Home

Achtergrond

Het ministerie moet weer leren hoe de klei ruikt

Goede ambtenaren, met veel kennis over de agrarische sector, zijn weggegaan bij het voormalige landbouwministerie. Het ministerie is teruggekomen, maar de geur van klei nog niet. Hoog tijd dat daar verandering in komt.

Meer dan 4 jaar geleden sprak ik in Zwolle de toenmalige voorzitter van LTO Nederland, Albert Jan Maat. De LTO-voorzitter wilde 2 jaar na aanvang van het VVD-PvdA-kabinet de balans op maken. Hij zag de aandacht van het ministerie van Economische Zaken voor de agrarische sector afnemen. De kennis vloeide er weg, zei hij. Hij verwoorde het mooi: “Ik wil het groene besef merken op het departement, ik wil er de klei ruiken.”

Lees verder onder de foto.

Albert Jan Maat: "Ik wil op het departement de klei ruiken." - Foto: Koos Groenewold
Albert Jan Maat: "Ik wil op het departement de klei ruiken." - Foto: Koos Groenewold

2 jaar later maakte ik een interview met Jozias van Aartsen. Hij was toen plaatsvervangend commissaris van de koning in Drenthe, maar hij maakte ruim de tijd om terug te blikken op zijn tijd bij het ondertussen opgeheven ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij.

Van Aartsen sprak er met enige weemoed over. Hij herinnerde een ‘prachtig departement met ontzettend goede mensen’. En wat zag hij nu – we hebben het over 2017 – gebeuren? Er was leegloop. Goede ambtenaren liepen weg, kennis over de landbouw verwaterde. Hij noemde Renée Bergkamp en Annemie Burger als 2 krachtige ambtenaren van het voormalige landbouwministerie, die ondertussen elders een topfunctie hadden aanvaard. Als goede mensen met veel kennis en ervaring weglopen, krijg je daar niet zomaar goede vervangers voor. Zeker niet als het op het ministerie niet meer naar klei ruikt.

Lees verder onder de foto.

Annemie Burger werd in 2007 directeur-generaal van het ministerie van LNV. In 2011 stapte ze over naar EZ. Tegenwoordig is ze zelfstandig adviseur. - Foto: jan willem schouten
Annemie Burger werd in 2007 directeur-generaal van het ministerie van LNV. In 2011 stapte ze over naar EZ. Tegenwoordig is ze zelfstandig adviseur. - Foto: jan willem schouten

Met de komst van een minister en de heroprichting van het landbouwministerie is de geur van de klei nog niet terug. Dat boerenvertegenwoordigers dat constateren, is nog tot daar aan toe. Agrarisch ondernemers en hun vertegenwoordigers kijken nu eenmaal met een boerenbril naar het departement, en die bril kleurt anders dan de ambtenarenbril.

Kennis en begrip noodzakelijk op departementen

Afgelopen week wees CDA-politicus Jaco Geurts me op het rapport Samen in de Keten, 2 weken geleden als bijlage van een Kamerbrief aan de Kamer verstuurd. Het rapport was aan mijn aandacht ontsnapt. Het rapport is geschreven door topambtenaar Hans van der Vlist van ABDTopconsult, een organisatie van topambtenaren, dat inzetbaar is voor interim-klussen.

Het rapport gaat over de vraag hoe het zit met de verschillende rollen van de ministeries van Volksgezondheid en Landbouw als het gaat om de voedselveiligheid. Maar in de zijlijn schrijft Van der Vlist dat ‘meerdere gesprekspartners hebben gewezen op het gebrek aan praktijkkennis op de departementen’. Dat komt terug in de aanbevelingen die Van der Vlist doet: “Het is van belang dat praktijkkennis bij de departementen op peil is (...) Dit zorgt ook voor voldoende begrip voor de sector vanuit het Rijk. Zorg daarom voor voldoende kennis en betrokkenheid bij VWS en LNV.”

Als een topambtenaar die aanbeveling doet, wordt het inderdaad hoog tijd wat te doen. Het hoeft op het ministerie niet naar klei te ruiken, zoals Maat tegen me zei, maar ze moeten op het ministerie wel weten hoe klei ruikt. Dus een paar laarzen komt altijd van pas.

Of registreer je om te kunnen reageren.