Home

Achtergrond

Overig vee richting (nog) niet bestaand plafond

Minister Schouten was afgelopen week positief over de ontwikkeling van de mestproductie. Haar Kamerbrief geeft wel een waarschuwing af over vleeskalveren en geiten.

De mestproductie van de Nederlandse veestapel zit duidelijk onder de plafonds voor stikstof en fosfaat. Dat bleek vorige week uit de kwartaalrapportage van het CBS over het derde kwartaal 2019, die minister Schouten bekendmaakte.

14 miljoen kilo onder het plafond

De fosfaatproductie zit bijna 14 miljoen kilo onder het plafond van 172,9 miljoen kilo. Stikstof zit ruim 12 miljoen kilo onder het plafond van 504,4 miljoen kilo. Het beeld is positief, schrijft Schouten aan de Tweede Kamer.

Dat gaat dan met name over melkvee, varkens en pluimvee. Dat zijn de sectoren waarvoor in 2020 een sectorplafond gaat gelden, het wetsvoorstel ligt al klaar. Dat sectorplafond is net als het plafond voor de hele veestapel gebaseerd op de mestproductie (stikstof en fosfaat) in 2002.

Overig vee richting plafond

In de volgende alinea geeft Schouten een duidelijke waarschuwing af. De excretie van de categorie overig is opnieuw gestegen. Volgens de minister vooral door grotere aantallen vleeskalveren. In deze categorie is ook het overige vleesvee opgenomen en de nog kleinere categorieën: schapen, geiten, paarden en pony’s, konijnen en pelsdieren. Ook eenden zijn in deze categorie verwerkt.

De totale fosfaatproductie in het derde kwartaal 2019 van ‘overig’ komt uit op 20,6 miljoen kilo fosfaat en 61,4 miljoen kilo stikstof. Dat is opnieuw een stijging ten opzichte van 2018, maar nog wel (net) onder de productie in 2002. Dat is voor deze categorie echter geen plafond zoals bij de 3 grote diercategorieën waarvoor fosfaatrechten, varkens- en pluimveerechten gelden. Schouten schrijft dat ze de ontwikkeling in de gaten houdt.

Fosfaatproductie vleeskalveren bijna verdubbeld

Binnen de categorie overig vallen immers een paar dingen op. De fosfaatproductie van vleeskalveren is met 8,1 miljoen kilo bijna verdubbeld. Overig vleesvee produceert nog 4,4 miljoen kilo, net iets meer dan de helft van 2002. Het totaal van alle vleesvee is met 12,5 miljoen kilo exact gelijk aan de fosfaatproductie in 2002.

De fosfaatproductie van geiten is met 2,4 miljoen kilo fosfaat bijna 2,5 keer zo groot als in 2002. De fosfaatproductie van schapen is in 2019 fors lager dan in 2002.

Schouten wijst erop dat het gaat om voorlopige cijfers en dat er nu geen overschrijding dreigt van het nationale productieplafond. Dreigt dat wel, dan wordt bekeken wat de oorzaak is en vooral welke maatregelen voor de betreffende diersoort nodig zijn. Kalverhouders en geitenhouders staan dan zeker in de belangstelling.

Eenden vallen niet meer onder pluimvee

Ook opvallend is de categorie eenden. In 2002 valt de mestproductie van deze diersoort nog onder pluimvee. Inclusief eenden komt het fosfaatplafond van pluimvee uit op 27,4 miljoen kilo. In 2018 is de mestproductie van eenden ook nog opgenomen in de categorie pluimvee, samen met de kippen en kalkoenen. In 2019 is de fosfaatproductie van eenden (0,4 miljoen kilo) verwerkt onder de categorie overig en niet meer bij pluimvee.

Het plafond van pluimvee is niet aangepast, dat blijft gehandhaafd op 27,4 miljoen kilo fosfaat. Dat komt als sectorplafond fosfaat voor pluimvee in de meststoffenwet te staan.

Of registreer je om te kunnen reageren.