Home

Achtergrond

Leendert Jan Onnes: ik wil mijn kennis graag delen

Jonge boeren betrekken bij hun coöperatie. Dat was in een notendop het doel van een workshop in Ethiopië waarvoor de Groningse jonge akkerbouwer Leendert Jan Onnes afreisde naar het Oost-Afrikaanse land. “Via de workshop stimuleren we jongeren om actief te worden in hun coöperatie.”

De agrarische workshop die Leendert Jan Onnes begeleidt, ligt op zo’n 100 kilometer buiten de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba. Vanuit de auto kijkt hij om zich heen. Hij rijdt door een graangebied; er wordt teff geteeld, een oeroud graangewas. Het gewas staat er goed bij. “Daar is weinig mis mee. Maar geen trekker te zien, het gewas wordt met een sikkel geoogst, met de hand op bundels gezet. Daar schrok ik van. Mijn overgrootvader reed al met een trekker. Afrikaanse boeren lopen qua mechanisatie meer dan vijftig jaar achter op Nederland.”

Lees verder onder foto

Leendert Jan Onnes: “Ik hoop dat het delen van mijn ervaringen ertoe leidt dat jonge boeren in Afrika stappen vooruit zetten.” - Foto: Jan Willem van Vliet
Leendert Jan Onnes: “Ik hoop dat het delen van mijn ervaringen ertoe leidt dat jonge boeren in Afrika stappen vooruit zetten.” - Foto: Jan Willem van Vliet

Agripooler voor Agriterra

Onnes is een jonge akkerbouwer in Groningen, zit in het dagelijks bestuur van het NAJK en is actief voor de ontwikkelingsorganisatie Agriterra. In juni was hij als zogeheten agripooler van Agriterra voor een korte missie in Rwanda. Deze keer begeleidde hij een workshop van een week in Ethiopië. Deelnemers waren jonge boeren die lid zijn van een coöperatie. Ook oudere bestuursleden van diezelfde coöperaties deden mee. Inmiddels is hij terug in Nederland.

De ontmoeting met jonge boeren uit landen als Rwanda en Ethiopië is voor mij heel leerzaam

“In essentie ging het erom jongeren enthousiast te maken om actief te worden in hun eigen coöperatie. In Nederland is dat allemaal goed georganiseerd. De coöperaties hebben jongerenraden, jonge boeren worden gestimuleerd hun mening te geven, er wordt naar hen geluisterd. In Ethiopië bepalen de oudere leden de gang van zaken in de coöperatie. Dat zit in hun cultuur. Via de workshop stimuleren we jongeren om mee te denken, actief te worden, toekomstplannen te maken.”

Vaak onvoldoende voer voor koeien

Een aantal jonge boeren in de workshop was lid van een coöperatie van melkveehouders. Probleem in deze sector is dat er vaak onvoldoende voer is voor de koeien. Onnes: “Deze jongeren hebben in de workshop een plan gemaakt om oogstresten uit teff-gebieden te verwerken tot koeienvoer. Dat levert niet alleen inkomsten op voor de jongeren die deze verwerking voor hun rekening nemen, maar ook tot een hogere melkproductie bij de boeren die het voer afnemen. Hun coöperatie kan de start van de uitvoering van dit plan financieren. Daarom was het ook goed dat bestuurders van deze coöperatie mee dachten.”

Ik hoop dat het delen van mijn ervaringen ertoe leidt dat jonge boeren in Afrika stappen vooruit zetten

Zijn werkzaamheden als agripooler vindt hij machtig interessant. “De ontmoeting met jonge boeren uit landen als Rwanda en Ethiopië is voor mij heel leerzaam. Belangrijker is dat ik mijn ervaringen graag wil delen. Bijvoorbeeld over hoe je als jonge boer invloed kunt uitoefenen op een coöperatie of op de overheid. Maar ook over samenwerking in de landbouwketen. Zo hebben wij hier al jarenlange ervaring met transport van mest van veehouders naar akkerbouwers en andersom van graan en stro. Ik hoop dat het delen van mijn ervaringen ertoe leidt dat jonge boeren in Afrika stappen vooruit zetten.”

Hij noemt nog een ander actieplan dat tijdens de workshop in Ethiopië is bedacht. Dit plan is erop gericht om vanuit de coöperatie jongeren te ondersteunen bij de opbouw van een pluimveetak op hun bedrijf. “Ook hier hebben oudere bestuursleden van die coöperatie meegedacht. Zo worden zij medeverantwoordelijk voor de uitvoering.”

Aanzet tot andere manier van denken

Uiteindelijk hoopt hij dat coöperaties in Ethiopië, net als in Nederland, jongeren opnemen in hun bestuur. Of een jongerenraad instellen. “De oudere garde moet zo’n beslissing zelf nemen. Het heeft weinig zin dat ik zeg dat ze dat moeten doen. De workshop kan een aanzet zijn tot een andere manier van denken onder de huidige bestuurders. Hopelijk nemen andere coöperaties dat vervolgens over. Misschien ben ik te optimistisch. In Nederland zijn daar tenslotte ook decennia overheen gegaan.”

Of registreer je om te kunnen reageren.