Home

Achtergrond 3 reacties

Naar werkbaar instrument bodemkwaliteit

Hoe meet je de bodemkwaliteit en wat is nu eigenlijk duurzaam bodembeheer? Een nieuwe lijst van bodemindicatoren met bijbehorende streefwaarden moet hiervoor richting bieden.

Elke boer kent het belang van goede grond. Goede grond geeft meer opbrengst, verdroogt minder snel en behoudt waarde. Deels is bodemkennis gebaseerd op boerenverstand, deels op metingen. Analyses op basis van grondmonsters vormen een belangrijke basis voor bijvoorbeeld de hoeveelheid bemesting.

Als het aan het ministerie van LNV ligt, moeten alle landbouwbodems in Nederland in 2030 duurzaam beheerd worden. Maar hoe meet je duurzaam beheer? Een nieuw en eenduidig meetinstrument voor bodemkwaliteit moet hiervoor richting geven.

Meten bodemkwaliteit

De aandacht voor de bodem en pogingen bodemkwaliteit vast te leggen in een meetinstrument zijn niet nieuw. Uit een studie van Wageningen UR (WUR) blijkt dat er meer dan 30 instrumenten zijn die de bodemkwaliteit, deels of zo volledig mogelijk, proberen te meten. Door al deze verschillende instrumenten, ontwikkeld door verschillende organisaties, is een wirwar ontstaan en ontbreekt regie en eenheid. Dat laatste is echter nodig om bodemkwaliteit concreet te maken en te kunnen gebruiken als maatstaf voor bijvoorbeeld pachtprijzen, landbouwsubsidies en uiteindelijk ook klimaatdoelen.

Regie genomen

De regie voor de ontwikkeling van een eenduidige basis voor bodeminstrumenten lijkt nu genomen door het ministerie van LNV. In het kader van het Nationaal Programma Landbouwbodems stelde WUR in opdracht van het ministerie een lijst van relevante bodemindicatoren op die een eerste stap is naar een eenduidige beoordeling van bodemkwaliteit.

De Bodemindicatoren voor Landbouwgronden in Nederland (BLN) bestaan uit 17 parameters die ingedeeld zijn in de categorieën organische stof, fysisch, chemisch en algemeen (zie afbeelding hieronder). De afgelopen zomer gepresenteerde BLN-versie een samengestelde lijst van de meest relevante indicatoren waarmee de bodemkwaliteit van landbouwbodems breed vastgesteld kan worden. Volgens Saskia Visser van WUR was het samenstellen een flinke klus: “Bodems zijn heel divers, de ene bodem is de andere niet. Een universele set indicatoren bepalen is al lastig, nog lastiger is het bepalen van streefwaarden. Dat moet dan ook nog verder ontwikkeld worden.”

De vraag is ook welke meetmethoden het beste bij de indicatoren passen: “Meten is duur, zeker als je alle 17 indicatoren wilt meten. Daarom hebben we gekeken voor welke indicatoren er goedkopere alternatieven zijn voor de klassieke en vaak dure methoden. Zo kan NIRS (nabij-infrarood spectroscopie) uitkomst bieden.”

Lees verder onder de afbeelding.

Naar werkbaar instrument bodemkwaliteit

WUR heeft in opdracht van het ministerie van LNV een lijst van indicatoren vastgesteld die een basis moeten bieden voor een eenduidig meetinstrument voor bodemkwaliteit. De indicatoren en bijbehorende streefwaarden worden komende tijd verder doorontwikkeld.

Lange termijn

Volgens Janjo de Haan van WUR is NIRS een snelle en goedkope meetmethode, maar zijn de meetresultaten van mindere kwaliteit. “Dat kan een uitkomst zijn voor indicatoren waarbij een indicatie voldoende is, afhankelijk van het doel. Hij noemt organische stof als voorbeeld: “Als die gemeten wordt in het kader van landbouwproductie, hoeft dat niet zo precies. Maar als het gaat om het bepalen van de opslag van koolstof in de bodem, moet dat wel heel exact.” De bodemindicatoren zijn een begin, een wetenschappelijke basis, en moeten nog verder ontwikkeld worden, aldus De Haan. De indicatoren worden verder ontwikkeld in de PPS Beter Bodembeheer. Volgens de onderzoekers van WUR duurt het nog zeker enkele jaren totdat er voldoende bekend is om alle indicatoren betaalbaar in te zetten.

Nu beginnen

Een initiatief dat op korte termijn al start is de Open Bodemindex (OBI), een initiatief van Rabobank, Vitens en verzekeraar en grootgrondbezitter a.s.r., verenigd in de Bodemcoalitie. Dit instrument geeft een cijfer aan de bodemgesteldheid aan de hand van verschillende parameters, deels dezelfde als de bodemindicatoren. Met de Bodemindex wordt inzichtelijk welke verbeteringen mogelijk zijn. De bedoeling is dat boeren en adviseurs er vanaf februari 2020 mee aan de slag kunnen. Volgens projectleider Gerard Ros maakt de OBI zoveel mogelijk gebruik van gegevens uit bestaande grondanalyses. Daarnaast kan het gaan om openbare gegevens over in het verleden geteelde gewassen, maar ook om gegevens gebaseerd op satellietbeelden. Privégegevens van de boer blijven beschermd en worden niet openbaar gedeeld.

Voordeel komt op de korte termijn uit meer kennis over eigen grond, gerichte verbetering en vervolgens betere opbrengsten. Op de langere termijn kan de OBI de basis vormen om duurzaam bodembeheer aan te tonen. Bijvoorbeeld om CO2 vastlegging aan te tonen of om te laten zien dat wordt voldaan aan voorwaarden voor GLB-subsidies.

Lees verder onder de foto.

Bemonstering van grond op aanwezigheid van chitwoodi-aaltjes. Aanwezigheid van aaltjes is 1 van de 17 bodemindicatoren. - Foto: Diederik van der Laan
Bemonstering van grond op aanwezigheid van chitwoodi-aaltjes. Aanwezigheid van aaltjes is 1 van de 17 bodemindicatoren. - Foto: Diederik van der Laan

Voordeel boer

De voordelen voor de boer zijn een belangrijke factor volgens LTO Nederland. Michael van der Schoot, themaspecialist Bodem- en Waterkwaliteit bij LTO wijst op het grote aantal indicatoren dat er al is. “Bij het Bodempaspoort, een voormalig initiatief van ZLTO, lag de nadruk op kortlopende pachtgrond. Langer pachten en zorgvuldig omgaan met grond zou moeten leiden tot een lagere pachtprijs voor grond van de provincie Noord-Brabant. Maar dat voordeel voor de boer bleef uit en daarom is ZLTO met dat initiatief gestopt.” Wat LTO betreft moet er eerst een duidelijke definitie komen van duurzaam bodembeheer. “Deze definitie moet vertaald worden naar een volhoudbaar beheer op perceelniveau, waar de ondernemer voordeel uit haalt. Erfbetreders en belanghebbenden moeten hierbij een faciliterende rol aannemen.” Een ander aspect waar duidelijkheid over moet komen voor LTO is hoe het zit met het eigendom van alle data over grond als er een soort databank komt.

Bodemkwaliteit in volle aandacht

In 2030 moet alle landbouwgrond in Nederland duurzaam beheerd worden.
Dat doel heeft het ministerie van LNV in 2018 al geformuleerd. Om dat doel samen met boeren, bedrijfsleven en overheden te realiseren, heeft het ministerie het Nationaal Programma Landbouwbodems ingesteld. De aftrap was dit jaar in september op de Nationale Bodemtop.
Kringlooplandbouw
Duurzaam gebruik van landbouwgrond speelt een hoofdrol in de kringloopgedachte van minister Schouten. De minister noemde het bodemprogramma een ‘voorwaarde voor de overgang naar kringlooplandbouw’. Het bodemprogramma moet bovendien samenhang brengen in allerlei projecten zoals het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer, Deltaplan Biodiversiteit en de Actieagenda Duurzaam Agrarisch Bodembeheer. Schouten haalde het verdienmodel van boeren aan als onderdeel van haar kringloopvisie. “Als we met zijn allen willen dat er andere keuzes worden gemaakt, dan moeten we ervoor zorgen dat boeren dat ook kunnen.” Dat is ook nodig voor meer bodemvriendelijke werkwijzen. “Verbeteringen kunnen niet zonder langetermijninvesteringen”, aldus de minister. Ook moeten de inspanningen voor duurzaam bodembeheer door de samenleving worden gewaardeerd.
Definitie duurzaamheid
Voor het belonen en waarderen van duurzaam beheer is een eenduidige meting van de bodemkwaliteit hard nodig. In de eerste plaats moet nog duidelijk worden wat de definitie van duurzaam is. Een mogelijke beloning kan komen uit het nieuwe gemeenschappelijk landbouwbeleid. Minister Schouten heeft aangekondigd dat duurzaam beheer een belangrijke rol moet spelen in het GLB dat in het komende jaar in de steigers wordt gezet.

Instrument voor bodemkwaliteit pacht

In het nieuwe pachtbeleid dat minister Schouten in maart 2019 aankondigde, komt meer aandacht voor bodemkwaliteit en langdurige pacht. In het huidige pachtbeleid wordt het toenemende areaal kortdurende pacht, vooral door de pachters, gezien als boosdoener voor bodemkwaliteit. Volgens de verpachters stelt kortdurende pacht de verpachters juist in staat eisen te stellen aan het beheer van de bodem door de pachter.
Einde pachtcontract
Het areaal reguliere pacht neemt al jaren af, het areaal geliberaliseerde pacht met een termijn van 6 jaar of korter neemt juist toe. Verpachters van reguliere pachtgrond hebben op dit moment te weinig mogelijkheden eisen te stellen aan goed bodembeleid, zo stelt de minister. Het is wettelijk geregeld dat de bodem na aflopen van het pachtcontract in dezelfde staat moet worden opgeleverd, maar dat is nu in de praktijk moeilijk te handhaven.
Eisen bodemtoestand
Schouten wil kortdurende pacht in het nieuwe pachtbeleid ontmoedigen en de mogelijkheden om zicht te hebben op de bodemkwaliteit in pacht vergroten. Daarbij kan gedacht worden aan het stellen van eisen aan de bodemtoestand. ‘Wenselijk zou zijn om precies vast te stellen wat de kwaliteit van de bodem is en hoe die zich heeft ontwikkeld’, zo schrijft de minister in haar Kamerbrief. Ook daarvoor is een meetinstrumentarium dat objectief de bodemtoestand kan vaststellen nodig. ‘Een dergelijk meetinstrumentarium zou in de toekomst de mogelijkheden kunnen vergroten voor verpachters om eisen te stellen aan bodembeleid’, aldus de minister.

Lees verder onder de foto.

Gerard Ros is projectleider voor de uitwerking van de Open Bodemindex en is werkzaam bij het Nutriënten Management Instituut NMI. - Foto: NMI
Gerard Ros is projectleider voor de uitwerking van de Open Bodemindex en is werkzaam bij het Nutriënten Management Instituut NMI. - Foto: NMI

‘Zoveel mogelijk gebruik maken van kennis en gegevens die er al zijn’

Zoveel mogelijk bestaande gegevens over percelen gebruiken om inzicht te geven in de functies die de bodem levert. Dat is een belangrijk onderdeel in de opzet van de Open Bodemindex (OBI), volgens Gerard Ros. Hij is projectleider voor de uitwerking van de OBI die is opgezet door de Bodemcoalitie gevormd door verzekeraar a.s.r., Rabobank en waterbedrijf Vitens.
Waarom nog een nieuw bodemcijfer?
“Er wordt heel veel gemeten, maar meten is alleen zinvol als je deze metingen ook goed kunt interpreteren. Dit is cruciaal voor inzicht als ook het belonen van goed bodembeheer. De OBI maakt gebruik van opgedane inzichten vanuit het onderzoek zoals PPS Duurzaam Bodembeheer. De 17 ontwikkelde bodemindicatoren vanuit deze PPS worden – voor zover beschikbaar – gebruikt. De OBI is een eenvoudig label dat voor elk perceel laat zien hoever je afzit van de ideale en haalbare situatie. En er is al zoveel bekend, daar kan de boer nu al veel mee doen.”
Zoals?
“Stikstoflevering hangt af van onder meer de grondsoort, het organische stofgehalte, de hoeveelheid stikstof in de bodem en de zuurgraad. De OBI hangt daar een cijfer aan op een schaal van 1 tot 10. Zo kun je met één cijfer iets zeggen over de functie stikstoflevering waar drie meetgegevens achter zitten. Op die wijze zijn er meer dan twintig functies in de OBI die uiteindelijk de index vormen.”
Wanneer kunnen boeren aan de slag met de OBI?
“Vanaf 1 februari 2020 komt de eerste versie beschikbaar en die is vrij te gebruiken. En ja, er is nog meer kennis nodig en er zullen verbeteringen komen. Daarom is het ook een open platform. Alles wat nu routinematig gemeten wordt, nemen we mee, zoals metingen van Eurofins of HLB. In 2019 is de OBI bij een kleine groep boeren getoetst; de resultaten worden nu uitgewerkt. In 2020 wordt dit met een grotere groep boeren gedaan. Samen met de Bodemcoalitie gaan we actief werken aan het verdienmodel om goed bodembeheer te gaan belonen.”

Medeauteur: Wim Esselink

Laatste reacties

  • Sjefo

    Uitputting van de grond is pas actueel geworden toen de overheid zich ermee ging bemoeien, het Is zoals altijd “ambtenaren”
    De overheid heeft de nederlandsche boer verplicht roofbouw te plegen.
    Nu weer worden er allerlei instituten ingevlogen die moeten komen vertellen dat nederlandsche gronden aan uitputting onderhevig zijn met een beschuldigende vinger wijzend richting de boeren.
    Ik zou zeggen“ schoenmaker blijf bij je leest “

  • agratax(1)

    @Sjefo. Je stelling over uitputting ben ik ten dele met je eens. In de oudheid werd er niet veel langer dan 3 jaar op een en dezelfde plek geteeld en daarna kreeg de grond weer rust, in de Mid West van Amerika was dit aan de orde om weer voldoende bodemvocht vast te leggen voor de volgende oogst. Toen de grote beregeningsapparaten kwamen was dit niet meer nodig. Jammer voor onze Ecologen, maar onze stuif zanden zijn grotendeels ontstaan, omdat de boeren de grond uitgeput achter lieten en nieuwe stukken in cultuur brachten (lang geleden). Deze uitputting "door te nemen en niet te geven" wensen en kunnen de Randstedelijke politici en hun aanhang niet zien, hier komt bij dat de grote meute de landbouw geschiedenis niet of onvoldoende kent. Ik heb in de Sovjet landen gezien waar het toe leidt als je NEEMT en niet GEEFT als voedselproducent. Toen na de omwenteling de landbouw aan zijn lot werd overgelaten was na twintig jaar eens vruchtbaar akkerland omgevormd door de natuur in natuur bos. Hier was geen mensenhand aan te pas gekomen, zoals dat bij de Nederlandse Natuur wel nodig blijkt te zijn.

  • farmerbn

    Jammer dat het weer alleen over landbouwgrond gaat en niet over alle gronden. Natuurbeheerders die gronden verschraald hebben gaan nu vrijuit. Natuurgronden moeten echter ook meehelpen met de nieuwe doelstellingen zoals vastleggen koolstof. Boeren moeten alles en de natuurmaffia niks.

Of registreer je om te kunnen reageren.