Home

Achtergrond

Praktijkonderzoek in beweging

Het praktijkonderzoek is aan het veranderen. Komend jaar komt er een eind aan ‘Sterksel’ en komt proefbedrijf De Marke in boerenhanden. Op zoek naar nieuwe banden tussen praktijk en onderzoek.

Het komende jaar stoot Wageningen University & Research (WUR) 2 proefbedrijven af: De Marke (melkvee) en Sterksel (varkens). Dan zijn er nog 10 over: akkerbouw (6), melkvee (1), kassen (1), fruitteelt (1) en visserij (1).

In 2010 waren er nog 16 proefbedrijven in de regio en ook dat was al flink wat minder dan nog eerder.

Geen verkopen meer sinds 2014

2000-2010: sterke afname praktijkbedrijven
2010-2019: geen verkoop meer van akkerbouwlocaties
2011: verkoop varkensproefbedrijf Raalte (Ov.)
2011: verplaatsing melkvee-proefbedrijf Lelystad (Fl.) naar Leeuwarden
2012: verkoop melkveelocatie Aver Heino (Ov.)
2014: verkoop melkvee-proefbedrijf Zegveld (U.)
2020: aanstaande verkoop melkveeproefbedrijf De Marke Hengelo (Gld.)
2020: sluiting varkensproefbedrijf VIC Sterksel (N.-Br.)

Praktijkonderzoek dunt uit. Vooral tot 2010 ging het hard met de vooruitgeschoven posten in de regio. Tussen 2011 en 2014 verkocht – en in één geval verplaatste – WUR de proefbedrijven Raalte (varkens), Lelystad (melkvee), Aver Heino (melkvee) en Zegveld (melkvee). Daarmee verdwenen ook de laatste buitenposten van Wageningen in Overijssel en Utrecht.

Lees verder onder foto

Wageningen concentreert het melkveehouderij-onderzoek nu grotendeels op de Dairy Campus in Leeuwarden. Hier wordt een Greenfeed-krachtvoerbox geïnstalleerd die methaanmetingen mogelijk maakt. - Foto; Anne van der Woude
Wageningen concentreert het melkveehouderij-onderzoek nu grotendeels op de Dairy Campus in Leeuwarden. Hier wordt een Greenfeed-krachtvoerbox geïnstalleerd die methaanmetingen mogelijk maakt. - Foto; Anne van der Woude

Innovatiecentra

De overgebleven proeftuinen en -boerderijen kregen in 2014 wel een nieuwe, ‘hogere’ status, het werden innovatiecentra. De focus kwam te liggen op innovatie en inspiratie. “Vroeger was het puur praktijkonderzoek; hoe moest je boeren”, vertelt Martin Scholten, algemeen directeur Dierwetenschappen van WUR. “Op de innovatiecentra ging het juist over zaken die nog niet praktijkrijp waren, over robotica bijvoorbeeld.”

Aan de nieuwe status van de proefbedrijven werd niet gemorreld toen ook Wageningen in 2015 in zwaar weer kwam door de opheffing van de agrarische productschappen. Waar WUR rond 2010 jaarlijks nog € 20 miljoen van de overheid kreeg voor praktijkonderzoek, werd dit bedrag in 2015 plots gehalveerd. Sindsdien steeg de jaarlijkse bijdrage weer tot de € 15 à € 20 miljoen van nu.

Lees verder onder foto

Een overzicht van proefbedrijf De Marke waar boeren straks de agenda bepalen. - Foto: Stadje media
Een overzicht van proefbedrijf De Marke waar boeren straks de agenda bepalen. - Foto: Stadje media

Praktijkonderzoek nieuwe stijl

Puur cijfermatig staat het Wageningse praktijkonderzoek dus stevig onder druk. Als De Marke en VIC Sterksel straks verkocht zijn, is Wageningen nog in zeven provincies actief, is er geen eigen varkenshouderij-innovatiecentrum meer en is melkveehouderij-onderzoek op één plek geconcentreerd: de Dairy Campus in Leeuwarden. De vraag is: hoe erg is dat?

Boeren gingen vroeger naar proefbedrijven, nu zíjn zij zelf die proefbedrijven

Hendrik Hoeksema van ZLTO denkt dat dit twee kanten heeft. “Klassieke proefbedrijven zitten in een neerwaartse lijn, maar daartegenover staat een groeiende behoefte aan professionele demonstraties op individuele boerenbedrijven. Die bedrijven worden gemonitord door WUR-onderzoekers, bijvoorbeeld op klimaatadaptatie, CO2-uitstoot, slim watergebruik, hittestress of precisielandbouw. Boeren gingen vroeger naar proefbedrijven, nu zíjn zij zelf die proefbedrijven.”

Akkerbouwproeftuinen en innovatiecentra

Wageningen heeft 5 akkerbouwproeftuinen (rood): Rolde en Valthermond (Dr.), Nagele (Fl.), Westmaas (Z.-H.), Vredepeel (L.) en de eigen Proeftuin voor Agroecologie en Technologie (blauw) in Lelystad (Fl.)
Er zijn nog 6 innovatiecentra (groen). Voor melkvee: Leeuwarden (Fr.) en Hengelo (Gld.), voor varkens: Sterksel (N.-Br.).
Andere sectoren zitten in Bleiswijk (Z.-H.), Randwijk (Gld.) en Yerseke (Zld.).

Goede alternatieven

Als voorbeelden noemt Hoeksema De Hoeve in Valkenswaard (varkens, boereninitiatief), maar ook de breed opgezette AgroProeftuin de Peel (agrifood, overheidsinitiatief). Dit soort kleine en grotere initiatieven ziet Hoeksema als goede alternatieven voor klassieke proefbedrijven. “Het is wel van belang dat deze ‘eilandjes’ goed en slim met elkaar verbonden worden. Dat is de verantwoordelijkheid van overheden en de sector, maar ook van Wageningen. Wij willen de WUR prikkelen om onderzoek op individuele bedrijven verder te professionaliseren en voor een betere vertaling naar de praktijk te zorgen. Daarbij staat onafhankelijkheid buiten kijf.”

Lees verder onder foto

Varkensinnovatiecentrum Sterksel wordt eind volgend jaar door Wageningen van de hand gedaan. Dat betekent dat de universiteit vanaf dan geen klassiek varkensproefbedrijf meer heeft. Niet iedereen denkt dat dit erg hoeft te zijn. - Foto: Bert Jansen
Varkensinnovatiecentrum Sterksel wordt eind volgend jaar door Wageningen van de hand gedaan. Dat betekent dat de universiteit vanaf dan geen klassiek varkensproefbedrijf meer heeft. Niet iedereen denkt dat dit erg hoeft te zijn. - Foto: Bert Jansen

Boerenovername

Carel de Vries van coöperatie De Marke die het gelijknamige proefbedrijf op korte termijn van Wageningen zal overnemen, is het daarmee eens. “Wij bepalen de agenda, niet de interpretatie van onderzoeksresultaten. Met een andere invulling – een boerenovername – is niets mis. Als Wageningen maar stevig betrokken blijft.” De Marke 2.0 moet wel méér worden dan een klassieke proefboerderij. De Vries: “We willen ook samenwerken met onderwijsinstellingen, gemeenten en bedrijfsleven, zoals de hightech maakindustrie. Samen moeten we innovatief zijn en elkaar versterken.”

Deze vormen van transitie van praktijkonderzoek zijn geen Wagenings beleid. Ze geven wel aan dat de klassieke variant er vaker anders uit gaat zien. Zoals bijvoorbeeld NPPL, de Nationale Proeftuin Precisielandbouw. Zonder de eigen positie in de regio te verzwakken, blijven WUR-onderzoekers met de voeten in de klei staan. De invulling wordt alleen anders.

Enige op zand en focus op kringloop

De overname van proefbedrijf De Marke in Hengelo (Gld.) zal binnen een paar weken zijn beslag krijgen. Dan verkoopt Wageningen University & Research de locatie aan de nieuwe boerencoöperatie De Marke. Het is alleen nog wachten op een principebesluit van Wageningen. De overname kost ruim € 1 miljoen en wordt ongeveer voor 50% betaald door leden, de rest komt uit leningen en fondsen.
Officiële leden zijn er nog niet, er zijn wel tientallen intentieverklaringen. Leden zullen – zoals Boerderij eerder schreef – straks elk eenmalig € 5.000 inleggen om in De Marke te participeren. Initiatiefnemers Carel de Vries en Jan Eggink hopen op een totaal van honderd leden. Daarvan zal de helft uit melkveehouders bestaan, de rest komt uit de periferie; het bedrijfsleven, adviseurs, maar ook gemeenten, zelfstandigen en particulieren.
Voor hun participatie in De Marke krijgen leden invloed op het onderzoeksprogramma terug. De agenda en de exploitatie – gebouwen en detachering van Wageningen-onderzoekers – komen in boerenhanden. Wageningen en andere stakeholders worden wel in de agendering betrokken, maar de boerencoöperatie beslist.
De initiatiefnemers noemen De Marke van groot belang. Ten eerste ligt het als enige melkveeproefbedrijf op zandgrond en ten tweede is er al 30 jaar ervaring met kringlooplandbouw. Dat mag volgens De Vries en Eggink niet verloren gaan. De boerencoöperatie zal naast kringlooplandbouw het vizier richten op klimaat, natuurinclusiviteit en precisielandbouw. Daarbij blijft de samenwerking met Wageningen van groot belang.

Niet minder geld beschikbaar

Voor boeren hoeft die ontwikkeling niet per se slecht te zijn. Ook voor VIC Sterksel is Wageningen op zoek naar een ander model, naar voorbeeld van de Dairy Campus. Al is het nog niet zover. Feit is dat zeker niet minder overheidsgeld beschikbaar komt voor praktijkonderzoek. De bijdrage voor Wageningen neemt weer toe waardoor (alternatieve) buitenposten versterkt kunnen worden. Groene hbo-scholen ontvingen daarnaast ook meer subsidie. Tussen 2014 en 2018 keerde Regieorgaan SIA jaarlijks gemiddeld € 1,3 miljoen uit, maar in 2019 steeg dat tot € 4,6 miljoen.

Lees verder onder foto

Martin Scholten (60) is algemeen directeur Dierwetenschappen (daaronder valt onder meer Wageningen Livestock Research) bij Wageningen University & Research. - Foto: Koos Groenewold
Martin Scholten (60) is algemeen directeur Dierwetenschappen (daaronder valt onder meer Wageningen Livestock Research) bij Wageningen University & Research. - Foto: Koos Groenewold

‘Elke regio vraagt om een eigen transitie, er is geen blauwdruk’

De overdracht van proefbedrijf De Marke van Wageningen aan een boerencollectief is een kwestie van tijd. Martin Scholten vindt het geen slechte ontwikkeling. “Wageningen hoeft niet te verkopen, maar luistert wel naar de boerenbehoefte en die is er bij De Marke. Het gaat om goede samenwerking. Als wij maar betrokken blijven en onafhankelijk ons werk kunnen doen. We trekken ons zeker niet terug uit de Achterhoek.”

Is dit de nieuwe koers van Wageningen?
“Tot begin 2014 zijn veel praktijklocaties verdwenen. De overgebleven proeftuinen en -boerderijen zijn geconcentreerd en opgewaardeerd tot innovatiecentra. Door innovatie bleven we voor de muziek uitlopen. Nu is een nieuwe behoefte aan praktijkonderzoek ontstaan: transitie naar kringlooplandbouw. Dat vraagt om een brede, integrale en regionale aanpak. Meer dan het boerenerf alleen. Landbouw moet beter aansluiten bij de omgeving.”

Wat betekent dat voor Wageningen en de boer?
“Elke regio vraagt om een eigen transitie, er is geen blauwdruk. Die les hebben we geleerd. Het gaat om maatwerk. Als Wageningen willen we middenin die transitie staan. Niet onderzoeken en zeggen hoe het moet, maar mét de boer leren. Samen zoeken we die experimenteerruimte met kringlooplandbouw in de regio.”

Is de afstand tot de boer niet te groot geworden?
“Dat leek wel zo, Wageningen had niet meer de meest moderne proefboerderijen. De vraag naar praktijkonderzoek raakte via oude productschappen versnipperd over vele projecten. Wij willen de afstand tot de boer verkleinen door in regioverbanden meer direct samen te werken aan transities. Vooral vanuit de veehouderij krijgen we veel kringloopvraagstukken binnen. Al is er ook aarzeling, omdat men bang is voor het perspectief van de sector.”

Verwacht u meer boerenovernames?
“Ik zie het niet als overnames, maar we staan er zeker voor open om boeren leidend te laten zijn in praktijkonderzoek. De essentie is dat we in regio’s krachten bundelen en projecten aan elkaar knopen. De Achterhoek is meer dan De Marke en project Koeien & Kansen alleen. Hopelijk komen veel meer Achterhoekse initiatieven slim samen en daar werken dan nog meer Wageningse onderzoekers graag aan mee.”

Blijft Wageningen onafhankelijk?
“Zeker. Wij staan voor onafhankelijkheid, onderzoeksresultaten zijn leidend voor inzichten. Ook als boeren de agenda bepalen en de proeftuin in ‘eigendom’ hebben. Onderzoek naar de beste oplossingen doe je samen.”

Of registreer je om te kunnen reageren.