Home

Achtergrond 1 reactie

RDA: ruimingen misschien op minder grote schaal nodig

Marion Koopmans, hoofd virologie van het Erasmus MC in Rotterdam, zegt dat ruimingen bij uitbraken van vogelgriep misschien op minder grote schaal nodig zijn.

“Er zijn intussen gevallen bekend van besmetting met hoogpathogene varianten waarbij geen verspreiding plaatsvond. En ruimen gebeurt tegenwoordig veel sneller en efficiënter dan vroeger, waardoor het misschien op minder grote schaal nodig is”, aldus de viroloog. Koopmans leidde de groep deskundigen van de Raad voor Dierenaangelegenheden die een visie hebben geschreven over het vaccinatie- en ruimingsbeleid bij uitbraken van dierziekten.

Beleid wel of niet voldoende bij de tijd?

De centrale vraag is of het huidige ruimings- en vaccinatiebeleid bij dierziekten voldoende bij de tijd is gebleven, nu er meer besmettingen met vogelgriep zijn en de maatschappelijke acceptatie van het beleid onder druk lijkt te staan. Het ruimen van van met name gezonde dieren roept maatschappelijke weerstand op.

In het Overijsselse Kamperveen brak eind 2016 bij een bedrijf met vleeseenden vogelgriep (H5) uit. Het bedrijf werd geruimd om te voorkomen dat het virus zich kon verspreiden. - Foto: ANP
In het Overijsselse Kamperveen brak eind 2016 bij een bedrijf met vleeseenden vogelgriep (H5) uit. Het bedrijf werd geruimd om te voorkomen dat het virus zich kon verspreiden. - Foto: ANP

Ruimen binnen Europese regels

Binnen het huidige Europese beleid moeten bedrijven die besmet zijn met hoogpathogene vogelgriep of laagpathogene H5- of H7-varianten geruimd worden. Dat geldt ook bij besmettingen met klassieke varkenspest bij varkens of mond-en-klauwzeer bij varkens, runderen, schapen of geiten. Preventieve ruiming van omliggende bedrijven gebeurt meestal ook op basis van risico-analyses, al is dit wettelijk niet verplicht. Daarnaast kunnen aanvullende maatregelen getroffen worden als noodvaccinatie, vervoersverboden en extra hygiënemaatregelen op bedrijven.

Geen noodvaccinatie bij vogelgriep

Sinds 1991 geldt in Europa een non-vaccinatiebeleid. Inmiddels is noodvaccinatie rondom besmette bedrijven wel toegestaan. Dit wordt ook toegepast bij MKZ of varkenspest, maar niet bij vogelgriep. Dat komt omdat vaccinatie bij vogelgriep niet snel genoeg voor immuniteit zal zorgen om verspreiding van het virus te voorkomen. Daarnaast is het praktisch lastig en relatief duur om alle dieren individueel te vaccineren. Ook hangt de effectiviteit van vaccinatie af van het virus dat rondgaat. Tegen sommige virustypen is er geen effectief vaccin beschikbaar.

Het enten van een schaap. Binnen het huidige Europese beleid moeten bedrijven die besmet zijn met hoogpathogene vogelgriep of laagpathogene H5- of H7-varianten geruimd worden. Dat geldt ook bij besmettingen met klassieke varkenspest bij varkens of mond-en-klauwzeer bij varkens, runderen, schapen of geiten. - Foto: Henk Riswick
Het enten van een schaap. Binnen het huidige Europese beleid moeten bedrijven die besmet zijn met hoogpathogene vogelgriep of laagpathogene H5- of H7-varianten geruimd worden. Dat geldt ook bij besmettingen met klassieke varkenspest bij varkens of mond-en-klauwzeer bij varkens, runderen, schapen of geiten. - Foto: Henk Riswick

Problemen met afzet gevaccineerde dieren

Hoewel de EU ontheffing kan geven om preventief tegen vogelgriep te enten, wordt in de pluimveehouderij niet preventief gevaccineerd. Dit komt naast de praktische bezwaren door afzetproblemen. Hoewel producten van tegen vogelgriep gevaccineerd pluimvee niet gelabeld hoeven worden, vragen sommige afnemers wel garanties dat de producten niet afkomstig zijn van gevaccineerde bedrijven. In de pluimvee-, varkens- en melkveesector wordt gewerkt aan plannen om de eventuele economische nadelen van preventieve vaccinatie te ondervangen. In de zuivelketen zijn onder andere afspraken gemaakt over een locatie waar melk van gevaccineerde bedrijven verwerkt kan worden. De RDA vindt dat deze oplossingsrichtingen goed bekeken moeten worden, zodat de problemen die er zijn bij de afzet van producten van gevaccineerde dieren opgelost kunnen worden.

Het hangt af van het moment van bemonsteren ten opzichte van het moment van infectie of bedrijven geruimd worden

Daarnaast adviseert RDA om in de huisvesting van vee meer aan preventie te doen. Als voorbeeld geeft de RDA het afschermen van uitloop bij pluimvee, zodat de dieren niet direct in contact kunnen komen met wilde dieren.

Niet ruimen, maar monitoren

De RDA wil onnodig ruimen van dieren voorkomen. Daarom doet de RDA de suggestie om pluimveebedrijven met laagpathogeen vogelgriepvirus van het type H5 of H7 niet te ruimen, maar te monitoren als dit op basis van het ingeschatte risico mogelijk is. Hiervoor is wel aanpassing van de EU-regelgeving nodig. De RDA baseert zich onder andere op het feit dat bedrijven waar antistoffen tegen AI H5 of H7 worden gevonden niet geruimd worden, maar bedrijven waar nog virus is wel. “Het hangt dus af van het moment van bemonsteren ten opzichte van het moment van infectie of bedrijven geruimd worden”, aldus de RDA.

Het advies van RDA wordt aangeboden aan het ministerie van landbouw. Het is aan de minister of ze besluit het advies op te volgen.

Eén reactie

  • veldzicht

    Belachelijk en enorme voedselverspilling,als er 1 bedrijf besmet is moeten berdrijven binnen 1 km. worden geruimd.ook pluiveebedrijven met slachtkuikens die al goed zijn en rijp voor de slacht moeten worden geruimd.en dan maar leuteren over het milieu.

Of registreer je om te kunnen reageren.