Home

Achtergrond

Oud-landbouwcommissaris Frans Andriessen overleden

Oud-landbouwcommissaris Frans Andriessen (89) is na een kort ziekbed vrijdag 22 maart overleden. Dat heeft zijn familie bekendgemaakt aan het ANP. Andriessen heeft een belangrijke rol gespeeld in de hervorming van het GLB. Een terugblik, met fragmenten uit een interview met Boerderij.

  • Frans Andriessen (CDA) had een lange politieke carrière waarin hij onder meer minister en EU-commissaris was, waaronder een periode landbouwcommissaris.
  • Andriessen gold als een bekwaam politicus en een taaie onderhandelaar. Hij liet zich door niemand opzijzetten. Maar hij stond niet bekend om zijn charisma, hij gold als een beetje saai en als het ‘slimste jongetje van de klas’.
Frans Andriessen in 2012, in zijn toenmalige woning in de buurt van Brussel: "Wij hebben sterk de neiging de economie door een Europese bril te bekijken." - Foto: Peter Roek
Frans Andriessen in 2012, in zijn toenmalige woning in de buurt van Brussel: "Wij hebben sterk de neiging de economie door een Europese bril te bekijken." - Foto: Peter Roek

  • Andriessen was minister van Financiën (1977-1980) en Eurocommissaris (1981-1993). Van 1985-1989 was hij commissaris voor Landbouw. Ook was hij van 1971 tot 1977 de laatste partijleider van de Katholieke Volkspartij (KVP), voordat die opging in het CDA.
  • Andriessen, op 2 april 1929 geboren in Utrecht, kreeg de politiek met de paplepel ingegoten. Zijn vader Jan leidde de katholieke vakbeweging en was tussen 1937 en 1967 lid van de Tweede Kamer. Zoon Frans studeerde rechten en werkte in de volkshuisvesting. In 1967 volgde hij zijn vader op in de Kamer.
  • Toen Den Uyl premier was, profileerde Andriessen zich als rechtse houwdegen. Hij gold als enige confessionele politicus die Den Uyl tegenwicht kon bieden. Toen KVP opging in het CDA moest hij echter plaatsmaken. Andriessen werd gezien als te technocratisch en saai. Dries van Agt werd leider van de fusiepartij.
  • Van Agt werd ook premier van het nieuwe centrumrechtse kabinet. Dat wilde bezuinigen, maar de tijd was nog niet rijp voor de drastische plannen van minister van Financiën Andriessen. Na een reeks conflicten gaf Andriessen er in 1980 de brui aan. Zijn bezuinigingsplannen werden later alsnog uitgevoerd door het eerste kabinet-Lubbers.
  • Andriessen verhuisde van Den Haag naar Brussel. Hij werd lid van de Europese Commissie. Eerst was hij verantwoordelijk voor concurrentiezaken, vervolgens voor landbouw en daarna voor buitenlandse betrekkingen en handel.
  • Vanaf 1985 tot het einde van zijn Europese loopbaan in 1992 was hij bovendien vicevoorzitter van de commissie. Als Eurocommissaris moest Andriessen de staalindustrie saneren en de melkplas en de boterberg aanpakken. Als vicevoorzitter had Andriessen het geregeld aan de stok met de hoogste baas van de commissie, de autoritaire Fransman Delors.

In 2012 had redacteur Jeroen Savelkouls van Boerderij nog een uitgebreid interview met de oud-landbouwcommissaris, waarin hij terugkeek op zijn beleidsperiode. Hij pleitte in dat interview voor een afbouw van de inkomenssteun aan boeren. Hij vond dat de sector het meest is gebaat bij ’normale marktomstandigheden’.

Gemeenschappelijk Landbouwbeleid moest worden aangepast

Andriessen was eind jaren 80 architect van verregaande hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), later uitgevoerd door zijn opvolger Ray MacSharry. ”We zijn begonnen met het subsidiëren van de landbouw en hebben dat veel te lang volgehouden”, zei hij in het interview. ”Voor zover er structureel problemen zijn, kan ik mij voorstellen dat je een landbouwbeleid voert dat ondersteuning met zich meebrengt. Maar ik vind dat je zo veel mogelijk toe moet naar een situatie waarin de sector zichzelf bedruipt. De schoenproductie wordt ook niet gesubsidieerd.

Het tekent de blik van de outsider, van iemand die niet vergroeid was met de sector en er eigenlijk toevallig in terechtkwam. De voormalig minister van Financiën had weinig ervaring met de sector toen hij eind 1984 werd verkozen tot Eurocommissaris voor landbouw. Sinds 1981 was hij commissaris van mededinging. Landbouw was een veel gewichtiger portefeuille. Een landelijke krant kopte dat Nederland de hoofdprijs had gewonnen.

Na al die jaren van strikte marktordening was het duidelijk dat het een andere kant op moest

Toch begreep hij al vrij snel dat het beleid op de schop moest, want het door Mansholt ontworpen systeem had geleid tot enorme overschotten en drukte daarmee op de Europese begroting. In juli 1985 presenteerde Andriessen zijn befaamde Groenboek, waarin hij flinke prijsdalingen voorstelde en tegelijkertijd het idee van productonafhankelijke subsidies introduceerde. De weerstand tegen deze zeer ingrijpende hervorming was groot, maar de kersverse commissaris hield voet bij stuk.

Omslag in denken vanwege enorme overproductie in Europa

Andriessen dacht 5 jaar eerder nog helemaal niet na over een zware Europese post. Hij had als minister net zijn ontslag ingediend, omdat de coalitie zijn ombuigingsoperatie voor de bestrijding van de economische crisis niet wilde slikken. Hoge posten in Nederland waren net vergeven en de Europese Commissie was gereserveerd voor de VVD. Andriessen kreeg nog wel een burgemeesterschap aangeboden, maar daar bedankte hij voor. Uiteindelijk werd het toch Brussel, omdat de liberalen het niet voor minder dan het voorzitterschap deden, en dat ging naar Luxemburg.

Boerderij vroeg hem toen waarom bij hem het besef ontstond dat het anders moest met het GLB. ”Dat was al heel snel. Na al die jaren van strikte marktordening was het duidelijk dat het een andere kant op moest. Het systeem dat door Mansholt was ingevoerd, had geleid tot gigantische overschotten: melkzeeën, boterbergen en ga zo maar door. Wij dumpten die producten op de wereldmarkt, waardoor derde landen in de verdrukking kwamen. Een vrij fundamentele misstand!

Het leek soms wel vechten tegen de bierkaai

Kijk, uiteindelijk komt het natuurlijk allemaal van graan, dat is het belangrijkste veevoer. Een van de kardinale fouten die in de begintijd zijn gemaakt, is dat Europa het graanbeleid van Duitsland uit de vorige eeuw heeft overgenomen. Kortom, wij moesten af van de enorme overproductie, die het gevolg was van de collectieve marktordeningen die onder Mansholt goed pasten, maar niet langer houdbaar waren in mijn tijd.”

Zijn plannen botsten met de gevestigde belangen en riepen daarom veel weerstand op.

”Eigenlijk was er niemand die het wilde slikken. Wel in het buitenland natuurlijk, omdat het leidde tot een verbetering van de internationale marktsituatie. Maar binnen Europa waren veel sterke tegenkrachten: Frankrijk en Duitsland waren tegen, in Spanje bestond veel weerstand, Portugal deed moeilijk. Dat werkte ook door in de Commissie, veel collega’s lagen dwars. Het leek dan ook soms wel vechten tegen de bierkaai, maar wat mij enorm hielp waren de budgettaire implicaties van de overschotten en de internationale kritiek die wij kregen.”

Het overeind houden van subsidies kan nog wel eens negatiever zijn dan wij wenselijk achten

Hij zag het als zijn grootste verdienste als commissaris van landbouw, dat beleid dat ooit uit schaarste was ontstaan, was omgebouwd tot een systeem van normale marktomstandigheden.

Blair House-akkoord met VS over handel in landbouwproducten

In zijn derde periode als eurocommissaris (van handel, 1989-1992) bereikte hij een doorbraak op het gebied van de wereldhandel: het zogenoemde Blair House-akkoord. Met de VS kwam hij tot een compromis over de handel in landbouwproducten. Voor Europa betekende dat een forse beperking van de productie van oliehoudende zaden. De eerder door Andriessen ingezette GLB-hervormingen, doorgevoerd door zijn Ierse opvolger Ray MacSharry, bleken daarbij cruciaal. In Europa werd het akkoord met de Amerikanen hem niet in dank afgenomen. Bij een boerenprotest in Straatsburg werden portretten van hem in brand gestoken.

Landbouwsubsidies moeten verdwijnen

Andriessen bleef ook later in principe geen voorstander van een gesubsidieerde landbouw. In het interview in 2012 zei hij: ”We mogen niet vergeten dat we onderdeel uitmaken van de wereldeconomie en daar dus in alle opzichten afhankelijk van zijn. Daarom is het van belang niet alleen te kijken naar de gevolgen in bijvoorbeeld Frankrijk en Duitsland, maar ook in Latijns-Amerika en Azië. En dan kan het resultaat van het overeind houden van die subsidies nog wel eens negatiever zijn dan wij wenselijk achten.

Wij hebben sterk de neiging de economie door een Europese bril te bekijken: als we elkaar in Europa het leven niet zuur maken, is er niets aan de hand. Maar ik bekijk het groter. We zullen op den duur met ons systeem dusdanig moeten functioneren, dat we geen oneerlijke concurrentie aangaan met anderen. Dat is nu eenmaal de wet van de economie. De schoenproductie wordt ook niet gesubsidieerd; althans dat hoop ik.”

Medeauteur: Johan Oppewal

Of registreer je om te kunnen reageren.