Home

Achtergrond 2 reactieslaatste update:16 dec 2019

Bert Jansen: volumedenken is achterhaald in landbouw

Bestuursvoorzitter Bert Jansen houdt vast aan de strategie die aardappelcoöperatie Avebe ruim tien jaar geleden opstelde. Avebe maakt producten met toegevoegde waarde voor de klant. “Dat doen we door innovatie. Dat is een verdienmodel voor de Nederlandse landbouw.”

Aardappelcoöperatie Avebe kreeg op 14 november 2019 het predicaat Koninklijk. Avebe bestond op 11 november precies honderd jaar en op zo’n leeftijd kan een bedrijf voor deze onderscheiding in aanmerking komen. Dan moet het bedrijf volgens de richtlijnen van het Koninklijk Huis “aanzien hebben en op zijn gebied een zeer vooraanstaande plaats innemen.”

Bert Jansen. - Foto: Jan Willem Schouten
Bert Jansen. - Foto: Jan Willem Schouten

Rand van de afgrond

Avebe voldoet aan de criteria van de Koning, maar het had niet veel gescheeld of Avebe had deze mijlpaal nooit bereikt. In de jaren tachtig van de vorige eeuw hield staatssteun Avebe overeind. En aan het begin van deze eeuw moesten de leden flink in de beurs tasten om hun coöperatie te behouden. Avebe had fors geïnvesteerd in de verwerking van tarwe en tapioca tot zetmeelderivaten, terwijl de inkomsten tegenvielen. In 2007 reorganiseerde interim-manager Okke Koo de coöperatie. Kort daarna, in 2008, trad Bert Jansen aan als bestuursvoorzitter. Daarna groeide de coöperatie van een bedrijf dichtbij de rand van de afgrond naar een coöperatieve onderneming waar de leden trots op kunnen zijn.

Geen gespreid bedje

Doordat Koo de coöperatie had gereorganiseerd kon Jansen met een schone lei beginnen. Maar een gespreid bedje was Avebe niet. In het eerste jaar van zijn aantreden brak de economische crisis uit. Met als gevolg dat de financiële prestaties tegenvielen.

Uitgestippelde strategie

Door vast te houden aan de uitgestippelde strategie wist Avebe onder leiding van Jansen het resultaat sindsdien voortdurend te verbeteren. In boekjaar 2008/2009 realiseerde Avebe een prestatieprijs van € 49,92 per ton zetmeelaardappelen. De prestatieprijs is het aan de leden uitbetaalde aardappelgeld vermeerderd met het nettoresultaat. Het geeft aan hoe de coöperatie financieel presteert. De laatste 8 boekjaren lag de prestatieprijs boven de € 75, een niveau dat Avebe vóór 2011 nooit heeft gehaald. Het afgelopen boekjaar steeg de prestatieprijs naar een record van € 96,63 per ton aardappelen. Een belangrijke factor was het tekort aan zetmeelaardappelen in Europa als gevolg van de droogte, waardoor de verkoopprijzen stegen.

In het Avebe Innovation Center bedenken medewerkers nieuwe toepassingen voor zetmeel, eiwit en andere stoffen uit de aardappel. - Foto: Jan Willem Schouten
In het Avebe Innovation Center bedenken medewerkers nieuwe toepassingen voor zetmeel, eiwit en andere stoffen uit de aardappel. - Foto: Jan Willem Schouten

Trots op predicaat Koninklijk

Jansen is zichtbaar trots op het predicaat Koninklijk. “Royal Avebe is een eer voor de vele mensen die de afgelopen honderd jaar hard hebben gewerkt om Avebe te brengen waar het nu staat. Avebe is een financieel gezonde coöperatie. Het is een bekroning voor honderd jaar coöperatieve samenwerking.”

Bert Jansen staat op nummer 2 in de AgriTop 50 van 2019. Bekijk de rest van de lijst.

Hoe trof u Avebe aan in 2008?

“De coöperatie was door een pijnlijk proces gegaan. Mijn voorganger Okke Koo had de bedrijfsprocessen op orde gemaakt en een strategisch plan opgesteld. Toen ik kwam, kon Avebe weer beginnen met bouwen. Onze grootste uitdaging was om het vertrouwen in Avebe te herstellen bij de medewerkers en de leden. Dat hebben we gedaan door heel transparant te zijn in onze beleidsdoelen en strategie en daar aan vast te houden. We zijn consistent.”

Het is een vereiste dat je als CEO van een coöperatie graag met de boeren praat

“Avebe wil producten maken met een hoge toegevoegde waarde voor de klant. Daarom zijn we veel actiever geworden op de voedingsmarkt. De strategie wordt periodiek geëvalueerd, maar de aanpassingen zijn vaak maar klein. De kern blijft hetzelfde. Het vertrouwen wordt ook hersteld door stabiele goede resultaten te laten zien. En we zijn sinds 2008 steeds actiever in gesprek gegaan met onze leden. Het is een vereiste dat je als CEO van een coöperatie graag met de boeren praat.”

U werkte daarvoor bij zuivelproducent Campina (nu FrieslandCampina). Wat zijn de verschillen?

“Een zuivelproducent levert veelal een eindproduct aan de retail. Avebe levert uitsluitend ingrediënten aan andere bedrijven, zoals zuivelproducenten. Dat kent een heel andere dynamiek. De dagverse zuiveltak, waarin ik indertijd werkte, had bovendien een veel regionaler karakter. Voor Avebe is dat heel anders, slechts 3% van onze producten wordt in Nederland afgezet. En de omvang van Avebe is overzichtelijker dan bij de grote zuivelbedrijven. Avebe is meer een familiebedrijf met 2.300 leden en 1.300 medewerkers. Nog een onderscheid tussen de zuivel en Avebe is dat melkveehouders niet zo maar een alternatief hebben om te produceren. Akkerbouwers hebben dat wel. Als een gewas onvoldoende saldo oplevert, kunnen ze een ander gewas opnemen in hun bouwplan. Dat speelt bij Avebe vooral sinds in 2012 de teelt van zetmeelaardappelen werd ontkoppeld van de bedrijfstoeslagen die de telers ontvangen.”

In 2012 verviel ook de vereveningspremie van jaarlijks € 14 miljoen. Welke gevolgen had het voor de coöperatie dat de koppeling met de teelt en deze premie wegvielen?

“Door de koppeling teelden de akkerbouwers maximaal zetmeelaardappelen. Daardoor produceerde Avebe ook zetmeel waar we geen winstgevende afzet voor hadden. Na de ontkoppeling hebben we een leveringssysteem ingevoerd met A-, B- en C-aardappelen. Daardoor kan Avebe de aanvoer van aardappelen beter afstemmen op de vraag uit de afzetmarkten. We zijn na 2012 weggegaan uit onrendabele afzetmarkten. Dat heeft de keten veel rendabeler gemaakt. Dat de vereveningspremie wegviel was prima. Na 2012 is het snel bergopwaarts gegaan met Avebe.”

Wat vindt u de sterke punten van de Nederlandse landbouw?

“De efficiëntie is hoog. De landbouw is een vindingrijke sector en het aanpassingsvermogen is groot. Maar bij dat laatste is het wel van groot belang dat boeren de tijd krijgen zich aan te passen. Daar gaan de boerenacties ook over. Nederland is vooral een land van dialoog en niet zo van acties. Dat de boeren toch de straat zijn opgegaan zegt veel over de klem waar ze in zitten. Ze investeren voor de lange termijn. Dan moeten ze er op kunnen vertrouwen dat de regels niet op de korte termijn veranderen. Er is een constructief gesprek nodig. Ook de landbouw heeft een verantwoordelijkheid om Nederland leefbaar te houden.”

Ik constateer op een aantal terreinen een grote kloof tussen de landbouw en de maatschappij. Hoe kan de sector die afstand kleiner maken?

“Er is inderdaad een grote afstand tussen de stedelijke gebieden en de landbouwgebieden. In de Randstad wonen veel opiniemakers. Maar ja, je kunt gemakkelijk een mening hebben over iets wat verder van je afstaat.”

Wat me opvalt is dat het imago van de Nederlandse landbouw in het buitenland veel beter is dan in Nederland zelf

“We besteden binnen Agri-Nl (een samenwerkingsverband tussen agrifoodbedrijven, Rabobank en LTO; red.) veel aandacht aan het verbeteren van het imago van de landbouw. Maar dat is niet zomaar gedaan. Wat me opvalt is dat het imago van de Nederlandse landbouw in het buitenland veel beter is dan in Nederland zelf.”

Het CDA publiceerde in november een toekomstvisie waarin wordt gesteld dat Nederland niet per se de tweede landbouwexporteur ter wereld moet zijn. Wat vindt u daarvan?

“In Nederland zou het accent niet moeten liggen op volumegroei. De landbouwproductie ligt op een heel hoog peil. Maar we moeten af van het volumedenken. Dat is achterhaald. Ik werk graag in een omgeving waar het draait om innovatie en het creëren van marktwaarde. Nederland heeft een efficiënte infrastructuur met goed onderwijs en gedegen onderzoek. Dat helpt om via innovatie meer waarde toe te voegen aan onze landbouwproducten. Daar zit de meerwaarde en niet in het volume dat we produceren.”

Landbouwminister Schouten wil toe naar een circulaire landbouw. Vindt u dat haalbaar?

“Het ligt er aan hoe je een kringloop omschrijft. Vanuit het Nederlandse perspectief moet je niet voor te kleine kringlopen kiezen. Daarnaast werkt de landbouw al voor een groot deel circulair. De landbouw verwerkt veel reststromen uit andere sectoren. Wat me wel opvalt, is dat in veel nota’s wordt gesproken over nieuwe verdienmodellen. Maar ik lees weinig over hoe dat moet; het is vaak lastig te realiseren. Ik denk niet dat groei in volume langer haalbaar is in Nederland. Maar door innovatie kunnen we wel meer toegevoegde waarde creëren. Dat vind ik een verdienmodel voor de Nederlandse landbouw.”

Laatste reacties

  • Bert Jansen is een wijze man, waren ze in Den Haag maar zo wijs.
    Mooi stukje tekst, Jansen weet wat er speelt onder de boeren en weet precies uit te leggen hoe het zit.
    Ik zou zeggen heer Jansen; neem het voortouw in Agri-nl en probeer de mallemolen in Den Haag te stoppen.

    Want ook onze "boerendochter" heeft last van waanideeën waaronder "kringloop en circulair" en wil dit per direct invoeren.

    U ziet dat de landbouw dat allang is maar helaas wil Carooltje de landbouw nog kringloop en circulair MAKEN ?!?
    Dan ben je misschien als boerendochter geboren maar ze heeft geen boerenverstand meegekregen.
    Vr Gr René de Jong

  • bartje14

    Knap staaltje werk van deze man. Laat hij RFC er maar even bij doen en ze op het juiste spoor zetten.........

Of registreer je om te kunnen reageren.