Home

Achtergrond 7 reacties

Deze voermaatregelen verlagen uitstoot ammoniak

Het kabinet en het Landbouw Collectief van Aalt Dijkhuizen, iedereen hoopt op ‘het voerspoor’, willen de ammoniakuitstoot verminderen door anders te voeren. Een inventarisatie van de mogelijkheden levert een verrassende uitkomst: herwaardering van mais.
De mogelijkheden:
➤ Meer mais, minder gras
➤ Minder eiwit per kilo krachtvoer   
➤ Enzym helpt een beetje
➤ Finetunen met varkensvoer

Hoe kan op korte termijn de uitstoot van stikstof (ammoniak) door de veehouderij omlaag? Zowel het kabinet als het Landbouw Collectief onder leiding van Aalt Dijkhuizen heeft hoge verwachtingen van het zogenoemde voerspoor: via voermaatregelen de uitstoot verminderen.

Het kabinet kondigde tegelijk met de verlaging van de maximumsnelheid al aan dat er voermaatregelen komen. In combinatie met de warme sanering van de varkenshouderij zou dat ruimte kunnen scheppen voor de bouw van 75.000 woningen en de aanleg van noodzakelijke infrastructuur in 2020. In december worden daarnaast nog andere maatregelen verwacht voor de veehouderij.

Lees verder onder de grafiek

De totale ammoniakemissie van land- en tuinbouw bedroeg 114 miljoen kilo in 2017. Daarvan kwam 57% uit de rundveehouderij (melkvee en vleesvee inclusief vleeskalveren).

Voermaatregelen op korte termijn haalbaar

Voermaatregelen zijn op de korte termijn haalbaar, vindt het kabinet. Ze kunnen de stikstofuitstoot al meteen in het eerste jaar 1 tot 1,5 kiloton verminderen, en dan niet eenmalig maar structureel. Het Landbouw Collectief is nog positiever en zegt dat 5% minder eiwit in melkveevoer mogelijk is zonder risico voor de gezondheid van het dier en de productie. Dit zou kunnen leiden tot een verlaging van de hoeveelheid stikstof in de urine van de dieren met 6 tot 8%. Sectorbreed zou dat 2,5 kiloton minder ammoniak betekenen.

Overleg met sector over invulling voerspoor

Hoe dat voerspoor er precies uit zal zien, is nog niet bekend. Het ministerie overlegt erover met de sector. Onbekend is bijvoorbeeld of er doelen komen per bedrijf, per sector of voor de totale veehouderij. Ook over eventuele financiële compensatie is nog weinig te zeggen. Wel heeft het kabinet geld gereserveerd voor de stikstof-noodmaatregelen. Het Landbouw Collectief wil in ieder geval helpen om een werkbaar systeem van monitoring en borging in te richten.

De wettelijke basis voor de voermaatregelen wordt via de Wet Dieren en de aangekondigde spoedwet met stikstofmaatregelen geregeld. Deze laatste gaat naar verwachting nog voor 1 december naar de Tweede Kamer. Doordat het om doelmaatregelen gaat, mogen veehouders zelf bepalen hoe ze de doelen willen behalen. Waar moeten we ongeveer aan denken? Onder de foto de belangrijkste mogelijke voersporen op een rij.

De verhouding gras-mais in het voer is van invloed op de ammoniakuitstoot. - Foto: Herbert Wiggerman
De verhouding gras-mais in het voer is van invloed op de ammoniakuitstoot. - Foto: Herbert Wiggerman

➤ In het kort: meer mais, minder gras

Mais zat in de verdrukking maar komt nu toch weer in beeld als hét middel om de stikstofuitstoot van koeien te verminderen. De energie uit mais helpt de eiwitten uit gras en graskuil goed te benutten. Dit is verrassend omdat mais om andere redenen juist minder gewenst is, denk aan nitraatuitspoeling, organischestofgehalte in de bodem en eigen eiwitvoorziening.

Meer mais betekent minder stikstof

Mais in het rantsoen van melkvee verbetert op veel bedrijven de stikstofbenutting. Op bedrijven met mais in het rantsoen is de stikstofuitstoot lager dan op bedrijven die vooral gras voeren. De oorzaak is een betere benutting van het eiwit, dankzij de energie die vrijkomt uit het zetmeel van de mais.

De betere efficiëntie blijkt jaar op jaar uit de cijfers van statistiekbureau CBS over de mestproductie door melkvee. Die maken onderscheid in grasrantsoen (Noordwest-Nederland) en rantsoenen met mais (Zuidoost-Nederland). De cijfers tonen flinke verschillen in stikstofproductie in het voordeel van rantsoenen met mais, ook als wordt gecorrigeerd voor verschillen in melkproductie en gehaltes.

De stikstofefficiëntie op melkveebedrijven is afgelopen jaren gedaald. Dat blijkt uit allerlei bronnen. Het is een van de oorzaken dat de stikstofproductie per melkkoe is gestegen, terwijl de hoeveelheid fosfaat afnam na een piek in 2015. De berekende stikstofexcretie per kilo melkeiwit is in de laatste jaren gestegen met 8%.

Deze voermaatregelen verlagen uitstoot ammoniak
Foto: Ruud Ploeg

Verandering voorwaarden derogatie

Een van de oorzaken is een verandering in de derogatievoorwaarden. Sinds 2014 is het minimum aandeel grasland 80% in plaats van 70%. Melkveebedrijven die meedoen aan de derogatie hebben nu meer grasland en voeren daardoor gemiddeld meer gras en minder mais. Meer mais toestaan in het bouwplan kan dus helpen tegen de stikstofuitstoot. Meer mais heeft ook een positief effect op de methaanreductie.

Voedingsdeskundigen benadrukken overigens dat veel gras in het rantsoen niet per definitie minder efficiënt is. Ook is niet op elk bedrijf met mais in het rantsoen de stikstofefficiëntie beter. Meer gras in het rantsoen is ook te compenseren met de aankoop van andere, energierijke voersoorten. Maar dat staat dan wel weer haaks op de gedachte dat er zoveel mogelijk ruwvoer van het eigen bedrijf moet komen.

Weidegang is in principe positief voor het beperken van ammoniakuitstoot. Mest en urine komen dan niet of nauwelijks samen. Maar meer weidegang betekent ook dat de koe meer vers gras op zal nemen en dat bevat relatief veel eiwit. Compenseren met mais en krachtvoer is bij weidegang lastiger dan op stal.

Weidegang beperkt de ammoniakuitstoot omdat urine en mest niet gemengd worden. Een andere factor is het suikergehalte in het gras. Dat is 's middags hoger dan 's ochtends. - Foto: Hans Prinsen
Weidegang beperkt de ammoniakuitstoot omdat urine en mest niet gemengd worden. Een andere factor is het suikergehalte in het gras. Dat is 's middags hoger dan 's ochtends. - Foto: Hans Prinsen

➤ In het kort: minder eiwit per kilo krachtvoer koeien

Met rundveekrachtvoer is ook nog heel wat mogelijk. De eiwitgehaltes kunnen omlaag, volgens wetenschappers. Dit moet wel in samenhang met het hele voermanagement op de melkveebedrijven. De combinatie van ander ruwvoer en krachtvoer zou de ammoniakuitstoot met maar liefst 15% kunnen verminderen, zeggen RIVM en Jan Dijkstra van de WUR. Met weidegang erbij zou dat naar 20% kunnen.

Verlaging ruweiwitgehalte zonder productieverlies

Verlaging van het eiwitgehalte in het krachtvoer voor melkvee is een van de genoemde maatregelen. Volgens veevoedingsdeskundige Jan Dijkstra van Wageningen UR is een reductie van 5% van het zogenoemde ruweiwitgehalte mogelijk zonder productieverlies (lees onderaan dit artikel een interview met Dijkstra). Op de wat langere termijn noemt hij zelfs 10% reductie als mogelijkheid. In combinatie met de bovengenoemde ruwvoermaatregelen zou 15% mogelijk zijn en samen met de weidegang noemt hij zelfs een mogelijke reductie van 20%.

RIVM berekent effecten van minder eiwit

Het RIVM heeft de effecten van minder eiwit in het krachtvoer doorgerekend. Uitgangspunt is 167 gram eiwit per kilo krachtvoer nu. Een verlaging met 5 gram (3%) naar 162 gram per kilo zou leiden tot 1,4 miljoen kilo minder ammoniak uit de melkveehouderij. Daar is wel wat tijd voor nodig. Voor volgend jaar rekent het RIVM daarom met een reductie van 500.000 kilo ammoniak. Het totale effect van maatregelen op het gebied van voer en management kan volgens het RIVM eveneens uitkomen op 15% ammoniakreductie in 2030, ofwel 6,4 miljoen kilo.

Bij management gaat het om meer dan alleen betere benutting van voer. Er horen ook maatregelen bij zoals andere gewassen telen (luzerne en soja), bijproducten gebruiken met een lager eiwitgehalte en andere keuzes in de fokkerij.

Foto: Wick Natzijl
Foto: Wick Natzijl

➤ In het kort: enzym koeienvoer helpt een beetje

‘Het enzym van Carola’ is in Nederlandse omstandigheden vooral een correctiemiddel, en niet het wondermiddel dat de sector zal redden. Aanbieder ABZ Diervoeding, die het middel van DSM verkoopt, is de eerste om dat zelf te beamen. Bij slecht verteerbare mais kan het helpen. Het enzym amylase zorgt ervoor dat maiszetmeel in de pens afgebroken wordt tot brandstof voor pensbacteriën.

Effect additieven beperkt

Er is veel te doen om voer-toevoegmiddelen, met name een middel van DSM op basis van het enzym amylase. Het is op de markt onder de naam Rumistar. Aanbieder ABZ Diervoeding spreekt op zijn website met een knipoog van ’het enzym van Carola’.

Koeienspeeksel is van nature arm aan amylase, het enzym dat zetmeel afbreekt tot glucose. Toevoeging kan de zetmeelvertering bevorderen. Dat gebeurt al in de pens. De pensbacteriën profiteren hiervan, zij kunnen zich dankzij deze brandstof snel vermeerderen. Daarmee zetten ze eiwit in het voer om tot bacterieel eiwit, dat de koe later in het spijsverteringskanaal kan opnemen en benutten voor de vorming van melk en melkeiwit. De stikstofbenutting is hierdoor beter, met als resultaat minder verlies van onbenutte stikstof aan de achterzijde van de koe.

Nu komt de ‘maar’: het middel werkt vooral bij rantsoenen met veel zetmeel. Denk aan rantsoenen met meer dan 20% zetmeel, zoals die bijvoorbeeld in de VS wel voorkomen. Deze hoeveelheden komen echter in Nederland niet of nauwelijks voor. Hier houdt het met 10 à 15% op. Het effect van toevoegen van amylase is hier om die reden meestal dan ook gering, bevestigt Jan Rozeboom van ABZ Diervoeding. In Nederland wordt het vooral gebruikt als correctiemiddel, als de mais lastig verteerbaar is, bijvoorbeeld vanwege een late oogst – zoals dit jaar.

Lees ook: Beperkte rol voor enzym in koe

Daarbij komt dat zetmeel uit snijmais al een heel hoge verteerbaarheid heeft van circa 97%. Het beschikbaar maken van nog enkele procenten meer zet dan ook niet veel zoden aan de dijk. Al met al levert amylase onder Nederlandse omstandigheden weinig winst op, verwacht ook Jan Dijkstra. Niet alleen vanwege het lage aandeel zetmeel, ook doordat het product lastig toepasbaar is. Het is Europees toegelaten voor alleen de eerste 100 dagen van de lactatieperiode.

De hierboven al genoemde toename in de stikstofexcretie van melkvee duidt er wel op dat er ruimte is voor verbetering. Voerstrategie biedt waarschijnlijk meer perspectief; het accent op goeie kwaliteit graskuil en op verlaging van de totale hoeveelheid stikstof in het rantsoen. Nu bevatten veel rantsoenen nog rond 17% ruw eiwit. Een verlaging naar 15 à 16% zet grotere stappen in reductie van de uitstoot van stikstof dan amylase toevoegen.

Foto: ABZ
Foto: ABZ

➤ In het kort: finetunen met varkensvoer

Varkensvoer is al vergaand geoptimaliseerd. Toch zijn ook hier nog mogelijkheden voor een nog betere benutting van het eiwit. Schothorst Feed Research noemt zaken als: preciezer meten wat er in voeringrediënten zit en synthetische aminozuren. Het RIVM komt toch nog op mogelijk 1,3 kiloton ammoniakreductie. Dat staat dan uiteraard los van de krimp van de varkensstapel als gevolg van de warme sanering.

Mogelijk kleine marge haalbaar

Het ruw-eiwitgehalte in varkensvoer kan mogelijk nog licht naar beneden bijgesteld worden. Hiermee is nog een kleine winst haalbaar wat betreft de stikstofuitstoot, volgens varkensonderzoeker Xandra Benthem de Grave van Schothorst Feed Research. “Het gaat puur om de input van eiwitten. Hoe meer je in het dier stopt, hoe meer er ook uitkomt.”

Juist in de varkenshouderij is het voer de afgelopen jaren al sterk geoptimaliseerd. Immers, lagere eiwitgehaltes zijn beter voor de darmgezondheid van de dieren. Maar in het kader van de stikstofcrisis is er nog wel een kleine speelruimte door het aandeel ruw-eiwit in het voer te verlagen.

Aminozuren op peil houden

Belangrijk daarbij is dat de hoeveelheid aminozuren die in het voer zitten op peil blijven. “Dan verliest het dier ook geen groeicapaciteit. Hoe beter de kwaliteit van het eiwit in de grondstoffen, hoe beter het varken dit kan verteren en vervolgens kan benutten”, adus Benthem de Grave. Volgens haar is de verlaging van de ruw-eiwittoevoer te compenseren met synthetische aminozuren. Bijkomend effect is dat het voer dan mogelijk duurder wordt, maar dit is (deels) te compenseren met betere prestaties door een betere darmgezondheid.

Voerstations in een zeugenstal. Varkensvoer is al sterk geoptimaliseerd, de afgelopen jaren. - Foto: Bert Jansen
Voerstations in een zeugenstal. Varkensvoer is al sterk geoptimaliseerd, de afgelopen jaren. - Foto: Bert Jansen

Grondstoffen veevoer analyseren

Daarnaast ziet Benthem de Grave een mogelijk verbeterpunt in een nauwkeurige analyse van de grondstoffen voor veevoer. “Nutriëntengehaltes kunnen nogal variëren. Neem tarwe. De hoeveelheid eiwit kan per levering wel 10-16% verschillen.”

Met nauwkeurige metingen is dus – naast verlagingen van de ruw-eiwittoediening – mogelijk ook nog een kleine marge te pakken. Omdat je de varkens hierdoor beter naar behoefte kunt voeren zal dit ook een positief effect hebben op de technische resultaten, maar aan de andere kant brengt extra onderzoek wel extra arbeid en kosten met zich mee.

Effecten voermaatregelen varkens- en pluimveevoer

Het RIVM heeft de effecten doorgerekend van voermaatregelen in varkens- en pluimveehouderij. Bij varkens is gerekend met een reductie van het eiwitgehalte van 3 tot 8% en bij pluimvee met reducties van 5 tot 9%. Uiteindelijk kan dat binnen drie jaar een reductie opleveren van jaarlijks 1,3 miljoen kilo ammoniak bij varkens en 0,8 miljoen kilo voor pluimvee.

Opgeteld bij de hier boven genoemde 2,5 tot zelfs 8 kiloton in de rundveehouderij komt de mogelijke bijdrage van het voerspoor dan toch op 4 tot misschien wel 10 kiloton ammoniak minder uitstoot.

Foto: Henk Riswick
Foto: Henk Riswick

‘Minder ammoniak door meer snijmais in het melkveerantsoen’

Nederlandse melkveehouders voeren redelijk scherp. Toch kan het eiwitgehalte op korte termijn met zo’n 5% omlaag zonder productieverlies. Daardoor wordt de ammoniakuitstoot ook lager. Dat is de inschatting van veevoerexpert Jan Dijkstra van Wageningen UR.

Hoe kan dat?

“Gemiddeld wordt scherp gevoerd in Nederland. Maar dan nog wordt een deel van de koeien overvoerd, vooral met ruweiwit. Een oorzaak is dat boeren een veiligheidsmarge inbouwen. Ruweiwit is een belangrijke factor voor de melkproductie. Een teveel leidt echter tot onnodig hoge stikstofverliezen, vooral in de vorm van stikstof in urine en daardoor uiteindelijk ammoniak. Het is heel simpel. Wat er niet ingaat als eiwit, komt er ook niet uit als stikstof.”

Wat moet er anders om die reductie te halen?

“Het hele voerpakket is nu vaak net te eiwitrijk terwijl er te weinig energie in zit om al dat eiwit optimaal te verteren. Voer je alleen gras dan moet die energie uit het gras komen of uit de rest van het rantsoen bijvoorbeeld uit krachtvoer. De ander optie is zetmeel uit snijmais, dat past vooral goed in een rantsoen waar wat meer eiwit in zit.”

Jan Dijkstra (54) is universitair hoofddocent en onderzoeker veevoeding aan Wageningen UR. - Foto: Koos Groenewold
Jan Dijkstra (54) is universitair hoofddocent en onderzoeker veevoeding aan Wageningen UR. - Foto: Koos Groenewold

Meer mais voeren?

“Ja, snijmais past perfect in het rantsoen om de stikstofuitstoot zo laag mogelijk te houden. Daarom is het ook jammer dat het aandeel snijmais in de afgelopen jaren is gedaald. Dat komt mede door de aangepaste derogatie-eis van 80% grasland. Het is een reden dat de stikstofefficiëntie van melkvee in de afgelopen jaren is gedaald. Sinds 2014 zie je die daling terwijl in de jaren daarvoor die efficiëntie voortdurend toenam.”

Het aandeel snijmais in het areaal moet weer omhoog?

“Ja, het is een prima gewas om energie te leveren voor de benutting van eiwit in het rantsoen. Voorwaarde is wel dat de maisteelt zelf duurzaam gebeurt. Precies bemesten, liever geen kerende grondbewerking en vanggewassen goed inzetten. Dan zijn de voordelen groter dan eventueel nadeel door stikstofuitspoeling en verlies aan organische stof.”

Wat is er nog meer mogelijk?

“Meer weidegang is ook een manier om de stikstofuitstoot te verlagen. Een vuistregel is dat gemiddeld 500 uur meer weiden per jaar neerkomt op 5% ammoniakreductie. Dat geldt in principe ook voor jongvee, al is daar geen getal aan te hangen.”

Medeauteurs: Wim Esselink, Stefan Essink en Mariska Vermaas

Lees alles over het stikstofbeleid en het Programma Aanpak Stikstof (PAS) in dit dossier.

Laatste reacties

  • jammer dat ureum in tankmelk niet genoemd wordt....iedereen weet dat ureum van 20 minder N overstuur gaat dan bij ureum van 30....gek dat ik het nergens lees...is te goedkoop zeker??

  • Eindelijk gaan de ogen open dat mais zo schlecht nog niet is minder methaan uitstoot hogere voerefficientie hogere co2 opname hogere ds opbrengst per ha en geen kunstmest nodig om te verbouwen.
    Eindelijk komt nederland terug van de grasobsessie

  • kleine boer

    20:52 bij hoger ureum ook hoger eiwit in de melk en hoger N in de mest dus het gras groeit beter van de mest kringloop gedachte dus....

  • kanaal

    veel onzin in lang artikel, helpt net zoveel als van 130 naar 100 wat worden we blij van een dode mus.

  • Zuperboer

    Wat gaat die besparing de sector in harde Euro's opleveren. Ik neem aan dat de hektarepremie wordt opgehoogd. Of gaat de bouw van woningen voor nop door onze sector gefaciliteerd worden?#legale roof

  • Mtswie

    Stel dat de Duitsers en Denen gelijk hebben en NH4 na een paar 100 meter neerslaat, dan zal met de huidige voorstellen de depositie in N2000 gebieden alleen maar toenemen omdat NH4 wordt ingeruild voor Nox.

  • Bennie Stevelink

    @Mtswie, dat moet eens goed uitgezocht worden. Duurt echter nog een jaar of vier.

Laad alle reacties (3)

Of registreer je om te kunnen reageren.