Home

Achtergrond

Drukte bij leveranciers mestsilo‘s

Het is druk bij de leveranciers van mestsilo’s en -bassins. Het natte voorjaar zorgde voor een grote mestvoorraad. De putten bij varkenshouders raakten voller en voller, terwijl ze geen kant op konden met de mest. De mestvoorraad is nog niet weggewerkt. Boeren kiezen voor zekerheid en investeren zelf in extra mestopslag.

Menig varkenshouder zat dit voorjaar met de handen in het haar. De mestkelders zaten vol, maar door het natte weer was het niet mogelijk om mest uit te rijden op bouwland. Waar er andere jaren in het voorjaar 6 tot 7 weken tijd is om mest uit te rijden, was dat dit jaar 2 tot 3 weken. Daardoor is er dit voorjaar circa een derde minder mest uitgereden dan in andere jaren. Alternatieve afzetkanalen zijn niet in staat de voorraad weg te werken.

Vraag naar extra opslagcapaciteit

Vanwege de geringe afzetmogelijkheden bleven veel varkenshouders dit voorjaar met de mest zitten. Terwijl de putten voller en voller raakten, steeg de behoefte naar extra opslagcapaciteit. “We merken dat er veel interesse is voor onze betonnen mestsilo‘s. Alleen al dit jaar gaat het om enkele tientallen projecten, zowel bij varkenshouders als bij rundveehouders. Het is puzzelen om de planning rond te krijgen. We doen veel in het Zuiden. Daar is echt behoefte aan extra mestopslag”, vertelt Klaas Sijtsma, verkoopadviseur bij Fabiton, leverancier van mestsilo’s en mestbassins.

De bouw van een betonnen Farmex-silo in beeld. Terwijl de putten dit voorjaar voller en voller raakten, steeg de behoefte naar extra opslagcapaciteit in de varkenshouderij.
De bouw van een betonnen Farmex-silo in beeld. Terwijl de putten dit voorjaar voller en voller raakten, steeg de behoefte naar extra opslagcapaciteit in de varkenshouderij.

Directeur/eigenaar Herman de Vries vult aan: “De mestafzet is op veel varkensbedrijven een probleem. We merken dat ondernemers in die sector behoefte voelen om daar op bedrijfsniveau iets aan te doen.” Fabiton bouwde eerder dit jaar 4 nieuwe Farmex-mestsilo’s op het Nieuw Gemengd Bedrijf van de Houbensteyn Groep in het Limburgse Grubbenvorst. De silo’s hebben een totale opslagcapaciteit van 12.000 kuub en zijn bedoeld voor de gescheiden opslag van dikke en dunne mestfracties.

“Bij ons gaat het om nieuwbouw, maar je ziet hier ook bestaande varkensbedrijven investeren in extra mestopslag”, vertelt ondernemer Martin Houben, die in Grubbenvorst 20.000 vleesvarkens gaat houden en de mest van de dieren gaat scheiden.

Silo van 2.500 kuub nog dit jaar plaatsen

Ook bij mestopslagaanbieder Beutech-Agro zijn ze bekend met de problematische mestafzet in de varkenssector. Johan de Vries, verantwoordelijk voor de verkoop buitendienst, onderstreept dat met een treffend voorbeeld. “Ik werd onlangs gebeld door een varkenshouder uit Limburg. Hij was van plan volgend jaar te investeren in een nieuwe mestsilo. Gezien de huidige situatie op de mestmarkt wil hij de silo van 2.500 kuub nog dit jaar laten plaatsen.”

Volgens De Vries staat de betreffende varkenshouder niet alleen. “Hij is absoluut niet de enige met concrete plannen voor extra opslagcapaciteit.” Bij Beutech-Agro zien ze vanuit de rundveehouderij ook een toenemende vraag naar mestopslagsystemen.

Aanvragen varkenshouders blijven binnenkomen

Bij PAS Mestopslagsystemen is het eveneens drukker dan normaal. “De drukte blijft aanhouden. In andere jaren was het na februari meestal wat rustiger”, vertelt commerciële man Jaap Veenstra. De aanvragen van varkenshouders blijven binnenkomen, terwijl ook vanuit de rundveehouderij en de akkerbouw interesse is in mestopslagsystemen. “Bij een Friese melkveehouder hebben we onlangs een mestbassin geplaatst. Hij had behoefte aan extra opslag, nadat zijn mestsilo was afgekeurd.”

Ook steeds meer akkerbouwers investeren volgens Veenstra in mestopslag. “Ze krijgen betaald voor de mest en vragen mest op maat. Indien mogelijk kiezen akkerbouwers voor opslag in het buitenveld, nabij het uitrijgebied. Meestal gaat het om mestzakken of -bassins.”

Mestbassin vanaf € 30.000

De aanschafkosten variëren sterk en verschillen per aanbieder en situatie. Uitgaande van 2.500 kuub opslag kost een betonnen silo € 75.000 tot € 80.000, een stalen thermoplast € 60.000 en een mestzak € 60.000. Een mestbassin koop je vanaf € 30.000. Dit laatste systeem vraagt iets meer onderhoud, maar heeft als voordeel dat het buiten het bouwblok is toegestaan.

De behoefte aan extra mestopslag blijft nog wel even aanhouden. Door het natte voorjaar ontstond er een grote mestvoorraad. Die is nog altijd niet weggewerkt. “Maar de situatie is minder dramatisch dan ik enkele weken geleden voorspelde”, aldus Hans Verkerk, secretaris meststoffendistributie bij Cumela Nederland.

Veel akkerbouwgewassen vroeg van het land

De weersomstandigheden speelden daarbij opnieuw een belangrijke rol. Vanwege de droogte van de laatste weken kwamen veel akkerbouwgewassen al vroeg van het land. “Bovendien is er nu al relatief veel mais gehakseld, zodat de nodige hectares beschikbaar zijn voor het plaatsen van mest”, aldus Verkerk.

De nieuwe regels voor veilig keuren van mestsilo's vereisen dat stalen mestsilo’s voorafgaand aan de keuring brandschoon moeten worden opgeleverd. - Foto: Ruud Ploeg
De nieuwe regels voor veilig keuren van mestsilo's vereisen dat stalen mestsilo’s voorafgaand aan de keuring brandschoon moeten worden opgeleverd. - Foto: Ruud Ploeg

Nu er voor bouwland een verlengd uitrijseizoen is afgekondigd (tot 15 september), hoopt Verkerk dat ook het plaatsen van mest op grasland langer wordt toegestaan. De extreme droogte vraagt om crisismaatregelen. Nood breekt wet, aldus Verkerk. “Het is wachten op uitsluitsel. (Dat uitstel werd op 23 augustus door landbouwminister Carola Schouten bekendgemaakt. red.) Extra bemesting is niet alleen nodig om de voorraden weg te werken, maar ook om groenbemesters aan te jagen.”

“We zijn er nog lang niet. Maar de afgelopen weken is er toch redelijk veel mest geplaatst. Het gaat de goede kant op.”

Afzetmarkt Duitsland ingestort

Niet alleen de weersomstandigheden zorgen voor druk op de mestmarkt. De afzetmarkt in Duitsland is ingestort. Verscherpte regelgeving in de deelstaten net over de grens ligt daaraan ten grondslag. De gebruiksnormen zijn verlaagd, de uitrijperioden ingekort en digestaat uit biogasinstallaties telt er nu mee als organische meststof. In het eerste kwartaal van 2018 exporteerde Nederland in totaal 458.525 ton dierlijke mest naar Duitsland. In dezelfde periode vorig jaar ging het nog om 613.471 ton. De export naar Duitsland is dus met 25,3% gedaald, zo blijkt uit de gegevens van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). De moeilijke handel net over de Duitse grens houdt zeker twee jaar aan, denken exporteurs. Verkerk: “De vraag naar dierlijke mest keert daarna terug, zo is de verwachting. Het tekort aan organische meststoffen doet zich vanzelf voelen.”

Intussen zoeken mestexporteurs dieper in Duitsland naar afzetmarkten en verleggen ze bovendien de focus naar Noord-Frankrijk. Daar is ruimte zat, stelt Verkerk. “Het kost wel wat tijd om de afzet goed te regelen. De Fransen stellen extra kwaliteitseisen. Het duurt over het algemeen een paar maanden voordat je de export naar Frankrijk goed op de rit hebt.”

Vergeleken met het eerste kwartaal van 2017 ging er begin dit jaar fors meer dierlijke mest vanuit Nederland naar Frankrijk. In de eerste drie maanden van 2017 ging het om 92.523 ton mest. In 2018 betrof het 130.403 ton. Dat is een stijging van ruim 40%, zo valt op te maken uit de cijfers van RVO.nl.

Verwerkingsmogelijkheden in Nederland onder druk

Naast de moeizame export naar Duitsland staan ook de verwerkingsmogelijkheden in Nederland onder druk. Nieuwe initiatieven komen maar moeizaam van de grond, ziet ook Hans Verkerk. “Vergunningen worden niet of nauwelijks verleend. Regionale overheden zijn sceptisch en durven het vaak niet aan. Voor het Nederlands Centrum Mestverwerking ligt wat mij betreft een mooie taak weggelegd om iets te doen aan het onderbuikgevoel, dat bij de besluitvorming over vergunningen nu vaak de doorslag lijkt te geven.”

Fabiton bouwde 4 nieuwe Farmex-mestsilo's op het Nieuw Gemengd Bedrijf in Grubbenvorst. De silo's hebben een totale opslagcapaciteit van 12.000 kuub. - Foto: Fabiton
Fabiton bouwde 4 nieuwe Farmex-mestsilo's op het Nieuw Gemengd Bedrijf in Grubbenvorst. De silo's hebben een totale opslagcapaciteit van 12.000 kuub. - Foto: Fabiton

Sommige bestaande installaties hadden daarnaast te maken met technische problemen en verwerkten minder mest. Een industriële verwerker als Mestverwerking Fryslân kampt nog altijd met de gevolgen van de verplichte invoering van het AGR-GPS-systeem, voor het volgen van mestexporten. Directeur Jan Scherff pleit voor invoering van het alternatieve e-CMR-systeem. “In 2018 hebben we tot dusverre nog maar zo’n 38.000 ton mest verwerkt. We mogen dit jaar nog 200.000 ton verwerken. Met de huidige regelgeving gaat ons dat niet lukken, terwijl er wel behoefte aan is. Dan vraag ik me af welke kant we met zijn allen opgaan. Is dit een koude sanering?”

VVO’s richting € 2 per kilo fosfaat

De druk op de mestmarkt heeft dus verschillende oorzaken. De moeizame afzet van de dikke mestfractie blijft voorlopig een probleem. “Dat is niet in een halfjaar opgelost”, aldus Hans Verkerk. Kunnen agrarische ondernemers wel aan hun verwerkingsplicht voldoen? “Dat wordt spannend”, zo zegt Verkerk. De kosten van vervangende verwerkingsovereenkomsten (VVO‘s) lopen inmiddels richting € 2,00 per kilo fosfaat. “Wie gaat dat betalen? De verwerkingsplicht is in mijn ogen niet te handhaven. VVO’s zijn straks niet meer te koop of ze worden onbetaalbaar voor de boer”, aldus Scherff.

Lees alles over mest in het mestdossier.

Nieuwe eisen voor veilig keuren mestsilo‘s

Voorafgaand aan de periodieke inwendige keuring moeten stalen mestsilo’s brandschoon worden opgeleverd. Daarbij is een reinigingscertificaat verplicht.

Sinds 1 januari 2018 zijn nieuwe eisen van kracht voor het veilig werken bij het keuren van mestsilo‘s. Voorafgaand aan de periodieke inwendige keuring moeten stalen silo’s grondig worden gereinigd, zodat ze brandschoon worden opgeleverd. Daarbij is een reinigingscertificaat verplicht. Zonder zo’n certificaat mag een silo niet worden gekeurd. Het laten keuren van mestsilo’s is voor boeren een noodzakelijk kwaad. Het is een kostenpost, die niet voor extra inkomsten zorgt. De periodieke keuringen zijn verplicht. Stalen silo’s moeten na tien jaar worden gecontroleerd, om vervolgens om de vijf jaar verplicht inwendig te worden gekeurd.

Voor betonnen mestsilo’s gelden soepelere regels. Deze silo’s moeten na twintig jaar worden gecheckt. Nadien volgen er om de tien jaar nieuwe uitwendige keuringen. Niet-gekeurde silo’s zijn ook niet verzekerd. Na het tragische ongeval in het Friese Makkinga zijn de keuringsregels aangescherpt. Op 19 juni 2013 kwamen in Makkinga drie mensen om het leven bij het reinigen van een mestsilo. Een vierde persoon raakte zwaargewond. De mannen raakten bedwelmd door vrijkomende mestgassen. Mensen die worden blootgesteld aan mestgassen met hoge concentraties blauwzuurgas en waterstofsulfide kunnen binnen no-time bedwelmd raken.

Voor veilig werken bij het keuren van mestsilo’s zijn de eisen van Kiwa Nederland leidend. Keuringen van mestsilo’s mogen enkel en alleen worden uitgevoerd door gecertificeerde bedrijven en speciaal daarvoor opgeleide keurmeesters. Hun werk wordt aan de hand van steekproefsgewijze inspecties door Kiwa gecontroleerd. Per 1 juli 2018 zijn Appel Bouw en Beutech Agro uit Steenwijk als eerste bedrijven in Nederland gecertificeerd voor het veilig en verantwoord reinigen van mestopslagsystemen volgens BRL K906, ‘Reinigen van mestopslagen’. Kiwa heeft beide bedrijven gecertificeerd.

Of registreer je om te kunnen reageren.