffen;
  • aanpak oneerlijke handelspraktijken;
  • toelating gewasbeschermingsmiddelen;
  • verandering vergroeningsregels;
  • afschaffing zomer- en wintertijd;
  • aanpassing regels vrije uitloop bij uitbraak vogelgriep;
  • erkenning kunstmestvervangers;
  • toelating nieuwe vormen van biotechnologie bij veredeling.

Toelating kunstmestvervangers is langdurig proces

Dat ligt niet aan het enthousiasme of de vasthoudendheid waarmee de volksvertegenwoordigers zich inzetten. Neem bijvoorbeeld VVD’er Jan Huitema. Die stelde als kersvers Europarlementariër in 2014 tijdens zijn allereerste ontmoeting met (toen nog beoogd) Europees landbouwcommissaris Phil Hogan aan de orde dat mineralenconcentraten uit dierlijke mest als kunstmestvervangers moesten worden toegelaten.

Later stelde hij daarover schriftelijke vragen aan de Europese Commissaris, onderhandelde met de Europese Commissie over amendementen in de Europese meststoffenverordening, sloot bondjes met gelijkgestemde collega’s en liet bij voortduring in en buiten het Europees Parlement zijn opvatting horen.

Jan Huitema tijdens een debat in het Europees Parlement over de meststoffenverordening. - Foto: Europees Parlement/Mathieu Cugnot
Jan Huitema tijdens een debat in het Europees Parlement over de meststoffenverordening. - Foto: Europees Parlement/Mathieu Cugnot

En nu, na 5 jaar lidmaatschap van het Europees Parlement, heeft hij concreet nog niets bereikt. Ja, de meststoffenverordening voor de erkenning van (dierlijke) meststoffen is aangepast – maar nog niet van kracht. De definitie van dierlijke mest is nog niet veranderd – al wordt er wel aan gewerkt. Daarvoor moeten nog wetenschappelijke bouwstenen worden aangedragen, onder andere uit de Nederlandse proefprojecten.

Huitema verwacht dat in 2020 de mineralenconcentraten uit dierlijke mest toegelaten worden als kunstmestvervangers – binnen Nederland. Maar het duurt nog tot 2021 voordat die mineralen met een Europese erkenning (CE-keurmerk) op basis van de nieuwe meststoffenverordening geëxporteerd mogen worden – 6 tot 7 jaar nadat hij erover begon in het Europees Parlement.

➢ Nederlandse parlementariërs boekten wel successen

➢ Positie van de boer in de keten is versterkt

 

Europees Parlement beïnvloedt besluiten

Het belangrijkste voorstel waarover het Europees Parlement op landbouwgebied moet besluiten, is het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) voor de periode na 2020. Het parlement beslist niet alleen over het beleid, ook over het budget dat daarvoor wordt uitgetrokken. De landbouwcommissie pleit voor ‘voldoende budget’ voor het GLB.

In de voorbereidende onderhandelingen heeft het parlement de positie ingenomen dat de ecologische aandachtsgebieden niet langer een verplicht onderdeel zijn, maar als optie kunnen worden ingevuld in het bouwplan, zonder dat de inkomenstoeslagen daardoor in het gedrang komen. Het parlement wil de regels voor blijvend grasland aanpassen.

Gewasbescherming onderwerp waarin EP stuurt

De afgelopen 5 jaar hebben op Europees vlak verschillende discussies gespeeld, waarover het parlement wel standpunten heeft ingenomen, maar waar het parlement in feite geen zeggenschap had. De (hernieuwde) toelating van gewasbeschermingsmiddelen (neonicotinoïden, glyfosaat) was zo’n onderwerp.

Volgens de huidige Europese regelgeving gebeurt hernieuwde toelating van werkzame stoffen voor gewasbeschermingsmiddelen in het permanent comité voor planten, dieren, voeding en veevoer (Scopaff). De Europese Commissie doet een voorstel en binnen Scopaff zijn het de lidstaten die een besluit nemen, mede op basis van de adviezen van de Europese voedselveiligheidsautoriteit.

De Europese Commissie is echter niet ongevoelig voor de druk vanuit het Europees Parlement, zoals de lidstaten niet ongevoelig zijn voor de druk vanuit de eigen parlementen. De Nederlandse minister (of staatssecretaris) van landbouw heeft in de afgelopen 5 jaar met enige regelmaat via een motie in de Tweede Kamer een opdracht gekregen om een bepaalde positie in te nemen binnen Scopaff. Dat de Europese Commissie in 2017 uiteindelijk voorstelde glyfosaat niet voor 15 jaar, maar voor 5 jaar toe te laten, had ook te maken met de politieke druk vanuit het Europees Parlement.

EP heeft geen beslissingsrecht inzake nitraatrichtlijn en derogatie

De discussie over de Nitraatrichtlijn heeft veel Europese elementen, maar het Europees Parlement is niet direct betrokken bij de discussies die daarover worden gevoerd door Nederland en de Europese Commissie. De vraag of Nederland derogatie krijgt, hangt af van de vraag of de Europese Commissie daarover een akkoord kan sluiten met Nederland, en of de overige Europese lidstaten daarmee kunnen instemmen. Het Europarlement kan daarop invloed uitoefenen door vragen te stellen, maar heeft daarin geen beslissingsrecht.

Succesvolle invoering maatregelen bij uitbraak vogelgriep

Europees beleid is politiek van kleine stapjes en lange adem, laat het voorbeeld van Huitema zien. Toch zijn er voorbeelden dat het sneller kan gaan. In de afgelopen 5 jaar zijn her en der successen geboekt, ook voor de Nederlandse boeren en tuinders, die mede op het conto van Nederlandse Europarlementariërs zijn te schrijven.

Het Europees Parlement heeft, onder andere via schriftelijke en mondelinge vragen aan de Europese Commissie door SGP’er Bas Belder, Jan Huitema (VVD) en Annie Schreijer-Pierik (CDA), druk uitgeoefend om tijdens de uitbraak van vogelgriep de regels voor vrije-uitloopeieren op te rekken. De legpluimveehouderij had te maken met forse verliezen, doordat hennen met vrije uitloop langdurig werden opgehokt – langer dan de regels voor de vrije-uitloopeieren toelieten. De Europese Commissie besloot de afwaardering van de eieren van vrije-uitloopeieren van 12 naar 16 weken te schuiven.

Op sommige dossiers overheerst onderbuikgevoel de discussie

Toen het Russische embargo werd afgekondigd, maakte het Europarlement zich sterk voor ondersteuning van de getroffen agrarische sectoren. Schreijer-Pierik (CDA) roerde in dat dossier nadrukkelijk de trom. Zij zag dat een grote pot met Europees geld beschikbaar was (€ 125 miljoen), terwijl vanuit Nederland nauwelijks aanstalten werden gemaakt daar een beroep op te doen. Het Europese geld kwam onder andere terecht bij Poolse en Belgische fruittelers.

Later trok de Europese Commissie, mede onder druk van het Europees Parlement, een bedrag van € 500 miljoen uit voor crisismaatregelen. Toenmalig staatssecretaris Sharon Dijksma slaagde erin daarvan € 30 miljoen voor Nederlandse boeren binnen te halen.

Oneerlijke handelspraktijken in parlementsperiode afgekaart

Het voorstel van de Europese Commissie om een eind te maken aan oneerlijke handelspraktijken, behaalde binnen de afgelopen parlementsperiode de eindstreep. De Europese regels worden nu omgezet in nationale wetgeving. De wetgeving is mede te danken aan het rapport van oud-landbouwminister Cees Veerman, die in opdracht van Phil Hogan de bouwstenen aandroeg voor een plan om de positie van de boer in de keten te versterken.

Biotechnologie een van de onderwerpen waarbij onderbuik regeert

Er zijn dossiers die veel weg hebben van het trekken aan een dood paard. VVD’er Jan Huitema pleitte als medewerker van toenmalig Europarlementariër Jan Mulder (VVD) al voor een soepeler benadering van moderne biotechnologie bij plantenveredeling binnen de soort. 10 jaar later lijkt dat dossier nog nauwelijks in beweging, zeker na een recente uitspraak van het Europese Hof van Justitie, die elke vorm van veredeling met biotechnologie praktisch gesproken onmogelijk maakt in de Europese Unie.

Als het aan de Nederlandse Europarlementariërs zou liggen, was er al lang een opening gevonden in deze kwestie. Volgens Huitema is het vooral politieke onwil die voortgang blokkeert, met name vanuit een aantal landen (Oostenrijk, Kroatië, Frankrijk) en een aantal fracties aan de linkerkant (sociaaldemocraten, groenen). “Op sommige dossiers overheerst onderbuikgevoel de discussie”, zegt Huitema.

3 keer stemmen over hetzelfde voorstel

Europese wetgeving volgt een ingewikkelde weg, voordat boeren en tuinders ermee te maken krijgen. Parlementsleden kunnen wel 3 keer stemmen over hetzelfde voorstel, voordat het kracht van wet krijgt.

Het is de Europese Commissie die het initiatief neemt voor nieuwe regelgeving. De Europese Commissie biedt richtlijnen of verordeningen aan bij het Europees Parlement en bij de vakministers van de lidstaten (voorstellen op het gebied van de landbouw, zoals het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid worden ingediend bij de Europese raad van landbouwministers).

De landbouwcommissie van het Europees Parlement. Rechts vooraan Annie Schrijer-Pierik (CDA). In het midden achteraan Jan Huitema (VVD). - Foto: Europees Parlement/Alexis Haulot
De landbouwcommissie van het Europees Parlement. Rechts vooraan Annie Schrijer-Pierik (CDA). In het midden achteraan Jan Huitema (VVD). - Foto: Europees Parlement/Alexis Haulot

In het Europees parlement komen landbouwonderwerpen terecht in de landbouwcommissie. In de afgelopen 5 jaar waren de Nederlanders Jan Huitema (VVD), Anja Hazenkamp (Partij voor de Dieren) vaste leden van de landbouwcommissie; Annie Schreijer-Pierik (CDA) en Bas Belder (SGP) waren plaatsvervangend lid.

Binnen de landbouwcommissie wordt een rapporteur aangewezen die het onderwerp namens de commissie voorbereidt en met een standpunt komt over de voorstellen. Naast de rapporteur worden schaduwrapporteurs aangesteld (van andere partijen), die meeonderhandelen over het voorstel.

  1. Vervolgens komt het voorstel in de commissie ter stemming. De stemmingsuitslag van de commissie wordt voorgelegd aan het voltallige Europees Parlement, dat nog wijzigingsvoorstellen kan doen (dat kunnen honderden amendementen per voorstel zijn).
  2. Het eindresultaat van de stemming van het parlement is vervolgens uitgangspunt bij onderhandelingen met de Europese Raad en de Europese Commissie (trialoog). Die onderhandelingen kunnen tientallen sessies duren. Als er in de trialoog een akkoord is, gaat het aangepaste voorstel opnieuw naar het Europees Parlement. Het parlement kan dan opnieuw wijzigingsvoorstellen indienen, waarover dan vervolgens opnieuw onderhandeld moet worden met de raad van ministers.
  3. Een voorstel van de Europese Commissie kan pas kracht van wet krijgen als zowel de Europese Raad als het Europees Parlement ermee instemt. Europese verordeningen hebben direct kracht van wet in alle lidstaten, Europese richtlijnen moeten door de lidstaten in eigen land in wetgeving worden omgezet.

Of registreer je om te kunnen reageren.