Home

Achtergrond 1 reactie

Middelengebruik veilig, burger blijft ongerust

Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat middelengebruik niet leidt tot gevaar voor de volksgezondheid. Maar de onrust bij de burger is niet weggenomen.

Een akkerbouwer rijdt met de spuitmachine zijn akker op. Hij klapt de armen van de machine uit en ziet fietsers voorbij komen op de openbare weg. De akkerbouwer wacht met de bespuiting tot de fietsers voorbij zijn. Dan steekt een van de fietsers de middelvinger op. De spuitmachine is voor de burger het symbool geworden van gifgebruik. De opgestoken vinger het symbool van wantrouwen en gebrek aan waardering.

Een veldspuit aan het werk. Boeren doen hun uiterste best schadelijke effecten van bespuitingen te reduceren, maar burgers zijn in toenemende mate argwanend.
Een veldspuit aan het werk. Boeren doen hun uiterste best schadelijke effecten van bespuitingen te reduceren, maar burgers zijn in toenemende mate argwanend.

Hoe gedoseerd de akkerbouwer ook te werk gaat, welke technische middelen hij gebruikt om drift te voorkomen, welke afstandsnormen hij ook in acht neemt, er blijft onrust en argwaan bij omwonenden. Wie met de spuitmachine de weg opgaat en in contact komt met de argeloze burger kan overtrokken reacties over zich heen krijgen.

Ondanks nieuwe technieken, afgestemde doseringen, strengere toelatingseisen en minder schadelijke middelen, blijft er onrust, soms aangewakkerd door tendentieuze of gekleurde berichtgeving.

Geen reden tot zorg over volksgezondheid

De wetenschap laat zien dat er niet direct reden tot zorg is over de blootstelling van omwonenden aan gewasbeschermingsmiddelen. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) publiceerde 2 weken geleden het rapport Bestrijdingsmiddelen en Omwonenden. Conclusie: ja, bestrijdingsmiddelen komen in tuinen, huizen en lichamen van omwonenden terecht; maar nee, er is geen reden voor zorg over de volksgezondheid. En: de telers zelf hebben te maken met de hoogste blootstelling, maar ook in hun situatie worden gestelde veiligheidsmarges niet overschreden.

Omwonenden van lelievelden in Westerveld lieten zelf onderzoek doen in hun eigen omgeving en vonden 57 verschillende middelen. De minister liet de onderzoeksresultaten bekijken door het College voor de Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden. Conclusie: de gevonden waarden blijven (ver) beneden wat je mag verwachten bij normaal gebruik; er is geen reden voor gevaar voor de volksgezondheid.

Onrust omwonenden blijft

Maar daarmee is de onrust niet weggenomen. “Ik geloof het gewoon niet”, zei een omwonende op een door het RIVM georganiseerde informatiebijeenkomst in het Noord-Hollandse Akersloot. De wetenschappers van het RIVM hadden zojuist met grafieken, tabellen en cijfers laten zien wat ze bij metingen in het veld hebben gevonden. De uitkomsten waren voorspelbaar. Wie dicht bij een bespoten veld woont, heeft te maken met een grotere blootstelling dan wie verder af woont. De blootstelling is groter in periodes dat er bespuitingen worden toegepast dan in periodes dat er geen bespuitingen zijn. In woningen dichter bij bespoten akkers is er meer insleep van bestrijdingsmiddelen via stof. Concentraties bestrijdingsmiddelen in de huizen van telers (in de lucht en in het stof) waren hoger dan in de huizen van omwonenden.

Onderzoek ook in belang van teler

Bollenteler Matthé van Lierop uit Breezand was een van de deelnemers aan het Onderzoek Bestrijdingsmiddelen en Omwonenden. Hij vindt het onderzoek ook voor hemzelf van belang: “Het gaat ook om mijn gezondheid en om de gezondheid van mijn kinderen. We willen allemaal in een veilig en gezond klimaat oud worden, met onze kinderen.” Van Lierop merkte dat collega’s problemen hadden met het onderzoek. “Ik zeg: wees transparant. Als er zaken boven komen drijven die echt gevaarlijk zijn, dan moet je daar wat mee doen.”

Onderzoek blootstelling bestrijdingsmiddelen

Het onderzoek Bestrijdingsmiddelen en Omwonenden was vooral bedoeld om te kijken of omwonenden worden blootgesteld aan bestrijdingsmiddelen en in welke mate dat gebeurt. Daarnaast was de vraag of mensen die verder weg wonen van de bespoten akkers ook aan de middelen worden blootgesteld.

Het onderzoek had plaats in de omgeving van de bollenteelt. Er werd gekeken naar de aanwezigheid van 5 gewasbeschermingsmiddelen in urine (asulam, chloorprofam, prochloraz, tebuconazool en carbendazim). Van die middelen bleken schimmelbestrijder tebuconazool en onkruidbestrijder chloorprofam in het merendeel van de urinemonsters meetbaar. De andere 3 middelen kwamen soms of incidenteel in urine voor in meetbare hoeveelheden. In de buitenlucht werden concentraties van ongeveer 40 verschillende middelen bekeken.

Kanttekeningen bij onderzoek RIVM

Hoewel de uitkomsten laten zien dat er geen direct gevaar is voor de volksgezondheid, maken de onderzoekers van het RIVM wel een paar kanttekeningen:

  • het onderzoek geeft geen eindoordeel over de veiligheid van omwonenden in alle situaties. Er zijn geen worst-case-scenario’s doorgerekend;
  • het onderzoek had betrekking op een beperkt aantal middelen in 1 teelt. “Het valt dus niet uit te sluiten dat zich omstandigheden voordoen waarin de blootstelling aan bestrijdingsmiddelen hoger uitvalt”, schrijven de onderzoekers. Dat is een zinnetje waar ongeruste omwonenden zich aan vastklampen;
  • verder onderzoek is nodig om iets te kunnen zeggen over mogelijke gezondheidsrisico’s voor omwonenden, als álle gebruikte middelen en andere teelten bij het onderzoek worden betrokken.

RIVM: verder onderzoek nodig voor álle middelen

Het onderzoek Bestrijdingsmiddelen en Omwonenden van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu is uitgebreid, maar niet uitputtend. Onderzoeker Mark Montforts: “Het onderzoek was gericht op blootstelling, niet op gezondheid. We hebben heel veel middelen niet gemeten. Over die middelen kunnen we dus niets zeggen. Over metingen die we wel gedaan hebben kunnen we zeggen dat ze ver beneden de waarden bleven, waarmee rekening is gehouden bij de toelating. We hebben niet het hele plaatje, want we hebben niet alle stoffen en niet alle locaties bekeken. Als je zekerheid wilt over de risico‘s, moeten we verder kijken. En dat is een van de aanbevelingen die we doen.” Dan gaat het over het effect van de blootstelling aan verschillende middelen tegelijkertijd en over de effecten van langdurige blootstelling.

Montforts waagt zich niet aan het antwoord op de vraag of omwonenden zich wel of geen zorgen moeten maken. “We hebben nu eenmaal niet alles bekeken. We kunnen niet zeggen: maakt u zich geen zorgen. Maar we kunnen ook niet zeggen: u moet zich zorgen maken.”

Residuen beperken taak voor boeren

Boeren moeten het ook als hun taak zien om de residuen tot het minimum te beperken, zegt Trienke Elshof, portefeuillehouder Ondernemen in een Gezonde Omgeving in het bestuur van LTO Nederland. “Wij zijn daar als sector ook hard mee aan de slag. Maar we kunnen niet van de vloer op zolder springen.”

Trienke Elshof is portefeuillehouder Ondernemen in een Gezonde Omgeving in het bestuur van LTO Nederland. Elshof ziet dat burgers steeds kritischer worden. Aan de andere kant constateert ze dat boeren 'voldoen aan alle eisen op het gebied van de gewasbescherming en toch zet een deel van de maatschappij ons onder druk'. - Foto: Ruud Ploeg
Trienke Elshof is portefeuillehouder Ondernemen in een Gezonde Omgeving in het bestuur van LTO Nederland. Elshof ziet dat burgers steeds kritischer worden. Aan de andere kant constateert ze dat boeren 'voldoen aan alle eisen op het gebied van de gewasbescherming en toch zet een deel van de maatschappij ons onder druk'. - Foto: Ruud Ploeg

‘Boeren hebben dezelfde zorgen als burgers’

Elshof, zelf melkveehouderij in Oldetrijne (Friesland), weet dat agrarische ondernemers er aan moeten wennen dat er over hun schouder wordt meegekeken. “Zeker in het bollengebied, waar het dichtbevolkt is.” Dat omwonenden van bollenvelden zich zorgen maken over de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen zal Elshof niet bagatelliseren. Maar ze ziet ook dat alleen het gebruik van spuitmachines al tot negatieve reacties leidt: “De spuit is symbool voor ellende. Terwijl de middelen die we gebruiken steeds minder schadelijk zijn. Al zouden we water spuiten, dan nog is het niet goed. Burgers moeten zich realiseren dat boeren dezelfde zorgen hebben als zijzelf. Boeren willen ook veilig werken.”

De burger moet zich realiseren dat stoppen met spuiten geen optie is. “We willen toe naar een landbouw die zo min mogelijk emissie”, zegt Elshof. “De ontwikkeling van teelten zonder gewasbescherming kost tijd. De vraag is of de burger die tijd heeft.” Elshof vindt het kwalijk dat het onderzoek over de blootstelling van omwonenden aan bestrijdingsmiddelen is gelekt en in een voor boeren kwalijk daglicht is gesteld.

Eén reactie

  • massy

    Als je stopt met gewasbescherming is er geen voedsel meer dat moet voor de burger ook wel duidelijk zijn. en als er straks geen voedsel is heeft die burger ineens heel veel geduld.

Of registreer je om te kunnen reageren.