Home

Achtergrond 1 reactie

‘Veehouderij blijft onderdeel voedselsysteem’

Dierenwelzijn krijgt steeds meer aandacht. Vanuit de maatschappij neemt de druk op de veehouderij toe. Maar hoogleraar Bas Rodenburg ziet wel degelijk toekomst.

Het welzijn van mens, dier en milieu kun je niet los van elkaar zien. Dat is de kern van het OneWelfare-concept, waarvan Bas Rodenburg pleitbezorger is. Het onderwerp stond centraal in zijn inaugurele rede als hoogleraar dierenwelzijn bij de Universiteit Utrecht.

Gezondheid van mens en dier

OneWelfare is in 2014 ontstaan en sluit aan op het OneHealth-concept, dat gericht is op de gezondheid van mens en dier. Verminderen van antibioticagebruik in de veehouderij is daar een toepassing van. Ten eerste blijft het middel hiermee beter bruikbaar voor de mens. Daarnaast is er minder milieuvervuiling. Op een vergelijkbare manier kun je naar verbindingen op gebied van welzijn kijken, stelt Rodenburg.

Zet Europa stappen in de goede richting op het gebied van dierenwelzijn?

“Ja, en dat omarmt OneWelfare. Het vee moet zich prettig voelen. Tegelijk moet de veehouder kunnen verdienen en kunnen investeren in welzijnsmaatregelen. Bij een bezoek aan een varkensbedrijf merkte ik dat er een sterke wil was om te investeren, maar het moet financieel wel kunnen. Aan het einde van de streep moet de consument bereid zijn de prijs te betalen.”

Hoe realistisch is dat?

“De laatste jaren zijn steeds meer mensen bereid om meer te betalen voor vlees met bijvoorbeeld een Beter Leven-keurmerk. Deze producten zijn vaak 15 à 20% duurder. Een opkomende trend is dat steeds meer mensen minder vlees eten, maar dan wel van hogere kwaliteit. Ik zie er, zeker in West-Europa, kansen voor. De markt groeit.”

Lees verder onder de foto

Prof. Dr. Ir. Bas Rodenburg (44) is sinds mei 2018 hoogleraar dierenwelzijn bij de faculteit diergeneeskunde aan de Universiteit Utrecht. Hij is gespecialiseerd op het gebied van dierenwelzijn, voornamelijk in de varkens- en pluimveesector. - Foto: Herbert Wiggerman
Prof. Dr. Ir. Bas Rodenburg (44) is sinds mei 2018 hoogleraar dierenwelzijn bij de faculteit diergeneeskunde aan de Universiteit Utrecht. Hij is gespecialiseerd op het gebied van dierenwelzijn, voornamelijk in de varkens- en pluimveesector. - Foto: Herbert Wiggerman

Toch kiest de consument vaak het goedkoopste product. Helpt OneWelfare mee aan een omslag naar een eerlijke prijs voor Beter Leven-producten?

“Dat is het idee. Vanuit de maatschappij neemt de druk op de intensieve veehouderij toe. Het dwingt de veehouderij in een bepaalde richting, zoals een verbod op staart couperen en castratie bij varkens. Ik pleit voor systemen waarmee je aan die voorwaarden kan voldoen. Dieren moeten natuurlijk gedrag kunnen vertonen en bij ziekte niet meteen afhankelijk zijn van antibiotica. Dat vraagt om investeringen bij de boer en een eerlijke prijs van de consument. Die koers is al ingezet, maar is niet van vandaag op morgen te realiseren.”

Maar wel een koers met vlees?

“Ja, maar met een stuk minder vlees en met een gepaste prijs. Onderzoek van WUR toont aan dat dierlijk eiwit in ons dieet past om de kleinste ecologische voetafdruk te halen, maar de consumptie moet dan dalen naar 57 gram per dag. Voedzame granen moeten geen deel meer uitmaken van veevoer.”

Hoe vertaalt OneWelfare zich naar de praktijk?

“Als toepassing van praktijkgericht onderzoek. Een illustratie is een Europees project in de biologische veehouderij, PPILOW, waarbij veel stakeholders betrokken zijn. Ook boeren. We meten en verbeteren dierenwelzijn waar mogelijk. Het onderzoek is gericht op alternatieven voor het doden van haankuikens en het houden van hennen met intacte snavels, zonder verenpikken en kannibalisme.”

Wat is de rol van de boer in zo’n groep?

“Benoemen van knelpunten en gezamenlijk zoeken naar oplossingen. Dat heeft al tot mooie resultaten geleid, bijvoorbeeld bij eendagskuikens. Vroegtijdige selectie in de ei-fase kan het doden en onvrede in de maatschappij daarover voorkomen. Het is een poldermodel rondom dierenwelzijn.”

Hoe vindt u dat Nederlandse boeren omgaan met dierenwelzijn?

“Nederland is één van de voorlopers met investeringen en innovaties op het gebied van dierenwelzijn. Ook staat Nederland in Europa vooraan om de agenda te bepalen en probleemgebieden te agenderen.”

Binnen Europa zijn we dus erg goed bezig?

“Ja, maar een zorgpunt is de grote exportmarkt. De grootste afzetmarkt is binnen Europa, maar een deel gaat ook buiten Europa. Het vlees dat buiten Europa geëxporteerd wordt, heeft vaak geen keurmerk en die markt stelt minder eisen qua dierenwelzijn. Dit zien we bijvoorbeeld in de vleeskippenindustrie.”

‘Kalversterfte is onvoorstelbaar’

Rodenburg kan zich bij het beeld van verwaarloosde kalveren die met hun poten in de stront staan niet voorstellen dat dit een algemeen beeld is. Het zijn uitzonderlijke bedrijven die vaak onder streng toezicht staan van de NVWA. “In zulke gevallen moet er ook wat anders aan de hand zijn op het bedrijf of met de veehouder zelf.” Wel waarschuwt Rodenburg de sector voor de toegenomen bedrijfsgrootte. Te weinig aandacht voor het jongvee moet voorkomen worden. “Het voeren van moederbiest in de eerste levensfase is bijvoorbeeld zeer belangrijk voor immuniteit.” Onlangs berichtte RTL4 dat op 1.200 bedrijven 20% of meer van de kalveren binnen 2 weken sterft.

Veel boeren in Nederland hebben al geïnvesteerd in nieuwe systemen. Snapt u dat boeren moe worden van continu nieuwe regels?

“Ja, absoluut. Ik realiseer mij dat boeren vaak investeren voor een langere periode, zo’n 20 à 25 jaar. Ik zie dat dier- en milieueisen steeds veranderen, bijvoorbeeld recent in de varkenshouderij. Het wordt lastig om aan alle kanten te voldoen. Daarom vind ik het belangrijk om te kijken of je gezamenlijk op kunt trekken als boeren, wetenschappers en dierenorganisaties. We moeten realistisch blijven.”

En partijen als Wakker Dier en de Dierenbescherming gooien extra olie op het vuur?

“Ja, het is ook hun rol om welzijnsproblemen te benoemen, maar ik hoop wel dat we daarmee niet te springerig worden in ons beleid. We moeten de veehouderij de kans geven om systemen te ontwikkelen waarin het goed gaat. Bijvoorbeeld stoppen met castreren en staart couperen: het is erg belangrijk dat de sector daar klaar voor is. We moeten het ene probleem niet inruilen voor het andere.”

Er is kritiek op de zogenoemde megastallen. Hoe denkt u hierover?

“Leeftijd van het systeem speelt mee in dierenwelzijn. Ik verwacht geen positieve en ook geen negatieve effecten van stalgrootte, behalve als je echt oud met nieuw vergelijkt. Bij grote bedrijven heb ik wel zorgen over de werkdruk en werkkwaliteit. Krijgt het vee genoeg aandacht en zorgkwaliteit? Daarnaast zien mensen grote stallen vaak als landschapsvervuiling en missen soms transparantie. Zij mogen vaak niet naar binnen om een kijkje te nemen.”

Dus een tip aan de boer om meer transparant te zijn?

“Absoluut. Ik was recent op een groot varkensbedrijf met 500 zeugen. Maar zij hebben wel zichtstallen, zowel bij de kraamstal als bij de dragende zeugen en de zeugen in 2 grote groepen in het stro. Een goed verhaal en het openstellen voor burgers creëert maatschappelijk draagvlak. Welzijnsmaatregelen als grotere hokken en strohokken zijn op een groter bedrijf wel eenvoudiger te realiseren.”

Dus in dat opzicht zijn grote stallen verrijkend?

“Ja, er komen minder bedrijven en die bedrijven worden groter. En dat is een logische richting. We moeten wel kijken waar het maximum ligt, ook wat burgers accepteren en hoe je kunt aansluiten bij wensen vanuit de maatschappij. Kijk bijvoorbeeld naar het Kipster-concept. Een goed verhaal schept acceptatie.”

U bent actief in de fokkerij waarin dieren geselecteerd worden op functioneren. Maar kunnen wij dieren ‘aanpassen’?

“Dat is nou juist de uitdaging in de fokkerij. We moeten niet doorgaan met individuen die niet voldoen in een systeem. We hebben jarenlang dieren gefokt voor intensieve systemen. Nu willen we meer naar extensief, waarin gedrag van dieren meer aandacht krijgt. Zo’n 20 jaar geleden was er nauwelijks aandacht voor gedrag in de fokkerij, nu wordt het steeds belangrijker.”

Hoe ziet u de toekomst van de veehouderij in Nederland?

“Er is zeker plek voor de veehouderij in het concept circulaire landbouw, maar kleiner dan nu. Tegelijk is er bij consumenten veel waardering voor dierlijke producten. Vlees is bij veel mensen onderdeel van het dieet. Toch kan het op de lange termijn veranderen met bijvoorbeeld kweekvlees en insecten. Wereldwijd is vooralsnog geen krimp in de vleesconsumptie te zien.”

Ziet u toekomst in insecten als eiwitbron?

“De kweek van insecten is niet zo duurzaam als men een paar jaar geleden dacht. Als je de ecologische voetafdruk bekijkt van de insectenproductie, en ook de schaal die nodig is om hetzelfde volume te produceren als in de veehouderij, dan blijkt dat niet zo gunstig. De veehouderij blijft onderdeel van ons voedselsysteem.”

Eén reactie

  • koestal

    weinig begrip van de consument en burger

Of registreer je om te kunnen reageren.