Home

Achtergrond

Duitse analisten opperen zuivel- en vleesheffing

Duitse landbouweconomische analisten geven de voorkeur aan een CO2-heffing op de consumptie van rood vlees en zuivel boven andere opties. Zo’n heffing is echter niet de oplossing voor het hele emissieprobleem van de landbouw.

Dat de landbouw uitstoot van klimaatgassen met zich meebrengt, is duidelijk. De vraag is hoe de sector eraan kan bijdragen dat die uitstoot vermindert. Dat is het onderwerp van een studie van het Duitse Thünen-Institut für Marktanalyse in opdracht van de Landwirtschaftliche Rentenbank. De focus in de studie van het Thünen-Institut ligt op martkgebaseerde instrumenten ter vermindering van de ‘landbouwgerelateerde klimaatgasemissie’.

Wie betaalt de prijs?

De keuze is volgens de onderzoekers om de prijs te laten betalen door de sector zelf of door de consument. Wat levert het meest op, zo luidt de probleemstelling.

De Duitse landbouwsector is uitgaande van cijfers die gelden voor 2016 verantwoordelijk voor 137 miljoen ton CO2-equivalenten per jaar, stelt het instituut vast. De helft daarvan komt uit de primaire productie, waaronder de uitstoot van methaan uit de dierlijke productie.

Methaanemissie goed voor 33 miljoen CO2-equivalenten

De methaanemissie bedraagt 33 miljoen CO2-equivalenten per jaar en is afkomstig van het voerverteringsproces van het vee en de mest. Alleen al het vergroten van de hoeveelheid mest die wordt vergist voor bioenergiedoeleinden zou de methaanemissie fors kunnen reduceren.

Het is echter niet het Thünen-Institut dat dit zegt, maar het Haupstadtbüro Bioenergie, een nieuwe lobbyorganisatie van onder meer het Deutsche Bauernverband (DBV) en het Fachverband Bioenergie (BBE).

Lees verder onder de foto

Melkkoeien op een bedrijf in Nienborstel, Noord-Duitsland. De methaanemissie in Duitsland bedraagt 33 miljoen CO2-equivalenten per jaar en is afkomstig van het voerverteringsproces van het vee en de mest.- Foto: ANP
Melkkoeien op een bedrijf in Nienborstel, Noord-Duitsland. De methaanemissie in Duitsland bedraagt 33 miljoen CO2-equivalenten per jaar en is afkomstig van het voerverteringsproces van het vee en de mest.- Foto: ANP

3 opties voor CO2-heffingen

Daarbij hebben de analisten 3 opties voor CO2-heffingen geïdentificeerd. Géén optie is volgens hen om de hele agrarische sector mee te laten doen aan het Europese CO2-quotumhandelssysteem. Wel is het een optie om een klimaatheffing toe te passen op de productie van stikstofkunstmest. De andere optie is een heffing op de inzet van deze meststoffen en de derde optie is een heffing op de consumptie van rood vlees en zuivelproducten.

Om kort te gaan: de laatstgenoemde optie levert het meest op vanuit het perspectief van klimaatbescherming. Een heffing op de bedoelde dierlijke producten leidt in potentie tot een reductie van de klimaatgasuitstoot met 13 miljoen ton CO2-equivalenten (op een totale emissie uit deze bron van 523 miljoen ton), zo heeft het instituut berekend.

Heffing op kunstmest

Heffingen op de productie of de inzet van kunstmest leidt slechts tot een reductie van respectievelijk 3,8 miljoen ton en 7,9 miljoen ton CO2-equivalenten. De totale emissie van de stikstofmestproductie en -inzet bedraagt 92 miljoen ton. Dat verklaart ook het grotere voordeel van de CO2-heffing op de consumptie van vlees en zuivel.

Combinatie van opties nodig

Heffingen op kunstmest hebben bovendien het nadeel dat de sector daardoor sterk wordt belast en resulteert in een daling van de productie van 10% tot 13%. Tevens wordt de concurrentiepositie van de spelers in de internationale handel daardoor aangetast, aldus de analisten van het Thünen-institut.

De optie waaraan deze instelling de voorkeur geeft, kan los daarvan ook niet de enige bijdrage van de agrarische sector aan de klimaatdoelstellingen van de regering zijn. Ook bijvoorbeeld verkleining van de veestapels, behoud van permanent grasland en een grotere efficiëntie bij de stikstofbemesting zijn noodzakelijk, aldus de analyse.

Of registreer je om te kunnen reageren.